Als de anti-regeerders gaan regeren...

Donald Trump bij de Republikeinen in Amerika, Jeremy Corbyn bij het Britse Labour: populistische uitdagers zetten de boel op hun kop. Het partijestablishment weet zich geen raad. Bij de Republikeinen duurt de strijd nog maanden, maar bij Labour is het al de paniekfase: volgende week zaterdag wordt de winnaar van de leidersverkiezing bekend. In alle polls gaat de linksradicale pacifist Corbyn op kop. Hij zit sinds 1983 in het Lagerhuis en is de antithese van de partijvernieuwing die Tony Blair en Gordon Brown in 1997 aan de macht bracht. Vrijwilligers zijn enthousiast, maar volgens velen wordt Labour volstrekt onverkiesbaar. „Ik geef toe: ik begrijp er inderdaad niets van”, schreef Blair deze week in The Guardian. Hij signaleert een trend waarin behalve Trump en Corbyn ook de Schotse nationalisten, Syriza of Marine Le Pen passen. Hij ziet een „politiek van een parallelle werkelijkheid”, waarin „redelijkheid een ergernis is, bewijsmateriaal verstrooiing en emotionele impact koning” en waarin „alleen telt dat je je er goed bij voelt”. In gesprekken met Corbyn-fans voelt Blair zich alsof hij tegen Alice in Wonderland praat: ervaring telt niet en geen praktisch argument dringt door. Terwijl wie dingen wil veranderen wel eerst verkiezingen moet winnen.

Daar houdt de vergelijking op. Jeremy Corbyn zal Downingstreet 10 niet halen. Donald Trump laat niet alleen de andere Republikeinse kandidaten achter zich, hij zou ook tegen Hillary Clinton niet bij voorbaat kansloos zijn. Steeds wordt hij onderschat. Trump is „Amerika’s Pim Fortuyn” schreef Derk Jan Eppink al in juli in de Volkskrant. Met foute grappen over Mexicanen of Chinezen boort hij maatschappelijk ongenoegen aan over illegale migratie, criminaliteit en banenverlies door de globalisering. Net als Fortuyn wordt hij als clown weggezet door het establishment van progressieve en conservatie zijde. En ondanks tal van flaters is hij in de peilingen voorlopig niet kapot te krijgen. Bij de Democraten heeft Hillary Clinton haar eigen uitdager op de flanken: de socialist Bernie Sanders. Ook hij verwoordt frustratie en woede van gewone Amerikanen, over de ongelijkheid tussen rijk en arm en het falen van de politieke klasse. „Mijn kiezers zijn gewone mensen die ziek en moe zijn van politics as usual.” Dat zei Sanders, maar het had Trump kunnen zijn. Het Amerikaanse politieke veld splijt zo op stijl, dwars door de ideologie heen. Zwart-wit simplisme tegen nuances. De uitdagende flanken tegen het gevestigde midden. Een flapuit en een radicaal tegen de zoon-en-broer en de echtgenote van een oud-president. De „anti-regeerders” tegen de „regeerders” (aldus Elizabeth Drew in de New York Review of Books).

De crux is wat er gebeurt als de „anti-regeerders” aan de macht komen. Bepaalde plannen mogen onhaalbaar, bepaalde beloften onhoudbaar en in strijd met de logica zijn, ze kunnen wel emoties en energie losmaken die deel van de werkelijkheid worden (zoals ook Blair in zijn stuk erkent). Als de kiezers het willen, kan Alice uit Wonderland tevoorschijn stappen, dwars door de spiegel heen. Zoiets gebeurde in januari in Griekenland toen Syriza de verkiezingen won. Als premier heeft Alexis Tsipras inmiddels ervaren hoe de werkelijkheid voelt, hoe bestaande verhoudingen, verwachtingen of afspraken het handelingsvermogen van een klein land inperken. Voor hem spreekt dat hij niet terugvlucht in fantasie, maar zich woordvoerder maakt van wat mogelijk is.

In de slag om communicatie staan de „regeerders” op achterstand. Aan hen om de kiezers te vertellen over complexiteit, over botsende waarden en belangen, over compromissen en inschikken en hoe verdomd moeilijk het samenleven in een democratie is. Liefst voor de schade niet meer kan worden hersteld.

    • Luuk van Middelaar