‘Wil hij soms dat ik wat schmier?’

De karakteracteur heeft ‘comic relief’ als specialiteit, zo toont hij eens te meer in ‘Mia madre’. Een gesprek in Cannes over onzekere acteurs, tirannie en regisseren.

John Turturro als de onzekere Amerikaanse steracteur Barry Huggins inMia madre

Een slordige, snelle prater: in dat opzicht komt de acteur John Turturro (58) overeen met je verwachtingen. De slungelige springveer met lange tenen, dunne huid en hysterische ogen. De karakteracteur uit Brooklyn die zo goed is in etnisch getinte neuroten en boekenwurmen. Vaste kracht bij Spike Lee (negen films) en de gebroeders Coen, voor wie hij in 1991 de hoofdrol vertolkte in Barton Fink, winnaar van de Gouden Palm in Cannes. Turturro: „Die film begrijp ik nu pas, toen kon ik me niet voorstellen dat iemand hem wilde zien.”

Hij oogt elegant en sereen, de acteur die ons medio mei in groepjes van drie te woord staat op het dakterras van Club Silencio. Glimlacht minzaam als regisseur Moretti vanaf een ander dakterras clownesk zwaait en kushandjes toewerpt. „Ciao Johnny!” Niks zenuwachtigs aan.

Dit jaar is Turturro in Cannes voor Mia madre, de tragikomedie waarin de Italiaanse regisseur Nanni Moretti de dood van zijn eigen moeder van zich af filmt. „Ik aanbid zijn waanzin”, zei Moretti eerder over Turturro. „Zo, mijn waanzin hè?”, grinnikt de acteur. „Soms wil een regisseur je stilletjes, soms wil hij je wild. Nanni had me nodig voor comic relief in een zware film. Dus dat krijgt hij.”

Turturro dineerde in 2010 in Rome met Nanni Moretti om over een mogelijke rol als kardinaal te praten in diens Vaticaankomedie Habemus papam. „Dat ging niet door, maar hij stuurde me later Mia madre, en dat was zo’n prachtig geschreven en scherp geobserveerd script. Mijn eigen moeder overleed niet zo lang geleden. Ze was heel lang ziek, maar je moet werken, je hebt een gezin, verplichtingen. Je gaat nadenken. Ze luisterde zo intens naar jou, luisterde jij wel genoeg naar haar? Ik denk trouwens dat je kan zien of iemand een goede band met zijn moeder had. Nanni zeker, hij vertrouwt op zijn instincten. Daar stond ooit een moeder achter die zei: ‘Nanni, je kan vliegen’.”

Acteursgod

John Turturro zorgt in Mia madre voor de lichte toets, en hoe. Doorgaans heeft hij weinig tijd nodig om een film met een paar welgekozen tics en gebaartjes naar zijn hand te zetten: denk aan zijn even korte als onvergetelijke optreden als pedofiele bowlingspeler Jesus Quintana in The Big Lebowski. Ditmaal is hij de onzekere Amerikaanse ster Barry Huggins die nachtmerries heeft dat acteursgod Kevin Spacey hem wil vermoorden. Huggins haalt regisseur Margherita het bloed onder de nagels vandaan terwijl haar moeder op sterven ligt: hij vergeet teksten, ruïneert scènes, wil feesten als zij is uitgeteld.

Turturro is zelf een veteraan van 97 film- en televisiesets: hij heeft net zeven maanden achter de rug als advocaat met eczeem in een nieuwe tv-serie van HBO, werktitel Crime. Ook regisseerde hij zes goed ontvangen films en documentaires, zoals in 2013 de warme New Yorkse komedie Fading Gigolo. Of hij veel van zichzelf in Barry Huggins stopte? „Ik kom juist altijd perfect voorbereid op de set, echt. Een beetje obsessief zelfs. Barry is er met zijn hoofd niet bij. Hij zit niet goed in zijn vel en hoopt zich daar doorheen te bluffen. Ik kan wel putten uit ervaring: je wilt niet weten hoeveel acteurs hun tekst niet kennen of dronken op een set verschijnen. Gênant. Je wilt helpen, maar bent geïrriteerd. Jij leerde al die passages wel uit je hoofd.

