Misschien moet links binnenshuis wat minder kijven

PvdA’er Lodewijk Asscher en ‘de Britse Obama’ spraken gisteren over de problemen van de sociaal-democratie.

Het was schertsend aangekondigd als „groepstherapie”: het gesprek gisteravond tussen twee Europese sociaal-democraten.

De een kwam uit Nederland en heet Lodewijk Asscher, PvdA-vicepremier in Rutte II. De ander kwam uit het Verenigd Koninkrijk en heet Chuka Umunna, Lagerhuislid voor de Labourpartij. Allebei jonge, vernieuwingsgezinde sociaal-democraten. En allebei door hun geplaagde partijen gezien als toekomstige leiders. In het Amsterdamse debatcentrum De Balie bogen ze zich gisteravond over de vraag: is er nog toekomst voor een brede volkspartij links van het politieke midden?

Umunna, vanwege zijn Nigeriaanse afkomst en retorische gaven ook wel ‘de Britse Obama’ genoemd, kwam op een beladen moment naar Nederland. Zijn partij staat op het punt de radicale socialist Jeremy Corbyn tot nieuwe leider te kiezen, en zichzelf daarmee te marginaliseren. Umunna, behorend tot de gematigde vleugel van Labour, bekritiseerde Corbyns ideeën over belastingen, nucleaire energie en buitenlandse politiek. Maar hij riep zijn partij ook op om achter Corbyn te gaan staan, mocht hij straks tot leider verkozen worden – een oproep die vandaag alle Britse kranten haalde.

Ook Asscher liet blijken weinig gecharmeerd te zijn van de oud-linkse socialist Corbyn. Hij noemde diens plan voor aparte metrostellen voor vrouwen om seksuele intimidatie tegen te gaan „zijn allerslechtste plan”.

Vrolijk werd je er niet van, de toespraken van Asscher en Umunna. Hoewel ze zichzelf beiden „optimistisch” en „hoopvol” noemden, kwamen ze met een lijst problemen voor de sociaal-democratie waar je u tegen zegt: een onzekere middenklasse, fragmentarisering van de maatschappij, opkomst van populistisch rechts en links.

Ze kwamen allebei met min of meer hetzelfde recept om hun partijen uit de electorale misère te helpen: niet omzien in nostalgie. De wereld verandert dankzij globalisering, robotisering en veranderende arbeidsverhoudingen. Proberen die ontwikkelingen tegen te houden, is een verloren zaak. Als sociaal-democraat kun je beter burgers – en dan met name de lageropgeleiden – helpen hun weg te vinden in die snel veranderende wereld.

Er was wel een duidelijk accentverschil. Zo sprak Umunna nauwelijks over de bedreigingen van arbeidsmigratie, terwijl Asscher maar weer eens waarschuwde voor een te grote influx van goedkope arbeidskrachten uit Oost-Europa.

Asscher had ook een boodschap voor links als geheel: stop met elkaar verrot te schelden. In plaats van elkaar uit te maken voor „communist, cryptoneoliberaal of onverkiesbare radicaal” zouden progressieve partijen samen moeten optrekken tegen „rechts”. Dat kan gezien worden als een handreiking aan de SP en GroenLinks, om eindelijk eens tot linkse samenwerking te komen. Wat ook niet helpt, zei Asscher, „is telkens maar van leider wisselen” – opmerkelijk gezien de aanhoudende speculaties over Asscher als toekomstige PvdA-leider.

De interessantste observatie van de avond kwam van Umunna. Waarom hebben linkse politieke partijen zo’n moeite jongeren te werven, vroeg hij zich af, terwijl die wél massaal warm lopen voor single issue-bewegingen? Omdat de ‘Amazon-generatie’ gewend is alles met één muisklik te kunnen krijgen, zonder rekening te hoeven houden met anderen. „In de politiek moet je kiezen en compromissen sluiten. Het wordt tijd dat we als politici tegen jongeren zeggen: je kunt niet álles krijgen.”