Dumoulin leert snel als ronderenner

De leiderstrui verloor hij, maar Tom Dumoulin staat nog altijd derde in de Vuelta. Zelf is hij niet eens meer verbaasd.

Tom Dumoulin verloor gisteren weliswaar zijn rode leiderstrui in de Vuelta, maar maakte diepe indruk in een loodzware bergetappe. Foto Tim de Waele/Corbis

Zijn regenjackje wapperde irritant in de wind, Tom Dumoulin vervloekte zichzelf in de afdaling van de Collada de la Gallina, de vierde van zes cols in wat kenners ‘de zwaarste Vueltarit ooit’ noemden. „Daar heb ik veel energie verloren”, concludeerde hij achteraf voor de camera van Eurosport.

Vier beklimmingen lang leek gisteren alles onder controle. Tot de klassementsleider zich op een onverwacht moment liet verrassen. De Spaanse routiniers Alejandro Valverde en Joaquim Rodriguez vielen niet bergop aan, maar in een afdaling. Hun vooruitgeschoven ploeggenoten wachtten vooraan en maakten tempo in het enige vlakke stukje van de rit. Daar ging zijn leiderstrui, bijna een minuut lag Dumoulin al achter. Ploeggenoten waren er niet meer om te helpen. En dan kreeg hij ook dat ellendige regenjackje niet dicht. „Dat was een onnodige fout.”

Maar hoe snel leert de pas 24-jarige kopman van Giant-Alpecin, die zich in de Ronde van Spanje ontpopt als ronderenner? Als een routinier liet hij andere ploegen eerst het zware werk opknappen in de jacht op zijn ontsnapte rivalen. Om op de vijfde beklimming in zijn eigen strakke tempo de kloof te dichten. Geslaagd voor les één als klassementsrenner: te allen tijde rustig blijven.

Op de lange en steile slotklim naar Els Cortals d’Encamp verloor Dumoulin weliswaar alsnog zijn rode trui aan de Italiaan Fabio Aru en ging ook Rodriguez hem voorbij. Maar in zijn eigen tempo loste hij bergop wel klimmers als Valverde en Nairo Quintana. Tourwinnaar Chris Froome haakte al eerder in de rit af na een val. De Limburgse sensatie van de Vuelta staat na de meest gevreesde bergrit nog altijd derde, op slechts 30 tellen van Aru. Met alle kans op podium of meer, zondag over een week in Madrid. „Ik ben blij met mijn vorm en mijn plaats in het klassement”, sprak hij kalm.

„The next big thing in cycling”, noemde Bradley Wiggins hem vorig jaar bij het WK tijdrijden, waar Dumoulin achter de Brit en Tony Martin brons pakte. Zelf verbaasde baan- en tijdritkampioen Wiggins door in de Tour van 2009 ineens met de besten omhoog te rijden en als vierde te eindigen. Drie jaar later won hij de Tour.

Ook Dumoulin breekt door als klimmer, met zijn schitterende ritwinst bergop van zondag en zijn negende plaats in de door de Spanjaard Mikel Landa gewonnen ‘gruwelrit’ in Andorra. Twintig minuten op maximaal vermogen rijden is als tijdrijder zijn specialiteit. Op de steile Vueltacols toont hij een efficiënte stijl van klimmen. En zelfs op de zesde berg was hij gisteren nog goed hersteld van de eerdere vermoeienissen. Is hij na Wiggins en in een verder verleden Erik Breukink, Miguel Indurain of Jan Ullrich de volgende tijdritspecialist die grote rondes kan winnen?

„Nee, ik heb mezelf niet verbaasd”, reageerde Dumoulin bovenop de 2.100 meter hoge slotklim. Eerder dit seizoen had hij in de Ronden van het Baskenland en Zwitserland al gemerkt dat hij als klimmer snel groeit. Maar een rit van 138 kilometer, met vijftig kilometer klimmen, bijna 5.000 hoogtemeters in totaal? In z’n eentje reed hij in de finale tegen sterke blokken van Astana, met kopman Aru in uitstekende vorm. Tegen Katjoesja, waar knecht Dani Moreno sterker oogde dan kopman Rodriguez. En tegen Movistar, waar Quintana en Valverde nog vermoeid lijken van de Tour. „Ik heb het goed gedaan”, maakte hij de rekening op. „Het is normaal dat ik na zo’n dag de trui verlies.”

Volgende week woensdag volgt in Burgos een vlakke tijdrit over 39 kilometer. „Mijn grootste kans op een tweede ritwinst en ook een mogelijkheid om tijd goed te maken in het klassement”, aldus Dumoulin. Maar eerst volgen vanaf zaterdag nog drie bergritten. „Die moet ik eerst zien te overleven. Pas dan kijk ik verder.”

    • Maarten Scholten