‘Een vlieg heeft in zijn kop niets anders dan zijn goeie humeur’

In een gewezen kazerne in Turijn vertelt succesauteur Alessandro Baricco over zijn nieuwste roman waarin lezen verboden is. „En toch is de literatuur niet verloren.”

Alessandro Baricco: „Boeken hebben een grote toekomst, maar de literatuur is wel minder belangrijk geworden.” Foto Merlijn Doomernik

Alessandro Baricco (Turijn, 1958) vertelt hoe het schrijven hem soms verveelt. Hoe dat kan? Het is een vak, zegt hij, en hij beoefent het al heel lang. Verveelt hij zich dan sluist hij vreemde elementen zijn romans binnen. Grapjes, geiligheid, krankzinnige historische feiten. Hij verandert roekeloos van point of view, springt heen en weer in de tijd. „Ik ben een ontdekkingsreiziger. Altijd dwalen in dezelfde vallei is niks voor mij, ik wil bergen beklimmen waar nog nooit iemand is geweest.”

Het alfa van de literatuur is de vertelkunst, zegt hij, met Joseph Conrad als de beste. „Schrijvers als hij bewaken de oorsprong van de literatuur: ik vertel jou een verhaal, en dat schrijf ik voor je op.” Het omega zijn, volgens Baricco „de schrijvers die het schrijven zelf over het voetlicht brengen. Faulkner, Dos Passos, Christa Wolff.”

Voor elk boek ontwikkelt Baricco een nieuwe taal, ook voor zijn nieuwste, De jonge Bruid. „Daar heeft de taal een patina, een oude klank. En dat heb ik vermengd met drie of vier modernere vormen van het Italiaans. Vergelijk het met de keuze voor instrumenten. Samen spelen ze een symfonie.”

We zitten in een roodhouten collegezaaltje in de Scuola Holden, de opleiding voor ‘Storytelling & Performing Arts’ die Baricco in 1994 oprichtte. Ja, ‘Holden’ verwijst naar Holden Caulfield, van Catcher in the Rye. Twee jaar geleden verhuisde de school naar een voormalige kazerne, een indrukwekkende 19e eeuwse stadsburcht. Door het open raam sizzelt de warmte binnen. Turijn toetert. Twee vliegen achtervolgen elkaar. Dat komt goed uit, want nu kan ik het meteen vragen. Van die vlieg.

In ‘De jonge Bruid’ roemt u de vlieg als ‘onbegrijpelijk optimistisch’. Waar haalt u dat nou vandaan?

„Ik was aan het schrijven en zo’n beest landde op mijn arm. Weerzinwekkend. Ik wilde hem doodmeppen. Mis. Een vlieg raak je nóóit. Hij vloog op en keerde terug en ik besefte dat hij altijd naar dezelfde plaats terug komt. Zo’n vlieg heeft niets anders in zijn kop dan zijn goeie humeur. Dat vond ik zo beminnelijk dat ik hem mijn boek binnen haalde.”

Baricco’s mooiste hoofdpersonen doen denken aan zo’n vlieg. Maar dat durf ik niet te zeggen. Dus ik doe het anders.

Vaak lijken uw personages onwankelbare stofjes. Ze lijden en ze lachen en ze zweven door het leven, onaanraakbaar, of ze nooit hoeven te landen. De jonge Bruid ook weer. Waarom?

„Dat begrijp ik zelf niet precies. Ik probeer iets wezenlijks te zien, schrijf daar naartoe en grijp het vast. Verder verklaren doe ik niet. Dan maak ik het kapot.”

De jonge Bruid beschrijft een schatrijke familie in Piemonte aan het begin van de 20ste eeuw. Namen hebben ze niet, ze heten naar hun positie: de Moeder, de Vader, de Oom, de Dochter. Ze zijn ommuurd door tradities en erop gebrand alles te houden zoals het altijd is geweest.

Wie de klassieker De tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa kent, zal zowel de familie bekend voorkomen, als de jonge Bruid. De familie was haar vergeten maar op haar 15e verloofde de Zoon zich met haar. Hij is sedert jaren uit Italië verdwenen. Zij arriveert voor hun huwelijk, nu ze op huwbare leeftijd is. Niet dat er verder iemand op haar zat te wachten, maar ze wordt als permanente logee opgenomen, in afwachting van de terugkeer van de Zoon. Ze nestelt zich in de familie en die is weerloos tegen haar. „Die familieleden hieven de tijd op, ze zijn stilstaande punten. Maar de Bruid schiet ze als flipperballen uit elkaar, ” zegt Baricco.

Welke opdracht gaf u zichzelf met dit boek?

„Om te kijken wat er gebeurt als je het leven beschouwt als een lichamelijke ervaring. In deze roman wordt alles verteld via de ervaringen die het lichaam ons biedt, en via het effect van andere lichamen op dat van ons.”

U beschrijft mooi de vrouwelijke erotiek. Is dat moeilijk voor u?

