FNV kan wel klagen, maar 5 procent extra loon is niet mis

Het ultimatum is verstreken, dus neemt vakcentrale FNV de ongebruikelijke stap om drie ándere vakcentrales en de overheid voor de rechter te dagen. De inzet: het akkoord dat zij hebben gesloten over een raamwerk voor de arbeidsvoorwaarden van ongeveer 800.000 leraren en ambtenaren, van overheidspersoneel op Haagse ministeries tot agenten en gemeentewerkers.

Het akkoord voorziet na jaren zonder loonstijging in de publieke sector in een verhoging van 5,05 procent plus een eenmalig bedrag van 500 euro. De belangrijkste reden dat de FNV niet heeft getekend, is het verwijt dat de loonstijging deels een sigaar uit eigen doos is. Pensioenen worden straks verhoogd met de prijsstijgingen, als daar financiële ruimte voor is, niet meer met de loonstijgingen. Dat maakt lagere premies mogelijk, die voor jongeren later kunnen uitmonden in minder pensioen.

De becijferingen hierover moeten, zoals elke toezegging die pas over tientallen jaren wordt vervuld, met enige afstandelijkheid begrepen worden. In een bestek van tientallen jaren kan veel gebeuren dat tot een hoger of juist lager pensioen leidt.

De opstelling van de FNV is bevreemdend omdat de loonruimte in brede zin, dat wil zeggen het geheel van loon, pensioen en andere arbeidsvoorwaarden (vakantiedagen, ziektegeld, toeslagen, scholing), altíjd de onderhandelingsruimte is. Pensioenen zijn extra interessant voor de onderhandelaars omdat werkgevers en vakbonden samen de dominante bestuurders bij pensioenfondsen zijn. Het gesloten akkoord is wat dat betreft geen nieuwlichterij.

Het vuur waarmee de leiding van de FNV nu de afspraken aanvalt, onderstreept hoeveel er voor de centrale op het spel staat. Als de FNV het kort geding verliest, dreigt zij ook buitenspel te komen te staan als in de verschillende overheidssectoren de feitelijke, gedetailleerdere afspraken worden gemaakt. FNV is veruit de grootste centrale, maar is niet in elke sector even sterk.

Politiek gevoelig is de vraag of de overheid als werkgever de grootste vakcentrale zo van zich wil vervreemden. Hier staat oud-PvdA-Kamerlid Heerts, nu FNV-voorzitter, tegenover PvdA-ministers Plasterk (Binnenlandse Zaken) en Asscher (Sociale Zaken). Zij weten dat het sociaal activisme dat de SP voorstaat, onder deze omstandigheden in vruchtbare bodem valt.

De overheid moet een goede werkgever zijn, maar het begrotingstekort dicteert de grenzen. Gezien de strijdlust van de top van de FNV zijn werkstakingen straks niet uit te sluiten. Dat is een sociaal recht. Maar geen plicht. Wat wil de FNV bereiken? ‘Wij zijn tegen 5 procent loonstijging’ werkt niet op een spandoek.