Vijf tips van superbelegger Frederik van Beuningen

Foto Rien Zilvold

Hij investeert met zijn beleggingsmaatschappij Teslin alleen in “simpele” bedrijven, beheert 600 miljoen euro en trekt vaak op met andere rijke investeerders. Vijf tips van ‘superbelegger’ Frederik van Beuningen die zijn rijkdom deels dankt aan zijn familie die mede-oprichter was van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV).

1. Beleg alleen in bedrijven die je begrijpt

“Ik geloof niet in spreiding. Ik geloof in kennis. Spreiding is voor bange mensen die alles overlaten aan anderen, zoals je ziet bij pensioenfondsen. Wij zijn langetermijnaandeelhouder bij middelgrote en kleine ondernemingen. Wij investeren niet in banken, niet in verzekeraars, niet in vastgoed, niet in beleggingsmaatschappijen.”

“Wij investeren alleen rechtstreeks in echte ondernemingen, want dat is waar werkelijk waarde wordt gecreëerd.”

Teslin belegt alleen in bedrijven in Nederland en Duitsland, zoals:

2. Wantrouw bedrijven die vooral overnames doen

“Wij houden van bedrijven die autonoom groeien. Dan hoef je ook geen acquisities te doen. Imtech is een bedrijf dat op overnames is gebouwd.”

“Ik zeg altijd: kralen rijgen is bespreekbaar, maar fusie geeft ruzie.”

“Tweederde van alle acquisities gaat niet goed. Bedrijven kopen iets voor te veel geld of weten niet precies wat ze kopen. En vaak krijgt de integratie van een gekochte onderneming niet voldoende aandacht. Alleen als je iets kan kopen wat heel goed past, is het voor ons bespreekbaar, ik zie veel liever dat ze dividend uitkeren.”

“Bestuurders hebben een groot ego. Om de zoveel tijd moet er iets worden gekocht. Imtech is bij uitstek een voorbeeld van hoe het niet moet.”

3. Wees betrokken als aandeelhouder

“Grontmij kwam in de problemen door een enorme overname met vreemd vermogen van een Frans ingenieursbedrijf. Toen kwamen er twee winstwaarschuwingen en werd een aandeelhoudersvergadering gehouden voor een nieuwe directeur. Ik heb eerst alle grootaandeelhouders, zoals Delta Lloyd, gebeld en gevraagd of ze ook teleurgesteld waren. Toen ben ik in de rondvraag opgestaan en heb ik gezegd dat de grootaandeelhouders teleurgesteld zijn en gevraagd of alle commissarissen die betrokken waren bij de Franse overname bij de volgende vergadering hun positie ter beschikking zouden willen stellen.”

“Doodstil werd het. Toen ik thuiskwam lag er een persbericht dat twee commissarissen waren opgestapt.”

4. Trek op met andere aandeelhouders

“Bedrijven vinden het plezierig om langetermijnaandeelhouders te hebben. Tot voor kort waren dat verzekeraars zoals Delta Lloyd, Achmea en NN. Maar in die verzekeringswereld is veel veranderd qua regelgeving dus moeten zij hun belangen afbouwen. Een aantal vermogende particulieren, zoals de familie Zeeman, Blokker en Van Vlissingen, springt nu in dat gat. Wij proberen dat te stimuleren door de pakketten van die verzekeraars terecht te laten komen bij ons welgezinden.”

5. Meer bedrijven moeten naar de beurs, want het is beter dan private equity

“Het kost wat en er is veel regelgeving, maar met een beursgang houdt de directie wel de touwtjes in handen.”

“Private equity komt iedere maand vertellen hoe de balans eruit moet zien en dan heb je veel minder regie. Bovendien biedt de beurs mogelijkheden die je anders niet hebt: bijvoorbeeld een extra emissie doen als je in de financiële problemen komt. Dat hebben we recentelijk gezien bij Heijmans, Grontmij, BAM en Ordina. Die zijn daardoor nog steeds in leven en het is de vraag of ze het hadden gered als ze privaat waren.”

    • Camil Driessen