„Niet alleen voor mij, voor iedereen. Schrijven over personages die boksen, een auto besturen of soldaat zijn, is niet moeilijker dan de seksuele beleving van een vrouw oproepen. Als je schrijver bent, dan kún je dat. En toch is seks lastiger, want het risico is groot. Eén kleine fout blaast je scène al weg. Je moet je realiseren wat je doel is. Wil je de lezer opwinden? Ik niet. In dit boek wil ik je meevoeren haar bed in. Ik wil je op jouw huid laten voelen wat zij voelt, aansluiten bij de herinneringen die jij hebt. Maar ik stop net voor de lezer seksueel geprikkeld wordt. Gebeurt dat wel, best, al is dat niet mijn doel. Mij gaat het om intensiteit en concentratie.”

Weet u voor een roman al bij het schrijven waar het naartoe gaat? Kent u de laatste zin?

„Min of meer. Ik weet altijd de een na laatste zin. Maar ambachtelijk gesproken zijn eigenlijk alle slotpassages van mijn boeken fout. Als docent van deze school zou ik ze afkeuren. In De jonge Bruid is zelfs de hele laatste bladzijde te veel [hierin worden de Zoon en de Bruid eindelijk herenigd, in het bordeel waar de Bruid zichzelf te werk heeft gesteld - red.]. Wat daar gebeurt betekent niks. Het is niet belangrijk, het is gewoon iets aardigs dat ik niet kon laten.”

In de familie in ‘De jonge Bruid’ is lezen verboden en daarbuiten is er niemand in geïnteresseerd. ‘Ik heb geen tijd om te lezen, zei hij – dat zeggen ze altijd’, staat er. Is de literatuur verloren?

„Ja, de mensen hebben geen tijd om te lezen, dat krijg ik ongeveer elke dag te horen. En toch is de literatuur niet verloren. Boeken hebben een grote toekomst, dat weet ik zeker. Maar de literatuur is wel minder belangrijk geworden. Geliefd bij een klein gezelschap en dat is een goed gezelschap. Intelligent en sympathiek, maar we zijn met weinig. Eind 19e eeuw waren de roman, de poëzie, de opera en, een beetje, het theater, de hoogste vorm van esthetische en emotionele ervaring. Dat is volslagen veranderd. Voor de meerderheid van de mensen zijn boeken geen noodzaak maar een van de vele mogelijkheden. Mooi, interessant, soms ontroerend, maar voor de betekenis van de wereld zoeken zij het bij de film. En die doet niet onder voor de literatuur. Integendeel. Ik kan over u een prachtige passage schrijven, waarmee ik uw hart en uw ziel vang. Misschien heb ik drie zinnen nodig. Maar de betere filmer doet het met één beeld. Eén hiëroglief is genoeg – en daar staat u. Dat is wat de mensen van nu verwachten: een verzameling indrukken die in een flits wordt samengevat.”

Dit echoot ‘De barbaren’, uw cultuurkritiek uit waarin u ‘de systematische sloop’ vaststelt van de traditionele westerse cultuur. U actualiseerde ‘De barbaren’ vijf jaar geleden met een nieuw laatste hoofdstuk. Moet er niet weer een extra hoofdstuk bij?

„Sterker, ik moet tijd vrij gaan maken om De Barbaren deel 2 schrijven. Toen ik dit boek schreef hield ik geen rekening met Facebook, waren er nog geen Twitter of Instagram en ook de economische crisis was nog in geen velden of wegen te bekennen.”

Uw twitteraccount zegt ‘this isn’t a fake’. Uw laatste tweet dateert van 18 april 2014, een dag na de dood van Gabriel García Márquez: ‘Ben ik de enige die gisteravond ging slapen terwijl ik Gabo las?’

„Ik twitter niet meer. Mijn medewerkers van de Scuola Holden drongen er op aan dat ik het zou doen, als een geschenk voor de lezers. Ik heb geprobeerd het vol te houden, maar het lukte niet.”

U heeft ruim 54.000 volgers.

„Jammer voor ze. Ik ben er niet tegen, de sociale media zijn logisch en coherent. Twitter is zeer sophisticated. Vermoedelijk verandert het de regels voor wat belangrijk is en wat er niet toe doet. En dat is op zich al interessant. Uit De barbaren kun je opmaken dat de sociale media heel goed passen bij de mens zoals hij zich heeft ontwikkeld.

„We moeten ergens naartoe met onze neiging tot geweld en Twitter kan een uitkomst zijn. Daar vallen soms slachtoffers bij. Dan wordt er één leven vernield, denk aan die Amerikaanse tandarts die in Zuid-Afrika die stomme leeuw doodschoot. Je kunt erover nadenken of dat het misschien waard is, als je de keuze hebt tussen de enorme oorlogen van de 20ste eeuw, of kleine uitbarstingen zoals uit de hand gelopen voetbalwedstrijden en ophef in de sociale media. Voor IS is oorlog een mogelijkheid, voor de VS, Europa, de westerse samenleving niet meer. Vergeleken met het maandelijkse aantal slachtoffers van een maand oorlog is één geruïneerd leven per maand weinig.”

Voor ‘De Barbaren’ deel 2 kunt u toch niet zonder persoonlijke ervaring met de sociale media?

„Als je de bewegingen van de wereld probeert te begrijpen, moet je afstand nemen. Ik vertrouw op wat me intuïtief treft. Ik onderzoek een onderwerp van dichtbij. Vervolgens distancieer ik me en observeer weer uit de verte. Een hoge vlucht, dat is het beste.”

    • Joyce Roodnat