‘God keek en zag dat hij fout zat’

Hoe komt God er deze keer vanaf in de variant die Guus Kuijer geeft van 2 Samuël en 1 Koningen? Als een wispelturig en een wat eigenaardig figuur. Kuijer zet De Heere der Heerscharen met humor neer.

Bathseba in Jan Matsys’ schilderij ‘David en Bathseba’ uit 1562 Foto Louvre

Het aantal hervertellingen van de Bijbel overziende, zou men haast denken dat de uiteenlopende schrijvers van de Schrift-onderdelen flink wat steken hebben laten vallen. Dat boek kan beter, het kan anders: ook Guus Kuijer heeft dat gedacht. Na een hoogst respectabel oeuvre aan boeken voor kinderen en volwassenen te hebben gepubliceerd, zette hij zich aan een nieuwe Bijbelbewerking. Van zijn De bijbel voor ongelovigen verschenen tot nog drie delen, van Genesis via Exodus en Richteren tot het boek Ruth. In het nieuwe, vierde deel Koning David en de splitsing van het rijk vinden we Kuijers versie van grote stukken uit 2 Samuël en 1 Koningen.

De Bijbel hervertellen is een moedige onderneming. Elke nieuwe bewerking komt bovenop een Toren van Babel aan eerdere hervertellingen. Alleen al in Nederland heeft een schier onuitputtelijk aantal het licht gezien, getuige Bijbelse geschiedenis herverteld (2010), een lijvige inventarisatie door de Kampense hoogleraar C. Houtman. Elke geloofsrichting of lezersgroep zijn eigen hervertelling. Een met tranen doordrenkte voor de sentimentele consument: Gerrit Paape’s Simson (1789) en Salomon (1792), of Zedelijke verhalen uit den Bijbel, voor vrouwen en meisjes zoals Fenna Mastenbroek in 1822 haar hervertellingen noemde. Houtman bezag de Nederlandse situatie in 18e en 19e eeuw, Het genre bleef bloeien, in het buitenland niet minder. Van Hiram Wallace Hayes’ Bible Stories Retold from a Spiritual Viewpoint (1908) tot Nico ter Lindens zoetsappig pedagogische bestseller Het verhaal gaat (1996-2003).

Guus Kuijer beklom die enorme toren van hervertellingen en keek om zich heen. Waar nog een steentje gelegd? Hij ging zover flink door te metselen, een bijzonder originele bijdrage. Voor welke doelgroep ditmaal? Ongelovige mensen dus. Wat moeten die met Bijbelverhalen? Leo Taxils Bible Amusante was er bovendien, al gaat het er in deze rabiate ‘hervertelling’ uit 1882 vooral om te bewijzen dat de verhalen uit de Schrift niet kloppen. Opgegeven leeftijden, aantallen, maten en gewichten – volgens Taxil is het allemaal onzin. Maar dit is dit niet het type ongelovig mens dat Guus Kuijer op het oog heeft. Wat hij wil zeggen is dat de feiten in verhalen, ook in Bijbelverhalen, niet ter zake doen. Het gaat om wat hij ‘verhaalwaarheid’ noemt, en die verhoudt zich niet één op één tot de historische werkelijkheid.

Snuggerste

In dit vierde deel van De bijbel voor ongelovigen lezen we eerst de geschiedenis van David als hij de top van zijn leiderschap heeft gehad en zijn rijk in twee stukken uiteenvalt, en zelfs zijn heerschappij over Juda wordt bedreigd. Dan volgt het koningschap van zijn zoon Salomo. Kuijer past hierbij de truc toe uit de vorige delen van zijn hervertelling, door Bijbelse bijfiguren als vertellers in te schakelen. Davids bijvrouw Abigaïl, zijn zoon Absalom, en Salomo-concurrent Jerobeam. Nieuwe invalshoeken op de oude verhalen, een gouden greep. Zowel Absalom als Abigaïl beschrijven David als een vat vol tegenstrijdigheid. Wreed en vol liefde, rücksichtlos en voortdurend aarzelend. Een heerser op zijn retour, en een echt mens. Dat is het mooie van Kuijers Bijbelverhalen: hij vertelt ze in eenvoudige maar soms poëtische bewoordingen, en alle personages ‘kloppen’ psychologisch. Op eentje na misschien. Absalom zegt enkele keren dat hij niet de snuggerste is, wat moeilijk valt te rijmen met zijn nogal omstandige zelfanalyses.