„Acteurs zijn zo schokkend onzeker, en juist de grote filmsterren. Dan werken ze al weken met een dialectcoach, maar iets klinkt even niet goed en” – knipt met zijn vingers – „alle lucht loopt uit de ballon en er komt een hele dag geen normaal woord meer uit.”

Turturro is blij dat hij niet al te beroemd is. „Ik word herkend, maar kan nog over straat. Ik deed ooit interviews in Parijs met Robert Redford bij zijn film Quiz Show. Ik zei: als we klaar zijn, ga ik naar het Louvre en het Centre Pompidou. Robert wilde dolgraag mee, maar dat kon hij al jaren niet. Roem is een claustrofobische ervaring, je wereld krimpt. Je kan mensen niet observeren, wat elke acteur graag doet, want iedereen gedraagt zich geforceerd. Je leeft permanent in een circusring. Toch wil iedereen bij het circus.”

Zijn eigen acteursonzekerheid heeft Turturro naar eigen zeggen overwonnen. Kwestie van ervaring. „Ik weet nu hoe ik ermee moet omgaan. Geen recensies lezen als ik op het toneel sta, mijn scènes niet terugkijken onder het filmen. Anders wordt je zelfbewust, dat is een gevaar dat bij acteurs altijd op de loer ligt.

„Toen ik in de jaren tachtig begon, waren er nogal wat schreeuwende generaals op de set, er werd teveel cocaïne gesnoven. Ik heb gewerkt met moeilijke mensen als William Friedkin (The Exorcist) en Michael Cimino (The Deer Hunter), die bulldozerden zo over je heen. Dan leer je van je afbijten. Als een regisseur onervaren is, verbaast het je wie er verder zoal de baas kan gaan spelen op een filmset. De cameraman vaak. ‘Nee, blijven staan, ik wil je nog even anders uitlichten’.”

Stanley Kubrick

Mia madre is zijn eerste film met Nanni Moretti. „Aan een nieuwe regisseur moet je wennen. In mij eerste scène stelt mijn personage zich aan in een auto. Nanni pushte me om totaal uit mijn dak te gaan, ik moest er een liedje over melk bij zingen waarvan ik de tekst niet kende. Wow. Dan denk je: wil hij soms dat ik schmier? Nu begrijp ik dat Nanni van alles uitprobeert, maar eerst ben je op je hoede.

„Ik keek wel op van het enorme aantal takes bij elke scène. Woody Allen is met drie, vier takes klaar, ik ook als ik regisseer. Sidney Lumet deed het in één take, maar die had dan wel twee weken gerepeteerd. Alleen Robert De Niro heeft als regisseur zoveel takes nodig als Nanni. Die twee lijken ook sprekend op elkaar.”

De grap over de 105 takes die Stanley Kubrick nodig heeft, is dus zelfspot van Moretti? „Als er iets op zijn set gebeurt, kan dat zomaar in de film eindigen. Dat verhaal over Kubrick begon met een anekdote van mij over hoe ik bijna speelde in Eyes Wide Shut. Of neem Margherita, die in de film zegt dat een acteur ‘naast zijn personage moet staan’. Dat zei Nanni tegen mij, en daarna kreeg hij een lachbui door mijn verbaasde blik. Het is trouwens geen onzin hoor. Stel dat je een intense scène speelt, vol wanhoop. Dan moet je daar wel een beetje buiten staan, analytisch blijven. Ach, zo heeft iedereen zijn theorieën, maar niemand weet hoe acteren werkt. Je moet er niet teveel over nadenken, dan verkramp je.”

    • Coen van Zwol