Debatteren over de geheime dienst is lastig

Gisteren sprak de Tweede Kamer met minister Plasterk over de inlichtingendiensten. Maar concrete antwoorden kregen de Kamerleden niet.

Het blijft ongemakkelijk, een openbaar debat over de geheime dienst. Kamerleden willen het kabinet zo concreet mogelijk bevragen op het veiligheidsbeleid, zeker na de verijdelde schietpartij in een Thalys. Maar minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) is terughoudend bij het geven van antwoorden. En zijn excuus daarvoor is begrijpelijk: staatsveiligheid.

Gisteren debatteerde de Tweede Kamer over inlichtingendiensten en terreurbestrijding. Veel Kamerleden vroegen zich af of de samenwerking tussen Europese inlichtingendiensten tekortschiet. Bij meerdere recente aanslagen waren de daders immers in beeld bij één of meerdere van deze diensten.

Plasterk vertelde dat Europese diensten gegevens uitwisselen. En dat dit met sommige Europese landen meer gebeurt dan met andere, omdat „niet alle diensten even goed met vertrouwelijkheid omgaan”. Specifieker werd hij niet.

Kamerlid Jeroen Recourt, net als Plasterk van de PvdA, wil verder gaan dan dat. Recourt vindt dat Europese diensten nog „te selectief” informatie met elkaar delen. Wat hem betreft komt er een Europese samenwerkingsorganisatie voor inlichtingendiensten, vergelijkbaar met politieorganisatie Europol. Maar coalitiepartner VVD is kritisch. Kamerlid Ockje Tellegen noemt de vergelijking met Europol „ongemakkelijk”: „een Europees instituut dat steeds meer bevoegdheden krijgt”. Ook de SP reageerde lauw en vreest dat het alleen maar minder effectief is als er nog „een clubje” bij komt.

De oppositie vond het onbestaanbaar dat dit kabinet bij zijn aantreden kon besluiten om eenderde van het budget van de AIVD te schrappen. „Krankzinnig”, zei SP-Kamerlid Ronald van Raak. „Deze regering heeft de veiligheid op het spel gezet door zo idioot om te gaan met onze geheime dienst.”

Munitie voor de oppositie was het kritische rapport dat de Algemene Rekenkamer dit voorjaar uitbracht. De kwaliteit van de organisatie heeft onder de bezuiniging geleden, concludeerde de Rekenkamer. En het zal nog jaren duren voordat de kwaliteit weer op het oude niveau is. Ook al werd de bezuiniging uiteindelijk teruggedraaid en kwam er zelfs geld bij, waardoor het budget inmiddels hoger is dan ooit.

Plasterk zei het met de Rekenkamer eens te zijn dat de bezuiniging „diepe sporen” in de organisatie heeft achtergelaten. En ook PvdA’er Recourt erkent dat ze er „met de kennis van nu” niet hadden moeten komen. Maar de VVD liet zich zulke uitspraken niet ontlokken door de oppositie. De bezuinigingen verdienden „geen schoonheidsprijs”, zei Ockje Tellegen, maar „ze waren nodig”.