De leugen over drie kanonnen

Scheepswrakken zijn gewilde objecten voor schatduikers. Een duiker uit Ramsgate vond twee Britse en drie Nederlandse kanonnen. Maar hij loog over de herkomst van de Nederlandse 24-ponders, bleek uit maritiem speurwerk.

De Britse duiker Vincent Woolsgrove met een van de Nederlandse kanonnen afkomstig uit het Britse oorlogsschipThe London. Op het kanon is het stadswapen van Amsterdam te zien

Een mijlpaal in het gevecht tegen illegale onderwaterarcheologie. Zo omschrijven de organisaties die waken over het Britse historisch erfgoed de strafzaak tegen Vincent Woolsgrove. De 48-jarige schatduiker uit Ramsgate heeft toegegeven te hebben gelogen over de vindplaats van drie grote, vroeg zeventiende-eeuwse Nederlandse kanonnen, zogeheten 24-ponders. Maximaal drie jaar gevangenis en een boete van 50.000 pond hangen hem morgen boven het hoofd in de rechtbank van Southampton. Met dank aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Maritieme Politie in Den Helder. Met historisch speurwerk hebben zij geholpen de schatduiker te ontmaskeren.

Het begon allemaal zo vrolijk voor Vincent Woolsgrove. In de zomer van 2007 poseerde de schatduiker aan boord van zijn schip voor een triomfantelijke foto: met een net boven water gehaald Nederlands kanon als een reuzenfallus tussen zijn benen.

Bij de Maritime and Coastguard Agency (MCA) in Southampton, de Britse instantie waar geborgen voorwerpen uit scheepswrakken dienen te worden aangemeld, liet Woolsgrove die zomer vijf kanonnen registreren: twee Britse en drie Nederlandse. Hij zei dat het Britse geschut kwam van The London, een Brits oorlogsschip dat in 1665 na een kruitexplosie in de monding van de Theems was vergaan. De drie kanonnen met het stadswapen van Amsterdam erop claimde hij gevonden te hebben in de Noordzee, in internationale wateren.

Voor de Britse kanonnen eiste de schatduiker het vindersloon op, zo’n 40.000 pond. Voor de drie Nederlandse kanonnen wilde hij een eigendomsbewijs.

De MCA vermoedde dat Woolsgrove valse informatie verstrekte over de vindplaats van het Nederlandse geschut, zegt opsporingsambtenaar Simon May. De vijf kanonnen waren alle ongeveer even oud en hadden een vergelijkbare aangroei van algen en wieren. Bovendien deden in het duikerscircuit verhalen de ronde dat alle vijf kanonnen afkomstig waren van de in territoriale wateren gezonken The London, wat ze eigendom zou maken van de Britse staat.

De toezichthouder zag echter geen kans Woolsgrove’s informatie binnen de daarvoor gestelde termijn te ontkrachten en verleende hem het gevraagde eigendomsrecht. Eind juni 2010 toucheerde de schatduiker omgerekend circa 65.000 euro voor de drie kannonnen bij het Londense veilinghuis Thomas Del Mar. Een verzamelaar uit Florida was de koper.

Na de veiling publiceerde de Amerikaanse historicus Frank Fox een artikel waarin hij de herkomstgegevens van de kanonnen in twijfel trok. In de Eerste Engels-Nederlandse oorlog (1652-1654) werden Britse oorlogsschepen soms uitgerust met buitgemaakt Nederlands geschut, schreef Fox. Hij gaf aanwijzingen waarom ze van The London konden komen.

Huiszoeking

Na lezing van het artikel liet opsporingsambtenaar May huiszoeking doen bij de schatduiker. Op diens computer stonden foto’s die duidelijk maakten dat de Nederlandse kanonnen ook in de Theemsmonding waren gevonden. Via de Maritieme Politie in Den Helder klopte May in april van dit jaar aan bij het NFI. Zijn vraag: is te achterhalen waar de kanonnen van de vloot van Maarten Tromp en Michiel de Ruyter zijn gebleven?

Forensisch archeoloog Roosje de Leeuwe beet zich vast in de vraag. Doorgaans houdt zij zich bezig met onderzoek naar clandestien begraven lijken, maar als afgestudeerd maritiem archeoloog was zij de aangewezen persoon voor deze klus.

De nauwkeurigheid van de boekhouding over de Nederlandse kanonnen in de Engels-Nederlandse zeeoorlog verraste De Leeuwe. Bij gebrek aan een oorlogsvloot rustte de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in allerijl 150 ingehuurde schepen uit met opgeslagen kanonnen die aan het begin van de zeventiende eeuw waren gemaakt ter bescherming van Amsterdam. Van het zwaarste geschut, de zogeheten 24-ponders, werden er 32 verdeeld over negen schepen. Omdat elk kanon een ander gewicht had (variërend van 4.400 tot 5.200 kilo) kon De Leeuwe precies vaststellen waar elk kanon aan boord was gegaan.

Uit andere archiefstukken bleek dat de Britten twee van de negen schepen kaapten, de Groote Liefde en de St. Mattheus. Zo maakten ze zes Nederlandse 24-ponders buit. Daarna kon worden aangetoond dat tenminste twee van die kanonnen aan boord van The London moesten zijn geplaatst; hun gewicht kwam overeen met het gewicht van de opgedoken kanonnen. Van het derde geveilde kanon is het gewicht niet bekend.

Bekentenis

In een 48 pagina’s tellend rapport legde De Leeuwe haar bevindingen vast. Toen de verdachte dat gelezen had, gaf hij toe te hebben gefraudeerd. „Het historisch forensisch onderzoek heeft veel beter uitgepakt dan verwacht”, zegt De Leeuwe met een lach.

Simon May is opgetogen over de hulp uit Den Haag. „Dit onderzoek heeft me twee jaar gekost. Ik heb zoveel van de maritieme geschiedenis geleerd, dat ik een boek over deze zaak ga schrijven.”

Schatduikers plunderen op grote schaal de duizenden scheepswrakken voor de Engelse kust, stelt May, die nu druk is met acht oude kanonnen die vorig jaar vermoedelijk illegaal zijn geborgen. Door de sterk verbeterde sonarapparatuur kost het steeds minder moeite om wrakken op te sporen. Spijtig genoeg gaan de schatduikers steeds grover te werk, zegt hij. „Om de buit maar zo snel mogelijk binnen te kunnen halen, blazen ze wrakken soms op. Historische belangrijke vindplaatsen gaan zo verloren.”

De Woolsgrove-zaak zorgt hopelijk voor een ommekeer, zegt May. De vele publiciteit maakt duidelijk dat illegale praktijken streng worden gestraft.

Met de strafoplegging morgen is deze zaak voor May nog niet afgelopen. Langs diplomatieke weg probeert de Brit de drie Nederlandse kanonnen terug te halen uit Florida. In Londen en Amsterdam zijn vast geïnteresseerde musea te vinden, veronderstelt hij. Wie de Amerikaanse verzamelaar zal schadeloosstellen, daarover wil hij geen mededelingen doen. „De verzamelaar en het veilinghuis zijn in deze zaak ook slachtoffer”, zegt hij.

Voor het Stadhuismuseum Zierikzee heeft de zaak een plezierig staartje. Tijdens de huiszoeking bij schatduiker Woolsgrove trof May nog een in 1552 in Zierikzee vervaardigd kanon aan. Vanwege de dubieuze herkomst werd het geschut in beslag genomen. De Nederlandse marine zal het kanon later deze maand van Southampton naar het Zeeuwse museum overbrengen. Directeur Albert Scheffers is daar „vreselijk blij mee”.