Wantrouwen is vaak een abstractie

Een vriend van mij moest een intake doen voor de schematherapie die hij gaat volgen. Een vastgedraaid hoofd neemt algauw altijd hetzelfde modderige pad. De therapie wil dat patroon doorbreken.

Hij scoorde hoog in de schema’s ‘Mislukking’ en ‘Verlating/instabiliteit’.

De kennis foeterde over het feit dat hij een cijfer, 1 tot 6, moest aangeven bij de stelling ‘Ik ben lelijk’.

Hij weet namelijk heus dat er een verschil is tussen jezelf lelijk vinden en lelijk zijn. Hij scoorde laag op ‘Wantrouwen/misbruik’, omdat hij niet bevestigend kon antwoorden op stellingen als: ‘Het is slechts een kwestie van tijd voordat iemand me bedriegt.’

Toen ik vorige week over het kelderen van de Chinese economie las, ergerde ik me aan de gemakzuchtige taal waarmee in de media over die gekke Chinezen met hun zogenaamde 7 procent groei wordt gesproken: als je een situatie niet goed overziet, doe dan niet net alsof om jezelf de voldoening van begrip te gunnen.

Maar aanstekelijk was het lacherige wantrouwen zeker: ik realiseerde me ineens hoe gemakkelijk ik de materiële fundamenten van mijn bestaan digitaal maak of in cijfertjes laat omzetten.

Alles staat op een bankrekening, al jaren gebruik ik een e-mailadres voor de meest intieme communicatie.

Ik heb bijna niets van mezelf dat ik werkelijk in handen kan houden. Misschien is dat lichtgewichte wel heel gezond, maar ineens dacht ik: ik stop mijn geld in een oude sok.

Als kind was ik gek van de speelfilm De Tasjesdief. Wanneer de oma van Alex thuis wordt beroofd, reageert haar familie hoofdschuddend: oma is een sukkel dat ze haar geld tussen de washandjes had liggen (niemand zegt iets over de onhandige knoop waarmee de inbrekers haar aan de verwarming hebben vastgebonden).

Met dat beeld groeide ik op: alleen onhandige omaatjes bewaren hun rijkdommen in een handtas of linnenkast. Mijn eerste centen stortte ik zonder twijfelen op de Pennierekening.

Je hebt mensen die wantrouwen als een uiting van de emotionele onderbuik zien en mensen die een gebrek aan wantrouwen als naïef beschouwen.

Er bestaat natuurlijk een reële confrontatie met gevaar, maar vaak is wantrouwen een abstractie. Met economische zaken komen die twee samen, omdat geld op de bank een abstractie is, maar de gevolgen zijn reëel.

Met geroofd geld is het vast net als met de dood: die is beter te verwerken als je het lijk hebt gezien.

Het is misschien een nostalgisch verlangen naar ouderwets bedrog, maar ik heb liever dat mijn geld uit mijn handen wordt gegrist dan dat het stilletjes verdwijnt.

Dat is het verschil tussen mij en mijn vriend: ik geloof pas in mislukking wanneer ik het zie.

    • Simone van Saarloos