Die middelvingers horen erbij

De controverse rond het optreden van rapper Lil’ Kleine slaat nergens op, vindt Thomas Heerma van Voss. Muziekoptredens zijn een vorm van vermaak.

Lil' Kleine Foto lilkleine.nl

‘Hier moeten we een grens stellen.” Die woorden gebruikte Pieter Broertjes, burgemeester van Hilversum, toen hij afgelopen maandag bij RTL Late Night telefonisch in discussie ging met rapper Lil’ Kleine (de 20-jarige Jorik Scholten), een van de gasten van de avond. Broertjes wilde dat Kleine niet meer zou optreden in zijn gemeente, omdat hij de politie had beledigd. Wat volgde was een uiterst intrigerend gesprek, niet omdat men voortdurend langs en zelfs door elkaar heen praatte, maar omdat onder de warrige oppervlakte zowaar interessante vragen aan bod kwamen over artistieke vrijheid – waar houdt die op, en wanneer is er sprake van het beledigen van ambtenaren in functie?

De aanleiding voor de discussie, die de afgelopen dagen al bijzonder veel aandacht kreeg: afgelopen weekend werd Lil’ Kleine aangehouden na een optreden in Hilversum, omdat hij zijn publiek, ter inleiding van het nummer ‘Liegen voor de rechter’, opriep hun middelvinger op te steken naar de aanwezige agenten. Met een politiebusje werd Kleine naar het bureau vervoerd, waar men hem tijdelijk opsloot en vervolgens aansprak op zijn gedrag. Burgemeester Broertjes liet vlak daarna optekenen: „Dan moet Hilversum maar de gemeente zijn die zegt: tot hier en niet verder. Laat andere burgemeesters hier maar een voorbeeld aan nemen.”

Bij RTL Late Night herhaalde de burgemeester zijn woorden min of meer, en lichtte hij toe dat het ging om het beledigen van ambtenaren in functie, dat Lil’ Kleine een verkeerd signaal afgaf, dat hij zich bij zulke uitspraken bewust moet zijn van zijn voorbeeldfunctie.

Het was een onovertuigend verhaal. Om te beginnen met het laatste: dat is natuurlijk een onmogelijk vol te houden redenering. Zou de oproep van Lil’ Kleine wezenlijk anders zijn geweest als hij een minder bekende rapper was geweest? Hoe valt zoiets in hemelsnaam te meten?

Daarnaast: Lil’ Kleine stond op een podium en was bezig met een show. Zoals hij zelf tijdens Late Night meermaals herhaalde, deze oproep aan het publiek – waarbij hij zelf overigens zijn middelvinger niet opstak – was onderdeel van een nummer. En ja, in dat nummer zitten ook sneren naar de politie, maar zoals bekend is een antiautoritaire houding een wezenlijk onderdeel van hiphopmuziek, het is er zelfs een van de fundamenten van. Veel lezers van deze krant (en kijkers van RTL Late Night) zullen die ongetwijfeld overdreven vinden, onzinnig of zelfs smakeloos – maar deze discussie staat los van persoonlijke voorkeuren, het gaat om de vraag of een artiest op het podium mag zeggen wat hij wil.

In het gesprek bij Late Night haalde Kleine het voorbeeld van Hans Teeuwen aan, die tijdens een van zijn voorstellingen zei dat hij Beatrix in haar kont had geneukt. Waarom wordt dat wel toegestaan? Je zou kunnen zeggen: het verschil tussen Kleine en Teeuwen is dat Teeuwen een feitelijke mededeling doet, terwijl Kleine het publiek aanspoort tot een handeling. Maar maakt dat werkelijk iets uit, wanneer die handeling zo minimaal is en zo duidelijk betrekking heeft op één nummer? Broertjes zei het hoe dan ook niet, zijn weerwoord was veel simpeler: Hans Teeuwen heeft als cabaretier meer vrijheid om op het podium te zeggen wat hij wil dan een rapper. Een uiterst dubieuze bewering, alsof er een hiërarchisch onderscheid is tussen verschillende kunstvormen en bij het ene vak meer is toegestaan dan bij het andere.

Het legt wel de kern van dit probleem bloot. Deze discussie zou nooit gevoerd worden als Lil’ Kleine geen rapper was geweest, maar een popzanger, een komiek, wat dan ook. Om hiphop hangt voor velen altijd een zekere dreiging heen, een opborrelende agressiviteit – dat zijn connotaties waardoor deze discussie is begonnen, en alles wat nu tegen Lil’ Kleine wordt ingebracht, komt voort uit de angst van de onbegrijpende buitenstaander.

De controverse duurt voort

Binnen enkele dagen wordt duidelijk of het OM werkelijk een zaak tegen Kleine begint. Inmiddels is hij langs geweest bij burgemeester Broertjes, die zijn ridicule verbod heeft ingetrokken, maar de controverse duurt voort. Zo heeft de jaarmarkt in Alphen alvast een aanstaand optreden van Lil’ Kleine geannuleerd. „We hebben geen behoefte aan problemen”, is de toelichting van de voorzitter van de jaarmarkt, die Lil’ Kleine een „ongeleid projectiel” noemt.

Over welke problemen zou hij het nu eigenlijk hebben? Het enige wezenlijke probleem is dat er veel te hijgerig en paniekerig gereageerd wordt op een onschuldig optreden. Het voelt bijna alsof er een discussie met twintig jaar vertraging is overgewaaid uit Amerika, waar al talloze (rap)artiesten in aanraking kwamen met agenten wegens tekstuele beledigingen. Telkens werden de artiesten vrijgesproken onder het mom van artistieke vrijheid. Het kan haast niet anders of dat gebeurt ook bij Lil’ Kleine. Het zou voor hem pleiten als hij standvastig blijft en bij zijn volgende optredens opnieuw vraagt of iedereen zijn of haar middelvinger wil opsteken naar de politie – zolang hij niet aanzet tot geweld hoort zoiets te mogen, bij Hans Teeuwen, bij hem, bij ieder ander.

Men vergeet dat muziekoptredens in eerste instantie een vorm van vermaak zijn. De rapper die op een podium antiautoritair begint te schreeuwen, is in veel gevallen niet anders dan de acteur die zijn agressieve rol speelt zodra de camera aangaat.

    • Thomas Heerma van Voss