Het rode vuur, mijn trots

Vanavond begint het Redhead Festival in Breda. Scholiere Nena Schenk vertelt hoe het is om van iedereen commentaar te krijgen op haar ‘lievelingsgen’.

Nena Schenk Foto’s Victor Wollaert.

Meteen na mijn geboorte zagen de artsen dat er iets anders aan mij was. Er werd nagenoeg meteen een diagnose gesteld, mijn MC1R-gen bleek te coderen voor veel pheomelanine.

Het onbekende MC1R-gen bepaalt de kleur van de huid en van het haar. Een grote hoeveelheid pheomelanine heeft dan ook een rode haarkleur en een lichte huid tot gevolg. Met twee roodharige ouders was ik bij voorbaat gedoemd ook een ‘rooie’ te worden, een lichte huid en sproeten inclusief. Ondanks deze ‘rode opvoeding’ ontdekte ik uiteindelijk zelf dat het hebben van rood haar meer inhoudt dan alleen de uiterlijke kenmerken.

Ik was 8 jaar oud toen ik opmerkte dat men zeer frequent commentaar, al dan niet positief, leverde op mijn rode haardos. Als ik ging spelen bij vriendinnetjes of naar een verjaardag ging bereidde ik me automatisch voor op de opmerking over de kleur van mijn lange lokken. Voornamelijk volwassen mensen, of in ieder geval de mensen die hiervoor door moeten gaan, bleken het een uitdaging te vinden hier zo vaak mogelijk aan te refereren: ‘Later ga je het zeker verven?’ maar ook ‘Wat zou ik graag jouw kleur gehad hebben.’ Op straat word ik, ook door volwassenen, nageroepen met ‘ginger’, iets wat bij blonde en donkerharige mensen niet gebeurt.

Nu zet ik er vraagtekens bij

Ik begon mij steeds vaker af te vragen waarom mensen zich geroepen voelden – en het geoorloofd vonden – mij op alle mogelijke manieren duidelijk te maken dat de begroeiing van mijn hoofdhuid een rode kleur had, iets dat ik ondertussen zelf ook wel had geconstateerd. Ik kan u vertellen dat het als jong meisje niet gemakkelijk is steeds geconfronteerd te worden met het feit dat het spel der genen ervoor gezorgd heeft dat je door je haarkleur tot een kleine minderheid behoort. Onderdeel zijn van een minderheid maakt een mens kwetsbaar en het zorgde er bij mij voor dat ik mijn verdedigingsmechanisme ‘activeerde’. Ik leerde jong dat zelfspot, het laten zien dat je je bewust bent van jouw ‘eigenaardigheden’, ervoor zorgt dat mensen met je lachen in plaats van om je lachen. Ik noem mezelf dan maar ‘ginger’ voordat anderen het gaan doen. En als we door rood fietsen roep ik dat dat mijn ‘gingervoordeel’ is. Bij de dierentuin heb ik zelfs een keer gevraagd of ik hetzelfde voordeel kreeg als 65-plussers – omdat die groep ook ‘achtergesteld’ is.

Toch zet ik hier nu, jaren later, mijn vraagtekens bij. Hoe kan het dat in een land als Nederland, dat zich profileert als plek waar geen plaats is voor discriminatie, onze minderheid nog iedere dag met zijn neus op de feiten wordt gedrukt. Als men zich negatief uitlaat over buitenproportionele lichaamsomvang, een misvormd lichaamsdeel of de kleur van de huid is iedereen het over eens dat dit absoluut not done is. Maar roodharigen moeten wel voortdurend al het commentaar aanhoren dat velen onzeker en ongelukkig maakt. Hierbij moet u ook weten van het bestaan van de afspraak onder een groot deel van de deelnemers aan onze ‘tolerante’ maatschappij. Deze afspraak houdt in dat men elkaar mag slaan op het moment dat er een roodharige het gezichtsveld kruist. Ik kan u vertellen dat deze afspraak – die ook geldt voor DHL-busjes – een gevoel teweegbrengt dat zich tussen schaamte, schuldgevoel en onzekerheid ophoudt.

De Grote Van Dale en ik zijn het erover eens dat discriminatie letterlijk ‘ongeoorloofd onderscheid’ betekent. Waarom wordt de roodharigendiscriminatie hier dan over het hoofd gezien? Met een natuurlijke volhardendheid, kracht, die nergens mee te vergelijken is, weten we ons ertegen te weren.

Na de zeventien jaar die ik doorgebracht heb op deze aardbol, heeft deze kracht, dit rode vuur, ervoor gezorgd dat ik ondanks of misschien wel dankzij het vele commentaar, een mens met zelfvertrouwen en een onuitputtelijke bron zelfspot ben geworden. Mijn minderwaardigheidsgevoel is een minderheidsgevoel geworden, iets dat ik vol trots draag en dat elk jaar zijn hoogtepunt bereikt tijdens de Roodhaardag in Breda.

Ik ga er voor de zesde keer naar toe. Het is als een festival: lezingen, muziek, gelijkgestemden. Er wordt een groepsfoto gemaakt maar er zijn ook veel fotografen die individuele portretten maken. Het zelfvertrouwen wordt groter, je ziet dat je met veel bent en ervaringen kunt delen. Het is heel mooi dat uit alle hoeken van de wereld roodharigen naar Breda komen om met elkaar te zijn, dit geeft een gevoel van verbondenheid.

Ik hoop dat mijn kinderen, die de ontvangers zullen worden van mijn lievelingsgen, later op kunnen groeien in een maatschappij waarin rood haar als ‘cadeau’ wordt gezien en zij zich geen minderheid zullen voelen maar de ontvangers van een geweldig MC1R-gen.

Mijn koosnaam ‘ginger’ wordt ondertussen vaker gebruikt dan mijn eigen voornaam, ik word ’s zomers donkerwit en de komst van de zon is te herkennen aan de uitbreidende verzameling sproeten op mijn arm.

Pure chocolade krijgt een rode verpakking en zo heeft ook het meest pure van de mens een rode verpakking gekregen. Of zoals Midas Dekkers het zo mooi heeft verwoord: ‘Als roodharige ben je elke dag jarig’.

    • Nena Schenk