Opinie

    • Frits Abrahams

Nadal in onderbroek

Dat was even schrikken toen Rafael Nadal op het Leidseplein plotseling voor mij opdook. Hij was naakt, op een wit onderbroekje na, de armen geheven zodat zijn gespierde borstpartij nog meer indruk maakte. Het ging vooral om het onderbroekje en datgene wat er, enigszins uitpuilend als een beginnende erectie, in verborgen zat.

Daar moeten de reclamejongens van het Amerikaanse modelabel Tommy Hilfiger hevig over hebben gebrainstormd, samen met hun fotografen en ten slotte ook met Nadal zelf. Een reclamezuil met Nadal in een brave, ruim zittende onderbroek was niet de bedoeling.

Dat kon vroeger toen Björn Borg als eerste toptennisser in de onderbroekenmode was gedoken, maar de tijden waren ingrijpend veranderd. Bij de reclame hoorde een sexy knipoog, liefst van een mooie vrouw of, als er geld voor was, een internationaal bekende sportheld.

Bij de fotoshoot zal het nog een heel gezoek zijn geweest voor de ideale pose was gevonden. Nadal is nu eenmaal van nature geen poseur, hij voelt zich meer in zijn element als hij op gravel een tegenstander naar alle hoeken van de baan kan jagen. Dat is zijn vak. Veel bloed en zweet, nauwelijks tranen.

„Is het nou echt nodig?”, had Nadal eerst nog gevraagd, want hij had ooit op Mallorca een kuise katholieke opvoeding gehad. „We gaan ’m echt niet wegretoucheren”, lachte de fotograaf, „het moet eruitzien alsof-ie in een soort tuitje zit dat naarvoren steekt. Het toppunt van mannelijkheid. Probeer het maar even. Het is een kwestie van lang genoeg voelen en kneden.”

We kennen Nadal als een tennisser die voor hij serveert secondenlang in zijn bilspleet of zijn kruis voelt, maar wat Tommy Hilfiger nu van hem vroeg werd hem toch bijna te machtig. Een tuitje? Hoezo? Hij was van origine een simpele Spaanse volksjongen en die deden ’m nooit in een tuitje, die lieten ’m gewoon breed hangen.

„Doe het nou maar”, dwong de fotograaf, „en kijk er in godsnaam wat zwoeler bij. Anders hadden we net zo goed Federer kunnen vragen.” Dat was bluf, want Federer zou zo’n reclame niet gewild hebben – en zijn vrouw Mirka al helemaal niet.

Nadal keek nog even naar zijn manager die op de achtergrond toezicht hield. Die spreidde de vingers van beide handen, alsof hij wilde beduiden: tien miljoen, daar moet je wat voor overhebben.

Zou het inderdaad zoveel zijn: tien miljoen euro voor een internationale reclamecampagne, die je beeltenis tot naast een abri op het Leidseplein brengt? Het zou me niet verbazen – het zal eerder meer dan minder zijn. In ruil daarvoor mag Nadal door Hilfiger twee jaar lang zijn ‘ambassadeur’ worden genoemd.

In die functie moet Nadal uitspraken doen als: „Ik hou van de Amerikaanse stijl van de ontwerpen van Hilfiger. Het ziet er goed uit en het zit lekker. Ik ben dan ook heel blij dat ik samenwerk met het merk. Ik hou van een klassieke stijl: jeans, een polo en een colbert.”

En die onderbroeken dus.

De vraag is of Nadal een aardig zakcentje goed kon gebruiken. Tot dusver heeft hij in zijn carrière 72 miljoen dollar aan prijzengeld verdiend. Daar komt nog eens een veelvoud aan sponsorgelden bij.

Het is een bekende, ongeschreven financiële wet: wie veel heeft wil nóg meer. Je pakt wat je pakken kunt, ook al sta je voor lul.

    • Frits Abrahams