Bij een kraai weten we dat er onheil dreigt

Hoe lees je een gedicht? Ellen Deckwitz geeft iedere donderdag een cursus in nrc.next. Vandaag: symbolen.

Illustratie Jenna Arts Illustratie Jenna Arts

Een vriendin las onlangs een Koreaans gedicht waarin de dichter in kwestie hoopte ‘het varken’ te zijn. Ze snapte er niets van. Een dikzak? Een viespeuk? Na enig onderzoek bleek dat het varken in Korea voor geluk staat. De dichter wilde dus een mazzelbig zijn! Het ging hier niet om een écht varken, maar om een symbolisch varken. We waren helemaal opgelucht.

Een symbool betreft een teken waarbij er geen natuurlijke relatie bestaat tussen hoe het teken eruitziet, en wat het betekent. Bill Clinton kan geen sigaar meer opsteken zonder mensen aan zijn verleden als vrolijke Frans te herinneren. En als we in de horrorfilm It follows een kraai over de nog onbeschadigde vrouwelijke hoofdpersoon zien vliegen, weten we dat er onheil dreigt. De kraai is niet meer de fladderende vogel die ook maar gewoon zijn leven probeert te leiden, maar een voorteken, dat het geheel van een bepaalde lading voorziet.

Het is een kunstgreep waar de dichtkunst gretig gebruik van maakt. Een van de leesafspraken bij poëzie is dat je ervan mag uitgaan dat het gedicht meer kan betekenen dan wat er letterlijk staat. Als de Idioot uit het gedicht van Vasalis in bad gaat, is hij ‘in dit groen water nog als ongeboren’, en mag je het bad dus ook opvatten als een baarmoeder. Niet alleen binnen het gedicht ontstaan zo symbolen, maar door wat we van de dichter weten. Wie weet dat Jan Arends uit een raam zijn dood tegemoet sprong, leest zijn regels ‘tegen een blauwe lucht/zijn alle vogels zwart’ toch anders.

Zo hebben ook de lezers en bewonderaars van de Amerikaanse dichteres en schijfster Sylvia Plath (1932-1963) kennis van haar persoonlijk leven gebruikt om haar gedichten te interpreteren en nieuwe symbolen te genereren. Plath was getrouwd met de Engelse dichter Ted Hughes (1930-1998) en er zijn weinig dichterskoppels over wie zoveel bekend is, als over hen. Geen wonder, want hun leven was qua tragiek op zijn minst spectaculair te noemen. Er zijn duizenden artikelen en boeken over geschreven, en in 2003 werd hun leven verfilmd, met Daniel ‘James Bond’ Craig als Hughes en Gwyneth ‘ik heb honger’ Paltrow als Sylvia.

Plath was een Amerikaans wonderkind dat kampte met zware depressies. Voor ze Hughes ontmoette, was ze een tijdje opgenomen geweest in een kliniek en had ze er al twee zelfmoordpogingen opzitten. In haar latere poëzie stond de doodsdrift centraal:‘de eeuwigheid verveelt me/ ik heb er nooit om gevraagd’. Hij kwam van het Engelse platteland en brak op zijn 27ste door met de debuutbundel The hawk in the rain, die een dosis natuurbeelden bevat waar Freek Vonk en Martin Gaus van zouden watertanden.

Na zeven jaar huwelijk verliet hij Sylvia voor een ander. Plath belandde in een zware depressie en op een ochtend in februari 1963 vergaste ze zich in haar oven. Hughes kreeg van velen de schuld: als hij haar niet had verlaten, had ze nog geleefd.

Vervolgens werden sommige gedichten van Plath zó geïnterpreteerd, dat Hughes niets anders dan een monster kon zijn. In een gedicht omschrijft Plath zichzelf als bijenkoningin: ‘… ik overhandigde de honingraten / de man in het wit glimlacht, met ontblote handen’. De man in het wit is natuurlijk de imker, en wordt door enkele die-hard Plathfans beschouwd als Hughes. Hij beheerde na haar dood Plaths literaire nalatenschap. Bovendien zijn er interpretatoren die vinden dat Plath met de ‘ontblote handen’ suggereert dat Hughes haar mishandelde.

Ook het werk van Hughes werd gelezen als een schuldbekentenis. Neem nou het gedicht hiernaast, Kraai valt, afkomstig uit de bundel die zeven jaar na Plaths’ dood verscheen. De kraai kan je opvatten als een alter ego van Hughes, en de zon voor Plath. Dan krijg je een interpretatie waar het anti-Hughes-kamp vrolijk mee zou instemmen. Het pro-Hughes-kamp zou juist opmerken dat de slotzin impliceert dat hij werd gebrandmerkt, en dat ‘won ik’ ironisch moet worden opgevat.

Zo gedichten lezen voelt niet helemaal eerlijk, en je gaat zo voorbij aan alle andere lagen die er ook nog in zitten. Het gaat hier niet meer om poëzie, maar om gelijk krijgen. Connie Palmen schreef er een ontroerende en tegelijkertijd heerlijk scherpe roman over, Jij zegt het. Hierin zegt Hughes: „Zodra je naam rondzingt in de wereld gaan er betekenissen aan kleven waar je niets mee te maken hebt.”

En dat is zonde, want de gedichten van Plath en Hughes kunnen makkelijk op zichzelf staan. Als je ervan uitgaat dat het gedicht hiernaast niet door Hughes, maar door bijvoorbeeld Toon Tellegen is geschreven, staat er iets heel anders. Dan wordt het een gedicht over hoogmoed, over je plaats niet kennen. Soms zijn er te veel symbolen, terwijl de dichter alleen maar wilde vertellen dat er een vogel opsteeg, en het er niet heelhuids vanaf bracht.

    • Ellen Deckwitz