Bergepos ‘Everest’ is maar half gelukt

De keuze voor de openingsfilm is begrijpelijk, maar het resultaat is halfbakken. En waar kijken we verder naar uit?

Scott Fisher (Jake Gyllenhaal) komt door een sneeuwstorm in de problemen inEverest.

Drie keer op rij de jackpot, dat blijkt toch iets te veel gevraagd voor het filmfestival van Venetië. De openingsfilm van het oudste filmfestival ter wereld, dat gisteren voor de 72ste keer van start ging, gooide de afgelopen jaren hoge ogen bij de Oscars: twee jaar geleden opende het festival met ruimtevaartfilm Gravity (zeven Oscars) en het jaar daarop volgde Birdman (vier Oscars). Maar het moet raar lopen als het halfgeslaagde bergbeklimmersdrama Everest, een grote Hollywoodproductie van de IJslandse regisseur Baltasar Kormákur, dat kunstje komend jaar zal kunnen herhalen.

Dat de keuze van festivaldirecteur Alberto Barbera op Everest viel, valt te begrijpen. En niet alleen omdat de cast veel klinkende namen bevat – Jake Gyllenhaal, Keira Knightley, Sam Worthington – die garant staan voor flitsende fotografen op de rode loper. Everest gaat over een waargebeurde geschiedenis rond de expeditie van Australiër Rob Hall (Jason Clarke), een pionier in het organiseren van commerciële reizen op Mount Everest, die gruwelijk misliep. De film gaat de vraagtekens die er te plaatsen zijn rond de commercialisering van de bergsport niet uit de weg – Everest is inmiddels een min of meer ingeburgerde vakantiebestemming voor avontuurlijk ingestelde, kapitaalkrachtige reizigers. De film wil meer bieden dan spectaculaire natuurbeelden en ongecompliceerde heroïek, maar laat ook de vervuiling en zelfs verkeersopstoppingen zien die er op grote hoogten, onder barre omstandigheden plaatsvinden.

Dat valt te prijzen. Maar de juiste balans vinden is ingewikkeld want Everest blijft een dure Hollywoodfilm, die het moet hebben van spektakel en sentiment. Kormákur is daar niet goed uitgekomen, of misschien heeft hij de kans niet gekregen van zijn financiers. Het resultaat is een film die overal net tussen hangt: geen echt onthullend exposé over de drang om koste wat kost de top te bereiken, maar ook niet helemaal een ouderwets meeslepend drama rond dappere mannen van stavast, die alles op het spel zetten om het uiterste uit zichzelf te halen. De personages krijgen te weinig contour, de rolverdeling is traditioneel: de mannen gaan op avontuur, terwijl de vrouwen angstig thuis zitten, de sjerpa’s die het echte zware werk doen bij de klim blijven grotendeels buiten beeld. Bovenal blijft onbeantwoord: waarom? Wat bezielt iemand om de Everest op te willen? Is het vooral ego? „Je kunt je hele verdere leven zeggen dat jij de man bent die op de top van Everest heeft gestaan”, zegt een van de personages verlekkerd. Of is het toch meer de confrontatie met de natuur in haar meest elementaire vorm? Het uitblijven van een antwoord leidt tot een onbestemde film.

Niet getreurd: er staat genoeg op het programma om naar uit te zien, zij het nogal zware kost: Anomalisa, de naar verluidt zwaarmoedige – en expliciete – animatiefilm van Charlie Kaufman, over een man in een midlifecrisis, Idris Elba als Afrikaanse krijgsheer in Beasts of No Nation van Cary Fukunaga, en Heart of a Dog van Laurie Anderson, performancekunstenaar en weduwe van Lou Reed, die thema’s als verlies en rouw verwerkte in haar eerste lange film.

Gemakkelijk zal het niet zijn om bij de topzware jury in de smaak te vallen. In die jury zit een aantal van de meest prominente regisseurs ter wereld: uit Turkije Nuri Bilge Ceylan (Winter Sleep), uit Taiwan Hou Hsia-hsien (The Assassin) en uit Polen Pawel Pawlikowski (Ida). Juryvoorzitter is Alfonso Cuarón die Venetië twee jaar geleden domineerde met Gravity. De filmmakers die nu naar Venetië komen hebben alle reden om voor de jury te sidderen.