Nieuw bewijs in Argentijnse zaak tegen ex-piloot Poch

De Nederlands-Argentijnse voormalige Transavia-piloot Julio Poch (63) is volgens het Argentijnse Openbaar Ministerie wel degelijk betrokken geweest bij het uitvoeren van dodenvluchten ten tijde van de junta die van 1976 tot 1983 in Argentinië regeerde. Dit hebben Argentijnse aanklagers woensdag gezegd tijdens de rechtszaak tegen Poch en een zestigtal andere verdachten, die sinds 2,5 jaar gaande is in Buenos Aires. De Argentijnse officieren van justitie schermen met documenten waaruit zou blijken dat Poch actief was in Operativo Sirena (Operatie Zeemeermin), een operatie waarin het Argentijnse en Paraguayaanse leger samenwerkten. De Argentijnse justitie zegt ook te kunnen bewijzen dat Poch wel in staat was met transportvliegtuigen te vliegen. Dergelijke toestellen zouden door het militaire bewind zijn gebruikt om duizenden mensen (‘subversieven’) uit de lucht in zee te werpen. Poch ontkent betrokkenheid en zegt als jachtvlieger voor de marine nooit in staat te zijn geweest transporttoestellen te besturen.

Poch zit sinds september 2009 vast.

Zijn advocaat Gerardo Ibañez zegt desgevraagd dat het OM „zich bedient van een grote hoeveelheid leugens en absurde beweringen”. Hij zegt alle beschuldigingen stuk voor stuk te kunnen weerleggen. (NRC)