Wie wint de Poelifinario?

Maandag worden de cabaretprijzen uitgereikt. De beste shows stonden elk voor een andere richting in het cabaret.

Drie cabaretiers staken vorig seizoen met kop en schouders boven de rest van het veld uit: André Manuel met zijn programma Het geval apart, Daniël Arends met Carte Blanche en Micha Wertheim met Micha Wertheim Voor Zichzelf. Kwalitatief deden ze weinig voor elkaar onder, maar inhoudelijk staan ze voor een andere bloedgroep in het cabaret. De drie cabaretiers, die dit seizoen nog uitgebreid met hun genomineerde programma op tournee gaan, sprongen er oo elk om een andere reden uit: Arends had de geestigste voorstelling, Manuel de meest geëngageerde, Wertheim de artistiek gezien meest interessante.

De jury van de Poelifinario voor de meest belangwekkende cabaretvoorstelling van het seizoen 2014/2015 deed keurig zijn werk door deze drie programma’s te nomineren. Wie tot winnaar wordt verkozen, wordt verkozen maandag bekend gemaakt. Dat Wertheim en Arends hun nominatie weigerden, is voor de toekenning van de prijs overigens geen probleem. Beide cabaretiers kunnen de Poelifinario ook winnen als ze hem niet in ontvangst wensen te nemen.

Achter de sterkste drie van het jaar was er een ruime keuze aan mogelijke mededingers. De jury koos, om veel minder duidelijke redenen, voor de vrouwelijke duo’s Plien & Bianca met Gaat het nog door? en De Bloeiende Maagden met Toen neuken nog gewoon was.

De Neerlands Hoop, voor de meest belovende theatermaker(s) met het grootste toekomstperspectief, wordt eveneens maandag uitgereikt. Voor die aanmoedigingsprijs zag de jury maar twee kandidaten in aanmerking komen: het mannenduo De Partizanen met hun gelijknamige debuutvoorstelling en Henry van Loon met zijn derde programma Sluimer. Ook deze twee genomineerden onderscheidden zich duidelijk van elkaar. De Partizanen brachten een geoliede, wervelende sketchshow, terwijl Van Loon een artistiek gezien ambitieuzer en experimenteler programma had, maar daar niet helemaal goed uit kwam. De vraag voor de Neerlands Hoop is wat meer potentie heeft: de durf van de een, die risico neemt zonder te slagen of het zo snel al gepolijste vakmanschap van de ander?

Reusachtige tirade

Het keuzeprobleem bij de Poelifinario is groter. Wat André Manuel doet in Het geval apart is een reusachtige tirade opzetten: tegen religie, tegen moslims in het bijzonder, zonder de christenen te vergeten, tegen het koningshuis en tegen de verkwanseling van waarden. Manuel is geestig en vaak doeltreffend. Gebrek aan subtiliteit is in dit programma een stijlmiddel. Zonder dat een duivelse grijns zijn gezicht verlaat, bulldozert hij met ouderwets harde, provocerende grappen het publiek plat, onderwijl de stelling innemend dat het theater de laatste vrijhaven is van het vrije woord. Dat noemt hij „de uiterste consequentie van de vrijheid van meningsuiting: het ondergaan van belediging tot op het bot”. Met zijn beledigingen kraakt Manuel het bot van ieders overtuiging, maar wat nog ontbreekt, zijn prikkelende gedachten die verder dan de belediging komen. Als sociaal-realist Manuel wint, dan is dat een overwinning voor de overtuiging dat cabaret het publiek een geweten moet schoppen.

In Carte Blanche maakt Daniël Arends cabaret waarin de cabaretier zichzelf en de psyche van de mens tracht te doorgronden. Carte blanche is een openbaar zelfonderzoek dat zich richt op wat nep en echt, op wat schijn en wezen is. Wat Arends aan de kaak stelt, is dat mensen zich anders gedragen dan ze zijn om zichzelf te beschermen tegen de wereld, om vervolgens te besluiten dat ze echt zijn zoals ze zich voordoen. Ze nemen een rol aan. Deze serieuze observaties lardeert hij met onnoemelijk veel ijzersterke, vlijmscherpe grappen. Middenin zijn optreden acteert Arends een existentiële crisis, omdat hij ook ageert tegen de rol die hemzelf wordt opgedrongen. Die breuk met de conventie van de onstopbare grappenmaker is gewaagd en spannend, maar Arends zet niet door. De ontmaskering van zijn eigen optreden levert nauwelijks een kentering van zijn betoog op. Als expressionist Arends wint, dan is dat een bevestiging van de opvatting dat cabaret een hoogst persoonlijke kunstvorm over de menselijke identiteit is, met als grootste waarde dat er zoveel mogelijk te lachen valt.

