Plasterk: Duits antwoord op tappen ‘onbevredigend’

Minister Ronald Plasterk in de Tweede Kamer. Foto ANP / Jerry Lampen

Het Duitse antwoord op de vraag of kabels met Nederlands telefoonverkeer zijn afgetapt tussen 2005 en 2008 is “onbevredigend”. Dat zei minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) gisteren op vragen van deze krant, na een debat in de Tweede Kamer over de inlichtingendiensten.

Uit documenten van de Oostenrijkse parlementariër Peter Pilz bleek eerder dat telefoniekabels van en naar Nederland, op Duits grondgebied, hoogstwaarschijnlijk zijn afgetapt door de Duitse inlichtingendienst BND in samenwerking met de Amerikaanse NSA.
Tot nu toe zei Plasterk altijd dat Duitsland heeft verklaard dat Nederland nooit een “doelwit” was. Het was echter nog onduidelijk of Nederland überhaupt aan Duitsland heeft gevraagd of de kabels ooit zijn afgeluisterd, los van de vraag wie het doelwit was. Die vraag heeft Nederland wel gesteld, zo verklaarde Plasterk gisteren.

‘Ongeoorloofde praktijken’

Duitsland antwoordde daarop niet dat de kabels niet zijn afgeluisterd, maar zei alleen dat Nederland geen doelwit was bij het aftappen. Dit laat de mogelijkheid open dat bij het speuren naar terreurverdachten, op grote schaal telefoongesprekken van Nederlandse burgers met het buitenland zijn afgeluisterd.

In Duitsland loopt een parlementair onderzoek naar de BND waarin de beweringen van Pilz worden onderzocht. Mogelijk komen daar ook voor Nederland nieuwe aanwijzingen uit. GroenLinks wil dat Plasterk opnieuw om opheldering vraagt bij de Duitsers. Plasterks woordvoerder zei vanochtend het Duitse onderzoek te willen afwachten.