Beschimmeld brood in land van hoop

Vrijwilligers wedijveren in gulheid en bekritiseren de officiële opvang.

Kinderen van Syrische vluchtelingen krijgen tekenspullen uitgedeeld en spelen met vrijwilligers in Berlijn. Foto’s Stefanie Loos/REUTERS

De chauffeur van de bestelauto met een lading pita-broodjes staat woedend voor de slagboom. „Dat kan toch niet! Moet ik hier soms een uur wachten?” De twee in zwarte uniformen gestoken beveiligers halen hun schouders op. Aan de zij-ingang van het voormalige stadsdeelraadhuis Wilmersdorf, in het westelijk deel van Berlijn, is het druk. Groepjes mensen staan voor een prikbord waarop met grote letters staat: „We hebben geen textiel meer nodig!” Onder de boog van de poort is de binnenplaats zichtbaar, daar lopen vrouwen met hoofddoeken. Uit de ramen van het voormalig bestuurskantoor hangt was te drogen. Sinds achttien dagen is het gebouw in gebruik als een van de vele noodopvangplaatsen die Berlijn heeft ingericht om de duizenden vluchtelingen die naar de Duitse hoofdstad zijn gekomen op te vangen. Inmiddels worden hier 560 mensen, meestal jongemannen en jonge gezinnen uit Syrië, opgevangen.

President Joachim Gauck bracht hier vorige week een bezoek en loofde de inzet van alle Berlijnse vrijwilligers. Dit was het ‘lichte’ Duitsland van hoop en hulp.

In haar camper in de straat naast het gebouw is Lidia Gulino niet erg te spreken over de hele situatie en ook niet over het bezoek van de president. „Politici maken nu goede sier met het werk van vrijwilligers, terwijl er verder geen enkele bestuurlijke aandacht is voor de problemen waar onze vluchtelingen mee zitten. Er is hier nog steeds geen stromend water! De mensen wassen zich met mineraal water met prik dat hier gedoneerd wordt.”

Buiten de camper staan nog twee vrijwilligsters. Ofschoon het streng verboden is te fotograferen, laten ze op hun telefoons beelden zien van beschimmelde kaas en beschimmeld brood. „Dit moeten vluchtelingen eten!” zegt een van hen. Ze toont ook een foto van de eetzaal in het gebouw. Lange rijen voor blauwe tonnen waar eten uit geschept wordt. „Dit is alleen van buiten een gebouw. Binnen is het een kamp.”

Gulino, die een cateringbedrijf heeft, en haar vriendin Martina Wendckowski, lerares, behoren bij de vaste kern van het jonge burgerinitiatief Wilmersdorf Hilft! (Wilmersdorf helpt!). De animo onder de Berlijnse burgerij om de nieuwkomers in hun stadsdeel te helpen is groot, zeggen de vrouwen. De afgelopen tijd hebben zich alleen al bij deze groep vijfentwintighonderd mensen gemeld. Zestig sportclubs hebben zich opengesteld voor vluchtelingen. Veel artsen hebben zich verzameld in het initiatief Medizin hilft Flüchtlinge (Geneeskunde helpt vluchtelingen). Hier in oude stadsdeelkantoor hebben de artsen een kliniek ingericht. En in Berlijn heeft ieder stadsdeel zo’n burgerinitiatief. Zo stond burgerinitiatief Moabit hilft! vorige maand in het centrum van de belangstelling omdat hun vrijwilligers de verzorging op zich namen van de honderden vluchtelingen die dag en nacht voor het kantoor wachten van de stedelijke dienst die verantwoordelijk is voor de registratie van nieuwkomers. Maar het zogeheten Landesamt für Gesundheit und Soziales (Dienst Gezondheidszorg en Sociale Zaken, LaGeSo) is totaal overbelast. Regelmatig zijn er opstootjes voor de deur van de dienst, zoals afgelopen maandag, omdat de wachtenden er genoeg van krijgen.

„Mensen die na dagen wachten worden geregistreerd, worden onder meer hier naartoe gestuurd. Hier moeten ze wachten op het begin van de asielprocedure. Als die begint, na weken wachten, worden ze naar elders overgeplaatst. Daar is vaak geen ruimte. En dan staan ze hier weer voor de poort. Maar hier zijn ze uitgecheckt. Dus moeten ze weer helemaal opnieuw achteraan in de rij staan bij LaGeSo. Daar worden mensen wel wanhopig van,” zegt Gulino.

Gulino en Wendchowski vinden dat de Berlijnse autoriteiten geen idee hebben waar ze mee bezig zijn. Wendchowski: „Voorbeeldje. We hebben hier een uitstekende medische kliniek opgebouwd. Kosteloos. Helemaal opgezet door artsen, onder toeziend oog van een ziekenhuis dat ook allerlei medische apparatuur heeft geschonken. Maar nu wil LaGeSo die ruimte hebben, omdat ze hier één dag per week zijn om mensen in procedure te nemen. De kliniek is dichter bij de toiletten. Tegen ons is gezegd dat we 48 uur hebben om de kamers te ontruimen! De heren en dames ambtenaren willen een fatsoenlijke werkruimte.” Gulino: „Ook hebben ze een rooster ingevoerd voor ons, vrijwilligers. Mensen die er niet op staan, mogen het gebouw niet meer binnen. Om veiligheidsredenen, zeggen ze.” Volgens de beide vrouwen dreigen veel vrijwilligers nu op te houden met hun werk. „Dan moet de stad het alleen doen. Terwijl we nog maar aan het begin staan. Er komen nog veel meer vluchtelingen aan.”

    • Frank Vermeulen