100 asielzoekers openen Theaterfestival

Regisseur Ola Mafaalani opende gisteren het theaterseizoen met een controversiële actie en een vlammende speech. „Doe iets!”

Eerder openden onder anderen Ronald Plasterk, Jet Bussemaker, Pierre Audi en Joop van den Ende het nieuwe theaterseizoen, met een speech in de Stadsschouwburg, maar dit jaar ging het podium naar ruim honderd asielzoekers.

Regisseur en directeur Ola Mafaalani van het Noord Nederlands Toneel sprak gisteren de Staat van het Theater uit, de traditionele ‘State of the Union’ van de theatersector, bij de opening van het Nederlands Theaterfestival. Doorgaans betreft die speech een intellectuele oproep aan theatermakers, om beter samen te werken of de Haagse lobby te versterken.

Maar Mafaalani, zelf Syrische, benutte haar spreektijd voor de goed gevulde zaal voor een vlammend betoog over de vluchtelingenproblematiek. In een emotionele theaterperformance, muzikaal begeleid door de Eef van Breen group, deelde ze haar podium met ruim honderd asielzoekers, afkomstig uit AZC’s in Deventer en Utrecht – mannen, vrouwen en kinderen, sommigen pas net een dag hier.

Hoe kunnen we accepteren dat over deze mensen wordt gepraat in termen van ‘instroom’ en ‘tsunami’?, vroeg Mafaalani de verbouwereerde zaal. Het is tijd om politici te vragen verantwoording af te leggen voor hun maatschappij, zei zij. En de aanwezigen, veelal kunstenaars, spelen daarbij een cruciale rol. Zij kunnen, moeten, het geweten van de samenleving zijn, aldus Mafaalani. Want op dit moment schiet Nederland, schiet Europa, in menselijkheid volstrekt tekort. „Geschiedenisboeken worden nu geschreven”, zei ze, „en hoe staan wij erin?” Haar speech, en vooral haar onverwachte gasten, werden op een lange staande ovatie onthaald.

Na afloop, in het debat ‘Na de Staat’ onder leiding van Clairy Polak, was er ook stevige kritiek. Het statement van Mafaalani zou gemakzuchtig pamflettisme zijn, vanuit een misplaatst en zelfs „gevaarlijk” gevoel van morele superioriteit. Dichter en theatermaker Marjolijn van Heemstra waarschuwde voor eendimensionaal sentiment, en stelde dat het de taak is van de theatermaker ook de tegenstem te laten horen. Met oppervlakkig engagement zet je jezelf in het serieuze politieke debat buitenspel, vond ook recensent en dramaturg Robbert van Heuven. Onder het publiek leefde het bezwaar dat Mafaalani de asielzoekers zwijgend opvoerde, als decorstuk. Mafaalani: „Deze mensen staan nu aan de bar, ik heb ze hier gebracht. Je kan gewoon met ze gaan praten.”

Op dat punt kan het effect van Mafaalani’s actie in elk geval niet worden onderschat: dat nu ruim honderd vluchtelingen uit onder meer Syrië en Eritrea in de schouwburg rondliepen, en het aanwezige publiek van theatermakers en prominenten met hen in gesprek kon gaan. Die ontmoeting is in deze tijd cruciaal, en werd door Mafaalani mogelijk gemaakt. Voor wie zelf die volgende stap nam, althans.

    • Herien Wensink