Vlaamse uitgevers vieren grotere zelfstandigheid

Nadat De Bezige Bij Antwerpen als zelfstandige uitgeverij werd opgeheven, begon de oud-hoofdredacteur voor zichzelf.

Foto Thinkstock

Het nieuwe culturele seizoen betekent ook een frisse wind voor het Vlaamse literaire leven. Per 1 september is daar Uitgeverij Polis begonnen, het project van Harold Polis, die begin dit jaar met veel ophef vertrok als uitgever bij De Bezige Bij Antwerpen. Polis’ ambitie: laten zien dat je in Vlaanderen wel degelijk goede boeken kunt maken voor het Nederlandse taalgebied.

Over die stelling ontstond eind vorig jaar een emotioneel debat, toen het Nederlandse uitgeefconcern WPG aankondigde dat het in 2010 door Robbert Ammerlaan opgerichte De Bezige Bij Antwerpen zou ophouden te bestaan als zelfstandige uitgeverij. Het huis, dat een grote rol vervulde in het Vlaamse literaire leven, werd ingevoegd bij De Bezige Bij in Amsterdam. De vrees was dat Vlaanderen haar literaire aangezicht zou verliezen. Vlaamse auteurs spraken er schande van: het kon niet anders dan dat er vanuit Nederland minder oog zou zijn voor Vlaamse auteurs. Hoe is dat uitgepakt?

De Vlaamse literaire wereld is aanzienlijk kleiner dan de Nederlandse, en wordt gedomineerd door een handvol uitgeverijen. Veel belangrijke Vlaamse auteurs brengen hun werk uit bij Amsterdamse uitgeverijen, zoals Prometheus (Tom Lanoye, Herman Brusselmans, Griet Op de Beeck), AtlasContact (Dimitri Verhulst) en De Bezige Bij (David Van Reybrouck, Stefan Hertmans, Peter Terrin).

In Vlaanderen bestond het speelveld vooral uit De Bezige Bij Antwerpen, Manteau, Lannoo en Van Halewyck. Daar is Uitgeverij Polis bijgekomen, een belangrijke toevoeging op zo’n klein aantal.

Polis (44) mocht van WPG aanblijven als hoofdredacteur, maar zou minder bevoegdheden krijgen. Hij bedankte en besloot voor zichzelf te beginnen. Polis vond onderdak bij uitgeefconcern Pelckmans, een familiebedrijf dat vooral educatieve boeken publiceert.

Bij De Bezige Bij is vanaf april Katrijn van Hauwermeiren (28) aangesteld als hoofdredacteur van de Vlaamse tak. Volgens haar is er weinig veranderd ten opzichte van de vroegere situatie. „Vroeger had het iets geforceerds”, zegt ze. „Sommige Vlaamse auteurs stonden in de aanbiedingsfolder van De Bezige Bij Antwerpen, anderen in die van De Bezige Bij in Amsterdam. De Bezige Bij Antwerpen zorgde niet voor verbinding tussen Antwerpen en Amsterdam. Integendeel.” Ze is ervan overtuigd dat het de Vlaamse literatuur ten goede zal komen dat de twee uitgeverijen zijn samengegaan.

Polis is blij dat hij niet meer naar WPG hoeft te luisteren. „Het ging daar allemaal om systematiek en kwaliteitsnormen”, vertelt hij. „Dat klinkt indrukwekkend, maar ons werk is geen raketwetenschap. Het probleem is dat alles wat wij deden werd gevoed met Nederlands geld. Ik heb dat altijd als een aberratie gezien. Iedereen is vriendelijk tot er een kink in de kabel komt. Dan draait het toch om economische belangen.”

De inlijving van De Bezige Bij Antwerpen was ook een bezuinigingsoperatie. De uitgeverij was sinds de oprichting nooit winstgevend geweest. Polis denkt dat hij het beter kan: „Voor een Nederlands bedrijf is boeken maken in België altijd iets dat erbij komt. Maar het lezerspubliek in Nederland verschilt enorm van dat in België. En steeds meer.”

Volgens Henk Pröpper, uitgever en directeur van De Bezige Bij, is dat verschil juist minder groot dan vaak wordt verondersteld. Hij haalt enkele Vlaamse succesauteurs aan om zijn argument kracht bij te zetten: „Voor auteurs als Erwin Mortier of Stefan Hertmans zijn de verkopen in Nederland en Vlaanderen fifty-fifty verdeeld. David Van Reybrouck verkoopt in Nederland beter dan in Vlaanderen.”

Van Hauwermeieren denkt dat zij door twee dagen per week in Amsterdam te werken de Nederlandse en Vlaamse auteurs dichter bij elkaar kan brengen. „Harold Polis was minder aanwezig in Amsterdam. Daardoor werd er meer langs elkaar heen gewerkt en was er in Amsterdam minder betrokkenheid bij de boeken die in Antwerpen uitkwamen. Zijn uitgeverij richt zich nu ook op boeken die in Vlaanderen de overhand hebben.”

In de najaarsaanbieding van De Bezige Bij staat één nieuwe titel van een Vlaamse auteur, van Yannick Dangre. Volgens Van Hauwermeiren zegt dat niets. „In de volgende aanbieding staan acht Vlaamse titels van mij, naast Vlaamse auteurs met een redacteur in Amsterdam.”

Dat laat onverlet dat er in de eerste aanbieding van uitgeverij Polis negen auteurs staan die bij De Bezige Bij zaten. Het gaat onder anderen om Carmien Michels, bioloog en journalist Dirk Draulans en Ann de Craemer, die met haar debuut Vurige tong in de prijzen viel. Ook een biografie van de jonge Hugo Claus verschijnt bij Polis. Van andere uitgeverijen wist Polis eveneens auteurs zover te krijgen dat ze nieuw werk bij hem uitbrengen. „Ik wil in één keer laten zien dat ik er sta.”

Hoe bekijken andere belangrijke spelers de ontwikkelingen in het Vlaamse boekenvak? André van Halewyck, de eminence grise van de Vlaamse uitgevers, vindt dat Polis op zoek moet naar grotere namen: „Hij heeft niet alle Vlaamse auteurs van De Bezige Bij kunnen terugbrengen naar Antwerpen. De belangrijkste zijn in Amsterdam gebleven. Amsterdam is nu eenmaal nog steeds het literaire centrum van Vlaanderen.”

Dat de boekverkoop in Nederland de afgelopen vijf jaar met een kwart is gekrompen doet daar volgens hem niets aan af: „De Nederlandse boekenmarkt heeft jaren boven haar stand geleefd. In Vlaanderen was de daling in diezelfde periode maar een paar procent. Wij moesten altijd al scherper op de cijfers letten en zijn veel eerder overgegaan op een overlevingsstrategie. Wij leven niet zozeer in een krimp, maar wel altijd al in een kramp.”