Stressen bij je moeders sterfbed

Full disclosure: deze criticus verloor vrij recent zijn moeder. Twee weken voor haar dood zat hij in Cannes: hij haalde het sterfbed op het nippertje. Moet je een film als Mia madre om die reden niet, of juist wel bespreken? Ik vertrouw erop dat je ook zonder die emotionele identificatie inziet hoe fijnzinnig en scherp geobserveerd deze semiautobiografische film van de Italiaanse cineast Nanni Moretti is. Die gaat over dat knagende gevoel dat je er aan het eind niet helemaal was voor degene die die ooit de belangrijkste persoon in je leven was.

Moretti’s eigen moeder stierf terwijl hij in 2010 Habemus papam filmde en hoofdrolspeler Michel Piccoli op de set alle energie uit zijn lijf zoog. Die persoonlijke betrokkenheid levert zijn sterkste film op sinds de Gouden Palm-winnaar La stanza del figlio (2001). Met een lichtere toets: de dood van een zoon is een tragedie, de dood van een moeder de loop der dingen. Mia madre is vaak heel grappig.

Margherita Buy speelt Margherita, een fiere, emotioneel afhoudende regisseur van ernstig sociaal-politiek drama. Tijdens de opnames van een film over strijd tussen arbeid en kapitaal rond een familiebedrijf dreigt het hart van haar moeder, een warme, geduldige lerares Latijn, het te laten afweten. Door complicaties als een ondergelopen appartement en een labiele hoofdrolspeler, een glansrol van John Turturro, holt Margherita steeds achter de feiten aan. Haar onmacht vertaalt zich in nachtmerries: half jaloers, half schuldbewust ziet ze dat haar broer, gespeeld door regisseur Morretti zelf, doet wat zij – en Moretti indertijd – nalaat: de agenda vrij maken voor moeder, familie en introspectie.

Moretti’s films neigen tot meanderen, ook Mia madre. Maar waar Habemus papam vastliep in terzijdes en daarna niet meer op gang kwam, metselt hij ditmaal uit subtiele observaties en geestige dialogen een spanningsboog naar het onvermijdelijke. Met in de finale een emotionele sucker punch. Wat weten we echt van onze ouders? En wie luistert er straks nog naar jou?

    • Coen van Zwol