Listig

In Micha Wertheim Voor Zichzelf zoekt zoekt Wertheim zoals altijd de grenzen van het cabaret op. Welk verhaal of wat voor grap Wertheim ook vertelt, hij houdt ook de wijze waarop humor tot stand komt tegen het licht. Elk verhaal dat hij vertelt is dit keer een metafoor, een stut in een ironische constructie om te demonstreren dat hij eigenlijk geen voorstelling wil maken. En of het publiek dit nu doorheeft of niet, Wertheim biedt geen uitweg uit zijn listige monoloog. De huiskamer die zijn decor vormt ruimt hij gaandeweg op: weg met het realisme. Het ongemak dat Arends bij vlagen etaleert over de relatie tussen performer en publiek is bij Wertheim tot in zijn uiterste consequentie doordacht. Als postmodernist Wertheim de Poelifinario wint, dan is dat een keuze voor het idee dat cabaret een geheel eigen kunstvorm is, waarvan de grenzen niet bepaald zijn en de mogelijkheden nog niet uitgeput.

Tot de mooiste voorstellingen van het jaar behoorde ook Louter van Nathalie Baartman. In haar vijfde programma geeft de Tukkerse een slimme, poëtische en wonderlijk lichte draai aan grote en actuele thema’s. een gloed van oprechtheid doortrekt haar verhalen. Als ze een Roemeens bouwvakker haar liefde voor zijn land betuigt en de Roemeense versjes die ze kent opzegt, dan vergelijkt ze met hoe blij zij zou zijn als migrant met heimwee in Iran, waar een Iraniër Berend Botje zou declameren. Haar met waarachtige verwondering geladen blik is aanstekelijk, zoals wanneer ze ordelijkheid in Nederland definieert met de zin: „In Putten vind je nooit een vork op straat.” Tegelijk weet ze haar angst voor de boze buitenwereld en haar onmacht om daar verandering in te brengen met geestige en wrange waarachtigheid te formuleren. Met haar zachtmoedig absurdisme heeft ze een eigen stem in de vaak van testosteron overlopende cabaretwereld. Een nominatie voor Baartman zou een steun zijn geweest voor cabaret dat wil de taal wil laten zingen en dat onbevangenheid boven intellectueel vertoon stelt.

Het seizoen 2014/205 was sterk genoeg om nog andere mogelijke runners-up voor de cabaretprijzen aan te wijzen. De spitse redeneringen van Pieter Derks waren een lust voor de denkende toeschouwer, Richard Groenendijk bespeelde met gevoel voor venijn en drama zijn publiek en Van der Laan & Woe hadden een doortimmerde show over het eeuwig onfatsoen van de mens. De balans tussen politiek en persoonlijk bij de gedreven Louise Korthals was niet ideaal, maar een programma met drie liedjes die zo de Annie M.G. Schmidtprijs (voor beste theaterlied) kunnen krijgen, verdient meer. Beide keren dat ik Zonder voorbehoud bezocht hield ik het niet droog.

Voor liedkunst had deze jury weinig oog. Het eerste avondvullende programma van de vrouwenduo Yentl & De Boer, De meisjes, werd genegeerd, terwijl daar nota bene al het lied in zat (Ik heb een man gekend) dat dit jaar de Annie M.G. Schmidtprijs won. En een ander lied dat nog beter is (Heel lang geleden). Geen Neerlands Hoop-nominatie voor hen, terwijl niemand nog zal ontkennen dat deze twee vrouwen Nederland gaan veroveren.

Wie moet de Poelifinario winnen? Al die verschillende richtingen doen het cabaret bloeien. Maar het zou goed zijn als het cabaret weer eens hardop uitspreekt dat het ook kunst wil zijn. Het cabaret moet zich durven afzetten tegen de gorgelende lach waarop de spelshows op tv zich richten. Daar past een Poelifinario bij – een prijs die de verheffing van het vak beoogt – die originaliteit en vernieuwing omarmt. De Poelifinario komt Micha Wertheim toe.