Hoe trek je bezoekers naar dit theater?

Dit weekend opent in Den Haag het Zuiderstrandtheater. Zullen er even veel bezoekers komen als naar de zalen in het centrum van de stad?

Het Zuiderstrandtheater bij Scheveningen opent dit weekend officieel als vervanging van de theaters aan het Spuiplein in Den Haag, die vervangen worden. foto David van Dam

Kun je een tijdelijk theater aan het strand (duizend stoelen, 400 parkeerplekken, een half uur met de bus vanuit het centrum) vergelijken met een al even tijdelijk theater aan de A2?

Ja, dat kan. Sterker nog, de beide directeuren hebben er al uitgebreid met elkaar over gepraat. Wat moet je doen, wat moet je laten als je wilt dat je publiek opeens ergens anders naar toe komt? Hoe voorkom je dat ze wegblijven?

Het Zuiderstrandtheater in Den Haag wordt morgen officieel in gebruik genomen. Daarna blijft het vier jaar open, de tijd die nodig is voor de bouw van een nieuw cultuurcentrum aan het Spuiplein. Het theater aan de A2 stond in Leidsche Rijn, ver van het centrum van Utrecht. Het verving zeven jaar lang Muziekcentrum Vredenburg. En daar ging veel bij fout.

„Bereikbaarheid, bereikbaarheid, bereikbaarheid”, zegt daarom nu Nanette Ris, indertijd directeur van Vredenburg Leidsche Rijn. En gastvrijheid. En akoestiek.

In Vredenburg Leidsche Rijn (de ‘Rode Doos’) gingen de bezoekersaantallen drastisch naar beneden. En precies daarvoor zijn het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater bang, staat in hun jaarverslagen. „Verwacht wordt dat de bezettingsgraad lager zal zijn.” En: „Ook is het niet zeker dat onze vaste bezoekers gebruik kunnen of willen maken van het aangeboden openbaar vervoer”.

Dus hoe pakt het Zuiderstrandtheater dat straks aan?

Directeur Henk Scholten heeft het op de website laten zetten: parkeren is tot en met oktober gratis, daarna kost het vijf euro. Bus 22 stopt bij de nieuwe halte ‘Zuiderstrandtheater’ (25ste stop vanaf Centraal Station) en voor vijf euro is er een rechtstreekse pendelbus. Scholten verwacht dat er straks meer mensen met de auto zullen komen. „Dat was 40 à 50 procent. En het wordt denk ik 60 of 65.”

Speciaal voor hen staat op de site ook het zinnetje ‘Bezoekadres Houtrustweg 505, indien onbekend voer dan Houtrustweg 600 in’. De Rode Doos in Leidsche Rijn was eerst onvindbaar, „zowel op de kaart als met de TomTom”, zegt Nanette Ris. En als je er dan kwam moest je betaald parkeren. „Dan kun je zeggen: vijf euro is niet veel. Maar vooral in het begin moet alles optimaal zijn. Met mijn kennis van nu zeg ik: maak de periode van gratis parkeren langer. En bied gratis ov aan.”

En daar komt dan „gastvrijheid tot in detail” bij. Ris: „Hoe word je ontvangen, hoe is de koffie, welk koekje krijg je daarbij. Op al die dingen letten de mensen.”

Wij hebben gewoon goeie koffie hoor, zegt Scholten, „en onze wijn is ook goed”. Maar inderdaad: „De eerste tijd zullen we voor wat extra’s zorgen. Gratis nootjes en bitterballen na afloop, bijvoorbeeld.”

Er is ook een belangrijk verschil tussen Utrecht en Den Haag. Het Zuiderstrandtheater is het afgelopen jaar al gebruikt, voor voorstellingen en ook een paar keer voor open dagen. Ook zaterdag is er weer een open dag. „Wij trokken er hals over kop in”, zegt Ris. Waarna ze er bijvoorbeeld achterkwamen dat de akoestiek van de Rode Doos aan de A2 tegenviel. Over zijn theater aan het strand denkt Scholten dat „de kinderziekten er nu wel uit zijn.”

En wat zijn intussen de verwachtingen van het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater?

De open dagen hebben extra abonnementen voor het orkest opgeleverd, zegt Roland Kieft van het Residentie Orkest. „Dus de voortekenen zijn goed.” Maar dat de zaal de helft kleiner is dan de Anton Philipszaal waar het orkest nu speelt, blijft een feit. „De exploitatiemogelijkheden zijn gewoon beperkter.” Maar de kaartjes worden niet duurder en er komen geen extra concerten. „Een concert geven kost geld, daarom is dit nou juist een gesubsidieerde tak van sport”.

Dat jaarverslag is natuurlijk een formeel iets, zegt Janine Dijkmeijer van het Nederlands Dans Theater. „Daarin leg je uit wat je met je geld doet, wat de kansen zijn en wat de risico’s.” En het is alweer een half jaar geleden geschreven. „Je kan je wel altijd zorgen maken over de toekomst, maar je kan ook zeggen: ik ga ervoor.”

In elk geval is de komende maand de programmering zo opgezet, zegt Henk Scholten, „dat je ervan uit kan gaan dat het goed loopt”. Publiekstrekkers als een vissersopera en het Prinsjesdagconcert moet daarvoor zorgen. „Het gaat erom dat zoveel mogelijk mensen een goeie ervaring hebben en dat dat dan rondzingt.”