Kunst als goedmakertje

Anton Kröller was een opportunistische zakenman in elk opzicht en met alle malversaties van dien. De biografie over hem zegt ook veel over de zakenmannen van nu.

Anton Kröller, datum onbekend Nationaal Archief/ Collectie Spaarnestad

Anton Kröller (1862-1941) was een zakenman pur sang. Hij trouwde de dochter van de baas, expandeerde met zijn Rotterdamse scheepvaartbedrijf Müller & Co over de hele wereld, entameerde steeds weer nieuwe projecten in bedrijfstakken waar hij tot dan toe niet actief af. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal bleef, deed hij zaken met beide strijdende partijen. Hij maakte gretig gebruik van het gemak waarmee beleggers en financiers na die oorlog geld beschikbaar stelden. Hij sloot zich aan bij alle kartels die zijn activiteiten ten goede kwamen. Hij hield van prestigieuze kantoren en plantte een fraai exemplaar in Londen.

Zoals gebruikelijk bij dit slag onmatige ondernemers was hij een man van de grote lijn, die zijn aandacht snel verloor als het project meer tijd kostte of tegenviel en die de details en de onplezierige boodschappen van het zakenleven overliet aan medewerkers.

Tot zover is Kröllers loopbaan te lezen als een succesverhaal, maar zijn biograaf Ariëtte Dekker komt in haar proefschrift Leven op krediet pas goed op gang als Kröllers falen en malversaties de overhand krijgen. Hij leefde op grote voet, op kosten van zijn beleggers, en leende tientallen miljoenen van banken en beleggers, maar gaf weinig of geen financiële informatie. Of hij sloeg een keer een jaartje over als het hem financieel zo uitkwam.

Hij leende zelfs zoveel geld van de goedgelovige Rotterdamsche Bankvereeniging dat er een klassieke patstelling ontstond: de bank had meer te verliezen dan Kröller. Als Kröller zich blijft verzetten tegen reorganisatie en sanering wordt het afgedwongen. Wat volgt zijn achterhoedegevechten, maar ook doortrapte trucs om zijn landgoed op de Veluwe en de kapitale schilderijenverzameling te redden. Bij dat laatste passeert hij zijn zuster, die mede-erfgenaam is, en weet hij ook een belastingvrije schenking te regelen. In zijn nadagen probeert Kröller via interventies bij de nazi’s de macht in zijn bedrijf terug te krijgen. Tevergeefs. Zijn naam en die van zijn vrouw Helene Müller (1869-1939) leven voort in het Kröller-Müller Museum in Otterlo.

Dekker, die eerder een biografie van scheepbouwer Cornelis Verolme (1900-1981) schreef, heeft hiermee onthullingsjournalistiek bedreven van de bovenste plank. Zij heeft met dit rijk gevulde, lijvige en aangenaam geschreven boek een bijzondere bijdrage geleverd aan de kennis van het groeiend oeuvre van grote ondernemers in de eerste decennia van de vorige eeuw, zoals D.G. van Beuningen en Anton Philips. Deze ondernemers stichtten familiebedrijven die als beursgenoteerde of familie-ondernemingen nog steeds bestaan. Ook enkele (klein)kinderen bleken het ondernemersdna te bezitten en stichtten of leiden zelf weer bedrijven. Niets van dit alles bij Kröller. Hij doorliep de cyclus die op zijn grafsteen staat: van stof tot stof.

Kröller komt in de beschrijving van Dekker naar voren als een Amerikaanse robber baron uit het begin van de vorige eeuw. Mannen zonder scrupules die hun eigen doelen en belangen najoegen en die, wars van zakelijke conventies, fortuinen vergaarden. Dekker heeft een knappe prestatie geleverd met de reconstructie van Kröllers zakelijk imperium. Knap, omdat Kröller zijn persoonlijke archief liet vernietigen en zijn hoofdkantoor in Rotterdam in 1940 in vlammen opging.

Zo kun je haar royaal met foto’s geïllustreerde boek lezen als een zakenbiografie. Maar je kunt het ook lezen als een boek over het hier en nu, waarin historische personen en gebeurtenissen model staan. En dan liggen de parallellen voor het oprapen. Nogal wat trends die wij als typerend voor onze tijd beschouwen, deden zich al veel eerder voor.

Economische globalisering? Kröller zat er een eeuw geleden al middenin en bouwde als ondernemer een multinational die overal ter wereld zaken deed. Zelfverrijking en bonuscultuur? Gesneden koek voor de zakenman Möller. Hij wist inkomensstromen uit zijn bedrijf moeiteloos om te buigen naar privé-uitgaven en beloonde zichzelf rijkelijk. Boekhoudtrucs en erger om zaken beter voor te stellen dan ze waren? Kröller was een geoefend gebruiker. Hij had de accountant die zijn boeken controleerde in zijn zak. De mannen die hij uitkoos om hem en zijn bedrijf te adviseren en controleren zijn lange tijd meegaande types. Ternauwernood ontkwam hij aan strafrechtelijke vervolging vanwege de manipulaties en verliezen die de beleggers voor hun kiezen kregen. Dekker becijfert de verliezen van beleggers naar de huidige maatstaven op bijna 700 miljoen euro en kwalificeert dat als ‘een van de allergrootste beleggingsdebacles uit de Nederlandse geschiedenis’. Kunst aankopen als verlengstuk van zakelijke ambities en als de bekroning van financieel succes, zoals blijkt uit de kunstprijzenhausse van de afgelopen jaren? Helene Müller wist samen met haar man en diens geld in hoog tempo een verbluffende verzameling schilderijen op te bouwen.

De schilderijenverzameling geeft voor Dekker de doorslag in de beoordeling van Kröller. Zijn zakelijke zonden en zijn gevoelloze karakter dat hem ook vervreemdde van zijn kinderen, wegen zwaar. Maar de economische en culturele waarde van de kunstverzameling en het natuurpark laten wat haar betreft een positieve maatschappelijke balans zien. Daarmee slaat de schaal wel wat al te gunstig door.

Klap op de vuurpijl: een van de zakelijke nazaten van Müller, installatiebedrijf Imtech, ging vorige maand in een vergelijkbaar krachtenveld failliet.

    • Menno Tamminga