Pijn door cholesterolverlager verklaard

Heel veel mensen krijgen spierpijn van cholesterolverlagers (statines). Hoe dat kan, is nu ontdekt.

Een kwart van de mensen die cholesterolverlagers (statines) slikken krijgt als vervelende bijwerking zeurende spierpijn. Onderzoekers van het Radboudumc in Nijmegen hebben nu ontdekt hoe dat komt. Het team onder leiding van farmacoloog Frans Russel en specialist in mitochondriële ziekten Jan Smeitink beschrijft het in een artikel in het blad Cell Metabolism. Statines worden in de lever omgezet in lactonverbindingen. Deze vinden hun weg naar de spiercellen en blokkeren daar een enzym dat belangrijk is voor de energievoorziening in mitochondriën.

Het ontrafelen van dit mechanisme achter de voornaamste bijwerking van statines is belangrijk omdat deze middelen heel populair zijn. Bijna een op de tien Nederlanders slikt dagelijks statines: mensen met een te hoog cholesterolgehalte in het bloed, diabetici en andere patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Statines zitten vaak als zuur in het medicijn. In die vorm remmen ze het het leverenzym dat cholesterol aanmaakt. Ze werken heel krachtig, een te hoge cholesterolwaarde kan met tientallen procenten worden teruggebracht. Andere enzymen zetten statines echter om in lactonverbindingen. Die doen niets voor de cholesterolverlaging, maar geven wel de nadelige bijwerking.

Russel denkt dat de nieuwe kennis kan leiden tot veiliger statines. „We zijn al bezig om te kijken of we het statinemolecuul chemisch zo kunnen veranderen dat het uitsluitend beschikbaar is in de zuurvorm en niet meer overgaat in de lactonvorm. Dat lijkt aardig te lukken, maar het is een lange weg, want zo’n veranderd molecuul moet opnieuw geregistreerd worden als geneesmiddel.”

Een alternatief is volgens Russel om te proberen met antioxidanten de schade die lactonstatine in de spiercel aanricht te beperken. „Het probleem is echter om die antioxidanten in voldoende hoge concentratie in de spiercellen te krijgen. Met het bedrijf Khondrion van Jan Smeitink proberen we een oplossing te vinden.”

In celkweken van spiercellen van muizen bleek de lactonvorm van de statine wezenlijke verschillen in celsterfte te veroorzaken. Lactonverbindingen van acht verschillende statines bleken in de celkweek gemiddeld drie maal zo giftig als de zuurvorm van dezelfde statines. Dat bleek te worden veroorzaakt doordat zij de energiehuishouding van mitochondriën in de spiercellen verstoorden. In biopten van de dijbeenspier van 37 patiënten die statines slikten en daar in meer of mindere mate spierpijn van kregen, konden de Nijmeegse onderzoekers hetzelfde effect zien. Een enzym dat nodig is voor energievoorziening van de mitochondriën in de spiercellen bleek bij hen ernstig geremd.

Verschillen in de genetische aanleg van patiënten verklaren volgens Frans Russel waarom de één wel last krijgt van spierpijn als bijwerking en de ander niet. Russel: „We weten dat er een behoorlijke variatie bestaat in de enzymen die statines omzetten in de schadelijke lactonvorm, en er zijn verschillen in de transporteiwitten die de opname van lactonverbindingen in de spiercel verzorgen. Dat kan een groot verschil uitmaken. In de biopten zagen we dat de concentratie statine bij sommige patiënten in de spiercel vele malen hoger was dan in hun bloed. Het middel kan zich dus specifiek ophopen in de spieren.”