Volgend jaar bent u de eerste

Gouden tip: laat je in januari opereren. Dan zijn de wachtlijsten het kortst.

Orthopedisch chirurg Marcel Driessen Foto Robin Utrecht

Orthopedisch chirurg Marcel Driessen (62) verwierf in 2001 landelijke bekendheid door een luchtbrug naar het Spaanse Alicante te openen voor mensen die een kunstknie nodig hadden en in Nederland op een wachtlijst waren terechtgekomen. Doordat de overheid structureel te weinig geld uittrok voor gezondheidszorg, stonden op het hoogtepunt van de wachtlijstmisère 26.000 mensen op de wachtlijst voor een nieuwe knie. De gemiddelde wachttijd was zo’n acht maanden.

Driessen hielp met zijn actie in de loop der jaren honderden patiënten aan een Spaans-Nederlandse knieprothese. Binnen een week uit en thuis, inclusief revalideren aan de Middellandse Zee. Met zijn stunt wees de arts meteen op de weinig efficiënte Nederlandse gezondheidszorg.

Maar vijftien jaar en een ingrijpende stelselwijziging later zijn de wachtlijsten niet weg. Afgelopen maand, blijkt uit statistieken van onderzoeksbureau MediQuest, hadden verreweg de meeste ziekenhuizen in Nederland (op samen bijna duizend afdelingen) wachtlijsten die de norm overschrijden. En ook al zijn ze vaak minder lang dan destijds, voor de patiënt is meer dan ooit onduidelijk waar hij aan toe is. Driessen, werkzaam bij de kliniek Orthopedium: „Het is een ondoorzichtig proces voor de patiënt.”

Oorzaken

Het wachtlijstprobleem is een veelkoppig monster. Een klassieke oorzaak is een gebrek aan medisch specialisten. Dat is duidelijk te zien aan de wachtlijsten voor patiënten met chronische pijn. Deze zijn voor de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie „structureel te lang”. Ondanks uitbreiding van het aantal specialisten kan de groeiende patiëntenstroom niet worden opgevangen.

Bij Ziekenhuisgroep Twente is de wachttijd voor een bezoek aan de pijnpoli acht weken te lang. Daarmee is het ziekenhuis nog niet eens ‘koploper’ op de ‘wachtlijsttop-10’. „We zien een toename in het aantal patiënten die worden doorverwezen naar de pijnpolikliniek”, verklaart de woordvoerder. „En we hebben tijdelijk te maken gehad met een verminderde beschikbaarheid van pijndokters.”

Ook andere regionale ziekenhuizen kampen met structurele problemen. Ziekenhuisgroep ZorgSaam in Zeeuws-Vlaanderen moet op allerlei afdelingen gaten dichten. Directeur patiëntenzorg Bas Rikken somt op: „Op de afdeling gynaecologie was één van de specialisten voor een tijd met onbetaald verlof naar Afrika. Bij pijnbestrijding gingen in één klap drie Belgische anesthesiologen weg en ging een ander met pensioen. En op de afdeling kaakchirurgie ging een specialist met pensioen die door zijn maatschap niet vervangen werd. Door onze ligging is het voor ons niet zo gemakkelijk nieuw personeel aan te trekken.”

Nieuw probleem

Orthopeed Driessen, werkzaam in de Randstad, heeft te maken met een probleem dat vijftien jaar geleden nog niet bestond. Toen werden wachtlijsten in ziekenhuizen veroorzaakt doordat de overheid te weinig geld uittrok voor de gezondheidszorg. Er waren te veel patiënten en te weinig specialisten. Dat is nog steeds zo, maar inmiddels zijn ook afspraken tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars een belangrijke rol gaan spelen.

Driessen schetst dat sommige klinieken, ongeveer vanaf september, net als vroeger ‘nee’ moeten verkopen aan nieuwe patiënten – ook al is er nog wel operatiecapaciteit. Het ‘productieplafond’ (budget) dat aan het begin van het jaar werd afgesproken met de zorgverzekeraar, is dan op.

