Knuffel de start-up niet dood

Vingers omhoog van wie tégen start-ups is. Beginnende, innovatieve bedrijven in de technologiesector zijn nuttig, zinvol, essentieel voor de toekomst en hip. En dus moet deze initiatieven niets in de weg worden gelegd. Maar moeten ze ook extra fiscale en administratieve voordelen krijgen? En moet de faillissementspraktijk worden versoepeld om het maken van fouten niet te hard te bestraffen en jonge ondernemers snel weer een nieuwe kans te geven? Lobbyclub StartupDelta, met oud-politica en Europees bestuurder Neelie Kroes als boegbeeld, pleit daarvoor.

Het is verleidelijk de voorstanders gelijk te geven. Maar er zijn ook kanttekeningen. Het wegnemen van het stigma van falen bij een faillissement lijkt eerder een culturele en morele kwestie dan een zaak van regelgeving. De financiële aansprakelijkheid van bestuurders bij een bankroet van een bedrijf is, indien goed geregeld, al beperkt. Weinig belet een ondernemer opnieuw te beginnen – indien zakenpartners en financiers, waaronder de banken, het falen zien als een leerproces. Daar heeft regelgeving minder mee te maken.

Grotere belastingvoordelen voor start-ups zijn makkelijk toe te juichen. Maar niet alles is fiscaal op te lossen. De belastinggrondslag verhuist al van het bedrijfsleven naar de werknemer en consument, door bijvoorbeeld slimme routes, afspraken vooraf met de fiscus, bestaande belastingvoordelen en de behandeling van beginnende zelfstandigen.

Er hangen al veel ballen in de kerstboom van speciale regelingen voor bedrijven en ondernemende mensen. Bovendien vergt een nieuwe regeling een definitie van een start-up: een beginnende onderneming in de glastuinbouw, die de nieuwste technologie gebruikt? Niet zo sexy als een app-ontwikkelaar, maar bepaal maar eens waar de grens ligt.

Niet zo lang geleden was de mantra dat dé banenmotor van Nederland het midden- en kleinbedrijf was. Daarbij hoorden de start-ups avant la lettre. Veel veranderd is er, behalve de naam, niet. Nederlandse ondernemers en financiers weten uitstekend waar de kansen liggen. Aan durfkapitaal en aantrekkelijke vestigingsplekken, pardon: incubators en accelerators, lijkt het niet te ontbreken.

Een liberale aanpak van de veelbelovende bedrijfstak zou moeten uitgaan van generieke voorwaarden, niet van gerichte overheidsbemoeienis – hoe goedbedoeld ook. Dus: een uitstekende infrastructuur, moderne en voorspelbare regelgeving, een hoogopgeleide bevolking, vooruitstrevende universiteiten, dynamische en leefbare steden. Het scheppen kortom, van de perfecte habitat waarin de animal spirits van het ondernemerschap kunnen floreren.