In Drenthe spreken de zware jongens Noors

Na België betrekt nu ook Noorwegen gevangeniscellen en personeel van Nederland. Gaat het lukken? „Ik houd mijn hart vast.”

De binnenplaats is betoverend. Het grasveld is groot en groen. Er staan eikenbomen van meer dan honderd jaar oud. In de ene hoek ligt een basketbalveld, in een andere hangt een volleybalnet. Ernaast staan stenen tafels met opgedrukt schaakbord. Ze bieden uitzicht op muren, tussen 1901 en 1906 „met verpleegden gebouwd”, verraadt een gevelsteen. „Als je niet beter weet”, zegt Karl Hillesland, „denk je dat dit een park is.” 

De Noorse directeur staat in glimmend uniform voor gevangenis Norgerhaven in Veenhuizen. Pet op het hoofd, strepen op de schouder, bandplooibroek in de vouw. Naast hem zijn rechterhand Jan Roelof van der Spoel, een colbertje boven de spijkerbroek. Op zijn revers zit een speldje met ‘Kriminalomsorgen’. Weet je wat zo toevallig is, zegt Nederlandse directeur Van der Spoel: „In het Noors betekent Norgerhaven ‘de tuin van Noorwegen’.”

Vanaf deze maand komen 242 criminelen uit Noorwegen hun gevangenisstraf uitzitten in het Drentse gevangenisdorp Veenhuizen. Voor 25,5 miljoen euro per jaar huren de Noren drie jaar lang gevangenis Norgerhaven met bijbehorend Nederlands personeel. Daardoor blijven 239 bewaarders voltijds aan het werk. Terwijl in Noorwegen 1.200 veroordeelden vrij rondlopen omdat de gevangenissen vol zitten , telde Nederland vorig jaar voor het eerst meer gevangenispersoneel (9.914) dan gevangenen (9.710) en staat een recordaantal cellen leeg.

De twee mannen inspecteren de recreatieruimte. De pingpongtafel staat er. Het biljart is in orde. Dartboard ook. De tv’s zijn gearriveerd, maar de dvd-spelers niet. Hoe zit het met de ontvangst van Noorse zenders wil Hillesland weten: „Die zijn toch wel vanaf de eerste dag beschikbaar?”

Van der Spoel staat dan al met één been in de keuken, gevangenen kunnen daar koken als ze willen. Ingrediënten kunnen in de gevangeniswinkel worden aangeschaft. Aan de muur komen keukenmessen te hangen, wijst hij. Dat zijn ze in Noorwegen zo gewend. Verankerd aan staaldraad. Zonder scherpe punt. „Maar als iemand kwaad wil, kan hij je ook met dit koffiestaafje om zeep helpen.”

Het personeel van Norgerhaven kreeg deze zomer lessen Engels en Noors penitentiair recht. Ze hoorden over het Noorse ‘normaliteitsbeginsel’: behalve zijn vrijheid behoudt een gevangene uit Noorwegen zijn andere rechten. Werk en ontplooiing staan voorop: van de twaalf uur die de mannen buiten hun cel zijn, werken ze er vier in de wasserette, de keuken, de groenvoorziening of monteren ze stroomhaspels. Verder krijgen ze elke dag onderwijs, zoals Engels en informatica.

Bellen op cel

De regimes in Noorwegen en Nederland lijken op elkaar, vindt de Noorse gevangenisdirecteur. „We hechten allebei aan respectvolle bejegening en reïntegratie, niet aan repressie een eenzame opsluiting.” In Nederland staan veiligheid en vergelding meer centraal, nuanceert zijn Nederlandse collega: „Nederland gaat uit van wantrouwen, in Noorwegen is er vertrouwen. Pas als een gevangene dat vertrouwen beschaamt, nemen jullie hem rechten af. Bij ons moet hij zijn rechten met goed gedrag terugverdienen.”

Karl Hillesland: „De verschillen zitten ’m in de uitwerking.”

„Zeg dat wel.” Van der Spoel snuift opzichtig. Niet langer met de sleutelbos maar met de knokkels op de celdeur tikken. Gevangenen mogen bellen op cel – alleen via voorgeprogrammeerde nummers. Bezoek wordt ontvangen zonder toezicht. En staat in Nederland het dagprogramma van minuut tot minuut beschreven tot aan de looplijnen van de cipiers toe, in Noorwegen is dat veel minder strikt. Dat is omschakelen.

Voelt het personeel zich onveiliger? Dat niet, antwoordt Van der Spoel, „Maar het is nog aftasten. We zijn hier met z’n allen aan het pionieren.” Neem gevangenen die met elkaar op de vuist gaan en door cipiers uit elkaar moeten worden gehaald. In een Nederlandse gevangenis is de directeur binnen 15 tot 24 uur ter plekke en handelt hij de zaak af. In Noorwegen lossen de bewaarders het op.

Karl Hillesland: „Ze horen betrokkenen, maken een verslag en delen een straf uit die we de week erna in een disciplinair overleg bespreken. Vaak is dat een geldboete. Gevangenen kunnen een paar dagen hun dagloon van 63 kronen (6,75 euro) verliezen.”

