Column

Het lichte, het donkere en het stille Duitsland

Kort nadat Angela Merkel vorige week in het stadje Heidenau was uitgescholden voor verraadster van haar eigen volk, stond een groepje omstanders nog wat na te praten. De bondskanselier was al weer vertrokken. Ze had een tijdelijk opvangcentrum voor asielzoekers in een voormalige bouwmarkt bezocht. En ze had schande gesproken van de gewelddadige protesten tegen de komst van vluchtelingen in dit plaatsje bij Dresden.

De woorden van Merkel gingen heel Duitsland door en de wereld over. Maar daar op de stoep bij die bouwmarkt bleef men volgens een verslag in Der Spiegel met argwaan kijken naar het gebouw waar zo’n 400 vluchtelingen verbleven. Heb je die jonge kerels gezien, vol hormonen en zonder nuttige bezigheid? vroeg één van hen. Ik laat m’n kleindochter hier niet meer langs lopen, zei een ander. En toen gebeurde er iets onverwachts.

Een politieman ‘met zuidelijke trekken’, aldus het linkse weekblad, werd in het gesprek betrokken. Hij vertelde dat hij in 1980 in Duitsland was geboren, maar dat zijn ouders uit Afghanistan kwamen, gevlucht voor de oorlog met de Sovjet-Unie. De omstanders stonden met grote ogen te kijken. „Zijn Duits is onberispelijk”, vermeldt het stuk, alsof dat toch nog een hele verrassing was. Zijn naam wilde de agent niet noemen – niet uit angst, maar omdat hij in functie geen politieke mening mag hebben. „Deze man met Afghaanse ouders heeft de beginselen van de Duitse ambtenarij volledig verinnerlijkt”, schrijft de journalist bewonderend. Om er aan toe te voegen dat Duitsland in deze nazomer van 2015 verwarrende ervaringen kan opleveren: „Migranten in uniform die de Oost-Duitse kanselier moeten beschermen tegen een woedende Oost-Duitse menigte.”

Maar verwarrender is misschien nog wel iets anders. Het is of de vluchtelingencrisis, die in heel Europa tot zoveel handenwringen leidt, door de Duitsers gretig is aangegrepen om te bepalen wat Duitsland eigenlijk voor land is, en wil zijn. Een land van vreemdelingenhaat, waar asielzoekerscentra worden aangevallen, zoals in de eerste helft van dit jaar maar liefst 199 keer is gebeurd? Of juist een land waar vluchtelingen welkom zijn, meer dan in enig ander land van de Europese Unie; waar politici vreemdelingenhaat ondubbelzinnig veroordelen, zoals Merkel heeft gedaan; en waar de bondskanselier over het opnemen van honderdduizenden vluchtelingen nuchter zegt: we zijn een sterk land, we krijgen het voor elkaar.

President Gauck spreekt van het lichte en het donkere Duitsland. Zo tegenover elkaar gesteld kan de keuze niet moeilijk zijn. Der Spiegel had deze week op het omslag een donkere foto van een in brand gestoken opvanghuis voor asielzoekers, met in gotisch letters de kop Dunkles Deutschland. Maar op de pagina daarna een ‘tweede omslag’: een foto van een kinderfeest voor vluchtelingen, met kleurige ballonnen, een blauwe lucht en de kop Helles Deutschland.

Hoe bewonderenswaardig de Duitse opstelling in deze enorme humanitaire crisis ook is, het enthousiasme waarmee het nieuwe zelfbeeld alom wordt omarmd gaat aan iets voorbij. Hoe lang kan deze stemming standhouden? Goede opvang van de honderdduizenden vluchtelingen en migranten is nodig en belangrijk. Maar het zal ook moeilijk zijn, zowel voor migranten als voor veel Duitsers. En wie daar beducht voor is, en niet met ballonnen staat te juichen, hoort die dan per definitie bij het donkere Duitsland, zoals Merkel en Gauck suggereren? Als Duitsland niet oppast diskwalificeert het zo, in de euforie over de eigen goedheid, een groot deel van de bevolking dat nu stil is, maar zich grote zorgen maakt over de verandering van Duitsland in een immigratieland.