Streeps jongste transformatie: oude rockchick

Meryl Streep ondergaat weer eens een totale transformatie. In Ricki and the Flash speelt ze Ricki, een zangeres die al jaren achtereen elke vrijdagavond in een halfvolle bar in achteraf Amerika speelt. Ze zingt vooral covers van klassieke americanasongs: Bruce Springsteen, Tom Petty, Emmylou Harris. Ze ziet eruit als een rockchick op leeftijd: consequent gekleed in het zwart en een tegendraadse coupe met lange vlechtjes aan één kant.

Het verleden haalt Ricki in als haar ex-echtgenoot belt met de mededeling dat haar dochter totaal is ingestort na een echtscheiding. Lukt het de egoïstische rocker om haar moedergevoelens aan te boren en haar vervreemde dochter, gespeeld door Streeps eigen dochter Mamie Gummer, te helpen?

Scenariste Diablo Cody (Juno, Young Adult) baseerde Ricki op haar eigen schoonmoeder en verzon een verhaal dat opvallende gelijkenissen vertoont met de recente film Danny Collins. Hierin speelt Al Pacino een verloederde popzanger die teert op zijn oude hits en besluit de zoon die hij vier decennia eerder verwekte voor het eerst op te zoeken. Die reageert afwijzend, maar uiteraard volgt toenadering omdat vader zo'n charmante losbol is en Sinterklaas kan uithangen als de zoon ziek is en de kleindochter leerproblemen heeft.

Het hangt kennelijk in de lucht: films over babyboomers die het zo druk hadden met zelfontplooiing dat de opvoeding erbij inschoot, en dat op de valreep goedmaken. Dat lukt altijd in Hollywood, maar bij moeder en dochter krijg je een ander verhaal dan bij vader en zoon. Zoals Cody in een memorabele monoloog vaststelt: Mick Jagger met zeven kinderen bij vier vrouwen is cool, maar een zangeres die één ouderavond mist, is meteen een monster.

Het plezier van Ricki and The Flash zit ’m niet in het sentimentaliteit vermijdende, maar toch tikje voorspelbare scenario of de capabele acteurs, maar komt verrassend genoeg vrijwel geheel voor rekening van Ricki’s begeleidingsband The Flash. Deze bestaat uit echte muzikanten die hun hoogtijdagen in de jaren zeventig hadden en uit de kring rond Neil Young komen, de langharige rocker die Meryl Streep leerde hoe haar gitaar vast te houden. Deze band levert schitterende taferelen op: de expressieve uitdrukkingsloosheid van de laconieke (en inmiddels overleden) bassist Rick Rosas, de energiek bekkentrekkende drummer Joe Vitale en het laid-back orgelspel van Bernie Worrell.

Maar het is voormalig teenybopper Rick Springfield die acteerkanon Streep van het doek speelt. Hij is leadgitarist Greg die ook offstage aan de zijde van Ricki staat, de vrouw van wie hij zielsveel houdt. Hij is gefrustreerd en boos dat zij schouderophalend over hun relatie doet. Die gecompliceerde haat-liefdeverhouding zie je terug op het podium, en het knappe is dat Springfield het allemaal onthult met zijn blikken richting Ricki. Soms zijn die vol tederheid, dan weer met nauwelijks verholen woede over haar vrijheid-blijheid. Het is bovendien een leuke omkering: hier hunkert een man naar liefde en bevestiging.