Opinie

    • Peter Winnen

Een heldhaftig aapje

Ze mogen wel eens opschieten, vond ik. Het liep al tegen zessen. De voorhoede van een verscheurd peloton was nog maar net aan de klim van Cortals d’Encamp begonnen. Liggend voor de tv speelde een hongerklop me parten. Voor een vitamine- en energierijk potje zou ik eerst naar de buurtsuper moeten. De gemiddelde snelheid van de loden etappe lag maar een fractie boven de dertig per uur. Dit was niet menselijk meer. Voor de kijker, bedoel ik dan. Ik schonk snel een biertje in, wat in energetisch opzicht gelijk staat aan twee boterhammen met kaas.

De coureurs waren beter om 11.00 uur op pad gestuurd in plaats van op het vriendelijke tijdstip van 13.30.

Vooraf, en niet zonder trots, had de organisator van de Ronde van Spanje de elfde etappe aangekondigd als de ‘zwaarste Vuelta-rit aller tijden’. Zes opeenvolgende cols; een te overwinnen hoogteverschil van in totaal 4.950 meter, en dit alles samengepropt in de een afstand van 138 kilometer door de taks-vriendelijke maar zeer ruige dwergstaat Andorra. Kortom, historie werd geschreven voordat er een meter was gefietst.

Was dit parcours vanuit het perspectief van een renner nog menselijk te noemen? „Eigenlijk niet, maar ik hoor vreemd genoeg niemand klagen”, zei Paul Van den Bosch, de coach van onder anderen Tim Wellens en veldrijder Sven Nys op de website van het Vlaamse Sporza. Hij heeft de indruk dat de koers „meer en meer evolueert naar een circus, en de coureurs zijn de aapjes”. Zijn coureurs ooit iets anders geweest dan aapjes in een circus? Ik herinner me bergritten in de Tour, begin jaren 80, met nog iets meer hoogtemeters, en over de dubbele afstand. Zat je om zes uur in de ochtend twee borden kapot gekookte spaghetti, een aangebrande biefstuk, weke omeletten, een heel stokbrood en een kom naar specie smakende muesli weg te werken omdat om negen uur de startvlag viel. En ik besefte terdege hoe makkelijk ik het had. Mijn voorgangers werden een paar decennia eerder de assenpaden op gestuurd als het nog donker was, over de dubbele afstand van míjn parcours.

Alles is relatief; niets is onmogelijk. Als ik nu tien jaar oud was zou ik ervan dromen een heldhaftig aapje uit te hangen over zes cols in Andorra. De computergestuurde coureurs van vandaag doen het nog steeds met één hart en twee benen. Wielrennen, het blijft een vergulde bankschroef. Met dank aan de organisator van de Vuelta.

De magere Italiaanse tapdanser Aru reed op Cortals d’Encamp Tom Dumoulin uit de leiderstrui. Als ik Aru was, zou ik ermee opschieten de voorsprong van maar 30 seconden op de hoog boven zichzelf uitgestegen Dumoulin drastisch uit te breiden. Anders begaat nuchtere Tom een schitterende misdaad tegen de natuur in de lange tijdrit, volgende week.

    • Peter Winnen