Koophuis al genoeg gesteund

De Nederlandse koopwoningenmarkt zal het moeten blijven doen zonder de zogeheten Nederlandse Hypotheekinstelling. Maar dat ziet er niet uit als een ernstige aderlating. Het herstel van de economie en de ultralage rente versterken nu de woningmarkt. Het oogmerk van de Nederlandse Hypotheekinstelling was verbetering van vraag en aanbod rond woninghypotheken. Professionele beleggers in binnen- en buitenland , zoals pensioenfondsen, zouden nieuwe woninghypotheken kunnen kopen, maar wel met een garantie van de staat. Dus liepen ze minder risico in het geval van wanbetaling door de huiseigenaar.

Om te beginnen zou het gaan om woninghypotheken die al onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) vallen. De tweede garantie was die op de obligaties zelf. Het voordeel was dat er meer geld, gemikt werd op 50 miljard euro, naar de woningmarkt zou stromen, met meer concurrentie en daardoor lagere hypotheekrentes. Daar konden de (toekomstige) huizenkopers van profiteren.

Het plan, dat bij de lancering in 2013 werd gesteund door toenmalig werkgeversvoorzitter Wientjes en huidig PvdA-leider Samsom, wilde meerdere vliegen in één klap slaan. Meer financiering voor de vastgelopen huizenmarkt. Meer werk voor de zwaar getroffen bouwsector. Én meer investeringen van de beheerders van de Nederlandse pensioenkapitalen in de Nederlandse economie.

Dat zijn stuk voor stuk behartigenswaardige doeleinden, maar de zwakke stee is de rol van de overheid hierbij. Het was van meet af aan de vraag of de Europese Commissie, die ongeoorloofde staatssteun moet bestrijden, akkoord zou gaan met de opeenstapeling van staatsgaranties. Niet dus.

Die uitkomst verbaast niet. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) noemde het bijna twee jaar geleden al „een delicaat proces dat vraagt om een zorgvuldige aanpak”.

De overheid faciliteert de koopwoningenmarkt al langs fiscale weg én via de NHG. Het is verleidelijk om meer te doen, maar verdere stimulering van de koopwoningenmarkt is geen staatstaak en staatsgaranties zijn niet gratis. Het is verschuiving van de risico’s van de private naar de publieke kas. De Algemene Rekenkamer becijferde vorig jaar dat de overheid al garanties en borgstellingen ter waarde van 469 miljard euro heeft verstrekt.

Natuurlijk is het voor Nederland gunstig als pensioenfondsen en andere beleggers hier investeren in de economie. Maar dat moet voor hen een afweging zijn tussen rendement en risico; en pensioenfondsen horen altijd louter in het belang van de deelnemers aan hun pensioenregelingen te handelen. Dáár zijn ze voor.