En dan ineens is de vluchteling wel welkom

Het draagvlak voor vluchtelingen is onderhevig aan een krachtenspel. Daarin spelen politici, rolmodellen, media en incidenten een rol.

Schoenen voor vluchtelingen, met briefjes erbij

Een aangespoeld jongetje uit Syrië, het leek alsof hij sliep. Je zag de foto’s gisteren overal, in kranten en op sociale media. „Als deze beelden de houding van Europa jegens vluchtelingen niet veranderen”, schreef de Britse krant The Independent, „wat dan wel?”

Tegenstanders van een ruimer asielbeleid schetsen liever een ander beeld van vluchtelingen. Dat ze met de allernieuwste smartphones triomfantelijk selfies maken zodra ze gearriveerd zijn op een Europees strand. Dat ze ‘onze’ banen en huizen inpikken, of juist jarenlang niet werken en een uitkering nodig hebben.

Toont het ene beeld de wanhoop, het andere is gebaseerd op angst. Het roept associaties op met een oncontroleerbaar probleem. Combineer dat met termen als een continent dat ‘overspoeld’ raakt door een ‘stroom’ migranten – ‘watertaal’ waarin de Britse tabloids graag schrijven – en je hebt een sterk tegengeluid, zegt Leo Lucassen, directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan Universiteit Leiden. „Werkt direct op de emotie.”

Sentiment is fluïde, publieke opinie kneedbaar, wil hij maar zeggen. Wel of niet migranten opnemen? Hoeveel dan? Alleen zij die vluchten voor oorlog of ook die voor armoede? Het draagvlak voor zulke vraagstukken is onderhevig aan een krachtenspel waarin behalve beeld ook politici, rolmodellen, media en incidenten een rol spelen.

Zelfs Bild werd ‘pro’

De uitkomst van dat spel verandert continu. In Duitsland had vorige week al een golf van sympathie jegens vluchtelingen het online hardnekkige protest verdrongen. Zelfs boulevardblad Bild, van oudsher ‘anti’, stelde zijn opvattingen bij om geen lezers te verliezen – de vraag is voor hoe lang.

In Nederland verwelkomt ongeveer de helft van de bevolking nieuwe vluchtelingen, mits ze echt een veilige verblijfplaats nodig hebben, blijkt uit een recente enquête onder 1.019 Nederlanders door Stichting Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO). Economische migranten zijn minder welkom: 80 procent van de Nederlanders vindt armoede onvoldoende reden voor een verblijfsvergunning.

Om het draagvlak te vergroten riepen 139 bekende Nederlanders, van Linda de Mol tot Wim Pijbes, in een paginagrote advertentie gisteren in De Telegraaf op tot steun aan vluchtelingen. Incidenten, zoals de 71 lichamen die vorige week werden gevonden in een vrachtwagen in Oostenrijk, kunnen de publieke opinie helpen kantelen. Er komen nu ook in Nederland, in navolging van Duitsland, lokale initiatieven van de grond om vluchtelingen op te vangen.

Tegenkrachten die het sentiment bepalen zijn er ook. VVD-premier Mark Rutte, van grote invloed op ‘draagvlak’, is geen voorstander van ruimer asielbeleid. Hij zei vorige week vooral een betere verdeling van vluchtelingen te wensen „omdat de lasten nu wel heel erg terecht komen bij een paar landen: Nederland, Duitsland en Zweden”. Gisteravond hield PVV-voorman Geert Wilders bij de raadsvergadering in Zeewolde een betoog tegen de bouw van een nieuw asielzoekerscentrum. Nederlandse burgers hebben al genoeg problemen, help hen eerst, was zijn devies. Zijn sentiment tegen nieuwe asielzoekerscentra krijgt vooral op sociale media veel steun.

In Duitsland zijn de laatste maanden veel asielzoekerscentra bestormd door actievoerders, vaak gecoördineerd door rechts-extremistische groeperingen. Moeten we vrezen dat zoiets ook in Nederland gebeurt?

Die kans is niet zo groot, denkt Peter Rodrigues, hoogleraar immigratierecht in Leiden. In Duitsland is de voedingsbodem voor extreemrechtse sentimenten sterker. „Dat komt deels doordat de stem tegen asielzoekerscentra politiek veel minder is vertegenwoordigd dan in Nederland. In Duitsland worden politieke partijen met zulke standpunten moeilijk toegelaten, door het verleden. Actiegroepen als Pegida en extreem-rechts nemen die rol over. In Nederland is dat sentiment wel politiek vertegenwoordigd. Burgers gaan daarom zelf de straat niet gauw op.”

Tel daarbij op dat in Oost-Duitsland de werkloosheid hoog is en de bevolking pas na de val van de Muur kon wennen aan de komst van vluchtelingen, en je begrijpt waarom vooral in het oostelijk deel van Duitsland rechtsextremisten demonsteren tegen de komst van migranten. „Veel mensen in Oost-Duitsland voelen zich weinig gezien en zijn vatbaar voor populisme.”

Toetsenbordridders

In Nederland is extreem-rechts een gemarginaliseerde groep met circa 120 actieve leden. Wat deze leden zelf aan protest in Nederland verwachten? Florens van der Kooi, actieleider van het nationalistische Voorpost, ziet acties tegen asielzoekerscentra in Nederland voorlopig niet van de grond komen. „Of er moet echt stront aan de knikker zijn. Dorpsbewoners die ergens in conflict raken met asielzoekers, dan komen we in actie.” Maar het juiste moment voor acties heeft hij nog niet gevonden. En zomaar demonstreren heeft geen zin. „Dan loop je je rondje en mag je weer naar huis.”

Opstand, zegt Constant Kusters, voorman Nederlandse Volks-Unie, zal moeten komen vanuit de bevolking zelf. Maar ook hij ziet niet snel gebeuren dat burgers gaan optreden tegen „Pietje Puk uit Aleppo die hier alleen voor een uitkering komt”. Nederlanders ziet hij alleen op Facebook protesteren, niet in het echt. „Het zijn toetsenbordridders hè. Heel anders dan in Duitsland.”