Gezellig paradijs

Intussen zijn gisteren, dinsdag, de eerste 25 gevangenen uit Noorwegen naar Eelde gevlogen en met justitiebusjes in Veenhuizen gearriveerd. Zij zijn geworven met folders die in alle 43 Noorse gevangenissen zijn uitgedeeld. Daarin wordt Norgerhaven aangeprezen als gezellig gevangenisparadijs met biljart. Nederland kan wat verder van huis zijn, maar de gevangeniswinkel is goedkoper dan in Noorwegen. Elke cel heeft een eigen wc. Gevangenen mogen zestig minuten bellen per week en niet de gebruikelijke twintig. En er zijn volop fitnessmogelijkheden.

Vooral dat laatste trok gedetineerden over de streep, want halters en gewichten hebben ze in Noorwegen niet – de machocultuur rond fitness is de Noren vreemd. Maar meer dan vijftig gedetineerden meldden zich tot nu toe niet en daarom worden de overige tweehonderd aangewezen, vertelt directeur Hillesland. „Mannen zonder jonge kinderen, die geen bijzondere zorg nodig hebben, niet meer studeren en nog geen recht hebben op verlof.”

Vooralsnog gaat hij ervan uit dat tweederde van zijn gedetineerden niet-Noor is. Vreemdelingen uit de Baltische Staten, Roemenië, Polen, België, Frankrijk, Afrika, Syrië, Irak.

„Ik houd mijn hart vast”, zegt hoogleraar Miranda Boone. De criminoloog en strafrechtjurist is net terug uit Noorwegen waar ze gevangenissen bezocht. Ze vindt het ‘Nenoproject’ „risicovol en spannend”. Meer dan incidenten vreest ze teleurstelling. Want het rooskleurige beeld dat in de folder geschetst wordt „verschilt van de werkelijkheid”. Zo zijn de cellen in Veenhuizen ouder en kleiner dan de cellen in de Noorse gevangenissen die zij bezocht. „Wat gebeurt er als gedetineerden terug willen? En wie houdt toezicht? Nederland niet.”

Boone, ook lid van de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming, kan het weten. Ze evalueerde de ervaringen met de 650 gedetineerden uit België die in Tilburg gevangen zitten. Dat gaat daar best goed, staat in het onderzoek Zeg maar Henk tegen de Chef. De gevangenen, althans de Vlamingen, spreken dezelfde taal als het personeel. De voorzieningen op het gebied van sport, tv-kijken en avondprogramma zijn er beter dan in België. En de persoonlijke aanpak van de Nederlandse bewaarders ervaren de gedetineerden als een verademing.

Geen taalvoordeel

Maar die voordelen hebben de gevangenen uit Noorwegen niet, benadrukt Boone. Daar zijn de materiële omstandigheden meestal beter dan in België, de activiteiten talrijker en is het regime veel meer gericht op reïntegratie in de maatschappij. Bovendien is er geen taalvoordeel en ondermijnt het gesleep met gevangenen het internationale recht op een familieleven. „Met weinig bezoek en een vreemde taal liggen heimwee en eenzaamheid op loer.”

Dat vreest ook Hanne Hamsund, directeur van FFP, een organisatie die naasten van gevangenen in Noorwegen vertegenwoordigt. Ze heeft uitgerekend dat een bezoek aan Veenhuizen zo’n 550 euro per persoon kost, „en dat hebben de meeste mensen gewoon niet.” Sowieso bestaat er in Noorwegen onder advocaten, criminologen en Noors gevangenispersoneel weerstand tegen „de gevangenenexport”naar Nederland.

Condooms

Maar de regering, verantwoordelijk minister Anders Anundsen van de rechts-liberale Vooruitgangspartij voorop, is doof voor alternatieven als taakstraffen, elektronische enkelband en noodgebouwen. En meerpersoonscellen? Die riskeren „onmenselijke overbezetting”, zegt een woordvoerder, en die kunnen de gunstige recidivecijfers op het spel zetten. Een op de vijf gevangenen uit Noorwegen gaat binnen twee jaar opnieuw in de fout – in Nederland is dat de helft.

Directeur Hillesland in Veenhuizen kent „de discussie over het politieke experiment” maar wil daar niks over kwijt. Wel beklemtoont hij dat zijn gevangenen kunnen skypen met het thuisfront. Bovendien krijgt familie die overkomt korting bij Hotel Fletcher in Oosterwolde. „Daar hebben wij ons best voor gedaan”.

We lopen naar de bezoekersruimte. Geen zaal met cameratoezicht maar een zachtoranje kamer met Ikea-meubels waar de gevangene privé bezoek ontvangt. Geen bed? Van der Spoel: „Dat vonden de Noren te intimiderend. En de condooms moeten voortaan onderin de kast.”

Terug op de binnenplaats wijst Van der Spoel naar boven. „Hebben jullie die boomtoppen bekeken?” We speuren de eiken af, zoeken tussen de takken en, verrek, er hangen schoenen in. Gympen en grijze bordeelsluipers. De veters aan elkaar geknoopt. Ze zijn er jarenlang door bewoners ingegooid, vertelt Van der Spoel, als aandenken na hun straf. „We zijn benieuwd of de Noren deze traditie voortzetten.”

    • Wubby Luyendijk