Opinie

    • Guus Meershoek

De Politiecolumn: Minister en politie, kijk naar buiten

Veel moderne organisaties decentraliseren, maar de Nationale Politie organiseert zijn personeel alsof de Eerste Wereldoorlog aanstaande is. In de Politiecolumn recenseert politiewetenschapper Guus Meershoek de ‘herijking’ van de politiefusie door minister van der Steur.

Wie de 29 dicht bedrukte pagina’s  van de Herijkingsnota Nationale Politie van de minister van Veiligheid en Justitie  en de 79 pagina’s van het bijbehorende plan van de korpsleiding leest, wordt binnengezogen in een wonderlijke wereld van managers die beloven integraler te gaan sturen, aankondigen koppelvlakken tussen diensten aan te brengen en toezeggen anderen beter in positie te brengen. Een wereld waar alles in beweging is en het overzicht ontbreekt. Als de buitenwereld in beide stukken een enkele maal ter sprake komt, duiken alleen de ‘stakeholders’ op, de gezagsdragers en de managers van aanverwante organisaties. Onder de ruim 50.000 woorden die de politieleiding voor het herformuleren van haar plannen nodig heeft, is één maal het woord ‘burger’ te vinden.

Gelukkig zijn er nog heel wat politiemensen voor wie dat woord nog steeds een heel concrete betekenis heeft omdat zij ondertussen gewoon hun werk blijven doen, iedere dag weer de straat opgaan, onveilige situaties ongedaan maken en overtreders en overlastgevers corrigeren. Maar zij ervaren het hele circus wel als een loden last. De reorganisatie van de politie  is geen lonkend perspectief meer maar is haar eigen grootste sta-in-de-weg geworden.

Een lichtpuntje is dat de nieuwe minister, zoals Bob Hoogenboom terecht constateert, niet, zoals zijn voorganger, met peptalk elke tegenwerping in de kiem smoort maar een zakelijke toon aanslaat die ruimte biedt voor deliberatie. Alleen het woord ‘executiekracht’ detoneert nog. Prettig is ook dat de korpsleiding tamelijk openhartig de ondervonden problemen benoemt: de bevelshuishouding in de leiding, de nog steeds niet afgeronde herindeling van het personeel, de enorme beheerstaken van de leiding van de eenheden en de basisteams, de onzekerheid onder het personeel.

Wat echter ontbreekt, is een diagnose. Alle partijen lijken zich te hebben verenigd op basis van de gedachte dat bij de start van de reorganisatie teveel hooi op de vork is genomen. Bij gebrek aan een goede diagnose is ook de gekozen uitweg weinig overtuigend. De minister geeft de korpsleiding flink wat meer tijd en geld, belooft de burgemeesters dat de lagere politiechefs hun wat beter van dienst zullen zijn  en maakt het Openbaar Ministerie gelukkig met de zoveelste investering in de kennis en kunde van de recherche. De korpsleiding belooft op haar beurt de herindeling van het personeel snel af te ronden en de leidinggevenden op lager niveau meer speelruimte te bieden.

Allemaal sympathieke toezeggingen maar als geheel een te weinig doortastende aanpak. Te verwachten valt dat deze niet opgewassen is tegen de taaiheid van de nieuwe hierarchie en dat over enkele jaren de problemen alleen maar groter zullen zijn geworden.

De diagnose van Hoogenboom deel ik echter niet. Hij lokaliseert de bron van de misère in het oude, regionale bestel en stelt dat de toenmalige problemen nog steeds voortwoekeren. Ik vind die conclusie te gemakkelijk. Met recht hekelt hij  de simplistische, piramidale gezagsstructuur (‘stalinisme’)  met haar destructieve impact op complex, modern politiewerk. Terwijl burgers de modernste sociale media gebruiken, criminelen al netwerkend met het grootste gemak deskundigen voor hun karretje spannen en belangrijke maatschappelijke partners van de politie zoals de Jeugdzorg hun organisatie decentraliseren, organiseert de politie haar personeel alsof het een legermacht uit de Eerste Wereldoorlog is. Maar die gezagsstructuur heeft zijn oorsprong in de reorganisatieplannen, niet in het door hem gehekelde oude bestel.

Een goede lezer maakt uit beide nota’s op dat die op de centrale staat gerichte hiërarchische visie  op de politieorganisatie nu al overleefd is. Dodelijk is alleen al het feit dat politiepersoneel de opgerichte zich uitsplitsende hiërarchieën smalend ‘de hark’ noemt. Dat wil niet zeggen dat de alternatieve, nog wel in brede kring binnen de politie gedragen visie van het wijkgericht werken in teamverband soelaas biedt. Ook die reikt niet meer naar de buitenwereld. Wat nodig is, is een visie op wat de samenleving nu en in de nabije toekomst van de politie vergt. Bij gebrek daaraan vallen politiemanagers ten prooi aan de aan het vak inherente controledrang die tot overmatige hiërarchievorming leidt, tot afsluiting van de samenleving en tot gebrek aan vertrouwen in de vakbekwaamheid van het eigen personeel. Vooral dat laatste is kwalijk omdat het inventieve, sociaalvaardige Nederlandse politiepersoneel sterk afhankelijk is van informele onderlinge vertrouwensbanden.

Politiewerk is uitvoerend werk. Gelukkig gaan nog dagelijks vele tienduizenden politiemensen de straat op. Zij verdienen (evenals de verplegers en onderwijzers) een beter salaris maar zij verdienen bovenal niet teveel overlast van de eigen (re)organisatie. Om daar een einde aan te maken is een inspirerende visie op het politiewerk van de toekomst nodig die het management uit de naar binnen gekeerde modus haalt. Laat de minister met wat deskundige hulp vaststellen welke behoefte wij als burgers in 2020 aan politiezorg zullen hebben. En dan samen met het parlement beslissen in welke van die behoeften de gereorganiseerde politie gaat voorzien. Aan de vakmensen in de korpsleiding rest dan de opgave aan te geven hoe de benodigde diensten het best in de organisatie kunnen worden ingebed. Hoogenbooms veranderkundigen mogen daar dan nog even hun licht op laten schijnen. Of die visie uiteindelijk inspirerend is, valt niet bij voorbaat te zeggen. Wel dat wij burgers en het politiepersoneel dan weten waar we aan toe zijn.

 

Guus Meershoek is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.

    • Guus Meershoek