Ook zijn bespiegelingen over ‘het verhaal’ zijn beslist niet van een simpele ijdeltuit: ‘Was het verhaal waarheid of schiep het waarheid, bestond er eigenlijk wel waarheid buiten het verhaal?’ Abigaïl, de tweede verteller in deel 4, is in haar intelligente zelfbewustzijn geloofwaardiger. Het mag dan Guus Kuijer zijn die door haar mond spreekt, maar ik geloof haar wel: ‘Het verhaal is niet in de eerste plaats de beschrijving van de waarheid, maar ik hoop dat alles verhaalwaar is wat ik heb opgeschreven.’ Ook Jerobeam vertolkt op een acceptabele manier de kritische wijze waarop Guus Kuijer zich tot de Bijbel verhoudt: ‘U ziet dus dat het woord ‘God’ wordt gebruikt om mensen onzin te kunnen verkopen als waarheid.’

De pest uitstrooien

Al deze uitspraken mogen dan wat verhaaltechnisch klinken, Guus Kuijer is intussen een meesterlijk verteller, en zijn Bijbel voor ongelovigen sleept je mee van begin tot eind. Je voelt je als lezer betrokken bij de talrijke dilemma’s van de oude David, die hem niet zelden in dadenloosheid doen verzanden. Je begrijpt hem. Ook ontroert Kuijer op vele bladzijden. Zo laat hij Abigaïl vertellen hoe David korte metten maakt met de nakomelingen van Saul, de door hem verslagen koning. Hij levert 2 zonen en 5 kleinzonen van Saul uit aan de hen vijandige Gibeonieten, die ze onmiddellijk doden. Abigaïl staat de moeder van de twee zonen bij in haar rouw, maar vooral in haar verzet tegen Davids wreedheid. Vrouwenverzet en solidariteit in Bijbelse tijden: Kuijer maakte er een onvergetelijke scene van. Liefderijk ten aanzien van de vrouw betoont hij zich ook elders. Zo blijft er van de verleiding door Bathseba (zij zou opzettelijk hebben gebaad op een plek waar David haar kon zien, waardoor ze het tot hoofdvrouw van de koning zou hebben geschopt) weinig over. Absalom vertelt dat het onzin is: ze hing slechts volledig gekleed de was op.

De hamvraag in een Bijbel voor ongelovigen is natuurlijk: hoe komt God ervan af? Het is bij Kuijer een wat eigenaardige, wispelturige figuur geworden. De Heere der Heerscharen wordt met humor neergezet, bijvoorbeeld in de scene als hij David diens volk heeft laten tellen, dan ineens besluit hem daarvoor met een pestepidemie te straffen, en dan daar halverwege weer op terugkomt: ‘God kreeg spijt! Snapt u? Hij had zeventigduizend mannen, vrouwen en kinderen horen kermen en zien creperen terwijl hij hen allemaal liefhad. Dus dat deed pijn natuurlijk. Arme God. Hij kreeg er de pest over in en toen de engel die hij had uitgestuurd om verderf te zaaien Jeruzalem binnenging, zei hij: „Ik heb er genoeg van. Stop ermee.” De engel was verbaasd omdat de drie dagen nog niet voorbij waren, maar wat kon hij anders doen dan gehoorzamen? Hij liet de hand zakken waarmee hij de pest had rondgestrooid en wachtte af wat het volgende bevel van zijn god zou zijn.’

Verrukkelijk. Guus Kuijer vertelde in interviews dat hij nog één boek nodig zou hebben om zijn Bijbel voor ongelovigen af te ronden. Ik hoop vurig dat het er tien worden.

    • Atte Jongstra