Driessen: „Overschrijden van een productieplafond kost de kliniek geld. Voor extra geld hoef je bij sommige verzekeraars niet aan te kloppen. Als jouw verzekeraar een laag productieplafond heeft afgesproken met een kliniek, kan een patiënt na de zomer soms lastig terecht. Je moet dan naar een andere kliniek, of je kunt pas weer in januari terecht. Natuurlijk proberen wij de patiënt ergens onder te brengen, maar daarmee is zijn vrije keuze wel weg.”

Medisch directeur Piet Meurs van het Oogziekenhuis Eindhoven bevestigt dat verhaal. „Op dit moment stoten wij ons hoofd al, bij een ander dreigt het. Tegen de patiënt van de ene verzekeraar zeggen we dus: u kunt over een paar weken terecht, de andere verzekerde is pas volgend jaar weer welkom.”

Bij een rondgang langs Nederlandse ziekenhuizen en medisch specialisten blijkt het verhaal van de productieplafonds algemeen bekend. Maar voor patiënten is het ondoorzichtig. Toezichthouder NZa heeft de verzekeraars opgeroepen tegenover patiënten transparant te zijn over het bestaan van de plafonds.

Gevolgen

Een bekend gevolg van dergelijke budgetafspraken is dat academische ziekenhuizen zoveel mogelijk eenvoudige operaties afstoten. Die leveren namelijk minder op dan gecompliceerde ingrepen. Zo heeft het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam de langste wachttijden van Nederland voor het aanbrengen van heupprothesen en knieprothesen. Patiënten moeten er gemiddeld zes maanden op wachten. Dit geldt ook voor relatief eenvoudige ingrepen als sterilisatie bij mannen (vier maanden) en oorbuisjes bij kinderen (ruim tweeënhalve maand).

AMC-woordvoerder Frank van den Bosch: „De vraag naar complexe zorg in ons academische ziekenhuis groeit al jaren. Er is daardoor weinig plaats voor eenvoudige ingrepen. Dat komt ook door het inkoopproces van de zorgverzekeraars; zij kopen minder eenvoudige behandelingen bij ons in, want die kunnen ze in andere ziekenhuizen goedkoper krijgen. Wij hebben een duurdere infrastructuur en we vinden het ook niet erg om die patiënten te missen.”

Ook andere academische centra voeren actief ontmoedigingsbeleid bij ‘eenvoudige ingrepen’. Wie zich deze week meldt voor een galblaasverwijdering in het Rotterdamse Erasmus MC, moet 52 weken wachten.

Zorgverzekeraars zijn er niet blij mee dat de patiënt de dupe kan worden van hun onderhandelingen met ziekenhuizen. Geertjan Mellema, adviserend arts bij brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland: „Als een ziekenhuis vijftig knieoperaties heeft gepland en ingekocht, en patiënt nummer 51 komt binnen, dan moeten ze die patiënt ook behandelen. Daar krijgen ze geen geld meer voor, maar op dat punt moeten ze hun verlies nemen en tijdens de onderhandelingen het jaar erna meer budget vragen. Het budgetspel spelen over het hoofd van de patiënt, vind ik onheus.”

Zorgverzekeraars wijzen erop dat de patiënt – via de wachtlijstbemiddeling die zij aanbieden – naar een ander ziekenhuis met een kortere wachtlijst kan worden geholpen. Dat vindt orthopeed Driessen onzin: „Waar blijf je dan met je verhaal over marktwerking en vrije artsenkeuze op basis van kwaliteit?”

Voor patiënten die hoe dan ook bij een bepaalde behandelaar willen worden geholpen, heeft Driessen één advies: „Meld je in januari, dan speelt de discussie over productieplafonds nog niet. Veel patiënten zijn dan huiverig om hun eigen risico aan te spreken, anderen weten nog niet precies wat hun verzekering vergoedt en wachten om die reden. Dus in de eerste drie maanden van het jaar hebben veel ziekenhuizen alle tijd. Maar kom je na de zomer, dan kan het al snel lastig worden.”