Joods-Palestijnse dansles als uitweg

Ballroomdanser Pierre Dulaine is waarschijnlijk het bekendste doordat Antonio Banderas voor de film Take the Lead in zijn huid kroop. De recensenten hadden er destijds wat moeite mee om de ‘ware gebeurtenissen’ waar de film op gebaseerd was te geloven.

Maar na het zien van documentaire Dancing in Jaffa kun je inderdaad aannemen dat Dulaine het soort man is dat op een ochtend een New Yorkse highschool binnenstapt om de probleemkinderen uit de nablijfklas de tango te leren, omdat hij denkt dat dat een probaat middel tegen vandalisme is. In Dancing in Jaffa benadert hij Joodse, Palestijnse en gemengde basisscholen in zijn geboorteplaats Jaffa met een bescheidener, maar misschien nog wel veel moeilijke missie, namelijk om ze sámen te leren dansen.

Nog afgezien van het feit dat tien-, elf-, twaalfjarigen het over het algemeen al lastig genoeg vinden om elkaar aan te raken, staan er nu ook nog religieuze en politieke obstakels in de weg. Jongens kijken met vieze gezichten naar meisjes, meisjes bedekken hun handen met hun mouwen. Alleen op de Weizmann-school, een van de weinige gemengde scholen überhaupt in Israël, hebben de leerlingen er geen problemen mee om samen te dansen.

Voor Dulaine, zoon van een Britse vader en een Palestijnse moeder, is het sinds hij als vierjarige met zijn ouders het land moest uitvluchten de eerste keer dat hij weer in zijn geboorteplaats terugkeert.

Het genre van de motivatiefilm waarin sport en kunsten sneller verbroederen dan je met je ogen kunt knipperen is onverslaanbaar. Merengue, samba en rumba krijgen in het vakmatig voorspelbare Dancing in Jaffa voor elkaar wat generaties idealisten niet is gelukt: jongens en meisjes, de populairen en de buitenbeentjes, joods, christen en moslim, ze kijken naar elkaar. En dan beginnen ze te dansen.

Het duurt even, en Dancing in Jaffa is nou ook weer niet zo naïef om Dulaine te veel te verheerlijken. Hij is zelf ook nogal een dwingelandje. Maar twee jaar na zijn vertrek bestaat het dansproject nog steeds.

    • Dana Linssen