Escher knipte de raampjes uit

Het Haagse museum Escher in Het Paleis heeft een bijzondere tekening van graficus M.C. Escher verworven. Hij maakte hem in 1924 tijdens een verblijf in Italië. Ontdekking: Escher gebruikte sjablonen.

M.C. Escher, Montecelio (1924, Oost-Indische inkt op papier, 33×63 cm). © The M.C. Escher Company BV, Baarn

Een mooier afscheid had Micky Piller zich als conservator van museum Escher in Het Paleis niet kunnen wensen. Een paar maanden voor haar pensioen heeft ze voor het museum een unieke tekening van Maurits Cornelis Escher (1898-1972) verworven, een werk dat altijd in bezit is gebleven van de familie. Piller: „Escher maakte wel meer tekeningen, maar dat zijn altijd voorstudies voor prenten die hij later drukte. In dit geval gaat het om een tekening die nooit voor een prent is gebruikt.”

M.C. Escher maakte de tekening in maart 1924, twee jaar nadat hij de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten in Haarlem had verlaten. Hij had door Spanje en Italië gereisd, en onderweg had hij de Zwitserse Jetta Umiker leren kennen. De twee wilden trouwen en waren druk bezig met de voorbereidingen.

„De familie stelde nogal wat voorwaarden aan het huwelijk, en daardoor had hij geen tijd om houtsneden, gravures of litho’s te maken”, vertelt Piller. „Hij woonde destijds in Rome. De tekening is een afbeelding van een typisch Italiaans bergdorp, met een groot kasteel of fort op de top van de berg. Ik had het vermoeden dat hij daar tijdens een wandeling of korte reis is geweest, en heb onderzocht welke bergdorpen er in de omgeving waren. Uiteindelijk stuitte ik op een foto van Montecelio, een plaatsje 20 kilometer ten noordoosten van Rome. Ik herkende de tekening er meteen in, hoewel Escher het dorp natuurlijk volkomen in zijn eigen stijl heeft afgebeeld.”

Voor het grote publiek is de tekening misschien niet direct herkenbaar als een werk van Escher, omdat het geen onmogelijke constructie is of een vlakvulling met dieren die naadloos in elkaar overlopen. Dat soort werken, waarmee hij in de hele wereld beroemd werd, ging hij pas op latere leeftijd maken. Maar de hand van Escher is er wel degelijk in te herkennen. „Je ziet meteen dat er iets aan de hand is met deze tekening. Er is iets raars met de diepte. Hij gebruikt opzettelijk ouderwetse perspectieftechnieken, waardoor het beeld tegelijk plat én diep lijkt.”

Piller wijst op een boom rechtsonder. „Je ziet de invloed van de Japanse kunst in zijn werk. Hij plaatst een groot voorwerp, een repoussoir, op de voorgrond. Op die manier haalt hij de voorgrond dichterbij en lijkt de achtergrond verder weg.”

Escher maakte de tekening met Oost-Indische inkt, die hij verdunde tot grijstinten. De huizen zijn zo nauwkeurig getekend, dat het lijkt of hij een liniaal heeft gebruikt. „Hij gebruikte sjablonen”, onthult Piller. „Dat hebben we onder de microscoop ontdekt. Hij knipte bijvoorbeeld sjablonen van raampjes uit. Zo kon hij die heel precies herhalen. We zagen ook dat hij de lucht en de bergen niet heeft getekend of geverfd, maar met een kwast en met rollertjes tamponeerde.”

Escher schroomde niet om hele huizenrijen weg te laten. Piller: „Zijn streven was niet de werkelijkheid te kopiëren, maar de essentie van het landschap weer te geven. Juist door te manipuleren met het perspectief en de compositie weet hij de emotie over te brengen die hij onderging toen hij dit bergdorp zag.”

Wat het museum voor het werk heeft betaald, laat Piller in het midden. Vanaf vandaag hangt de aanwinst in de vaste collectie.