Opinie

    • Ik

Haai

De trein zit vol scholieren die elkaar een vakantie lang niet hebben gezien. Een jongen en een meisje wurmen zich door de meute heen. Voortdurend klinken vrolijke begroetingen.

De jongen tikt het meisje op de schouders. Hij richt zijn blik naar een paar van haar vriendinnen en zegt: „Het stikt hier van de haaien.” Ze kijkt hem beledigd en onbegrijpend aan. Een vraag ligt op haar lippen, maar de aandacht wordt meteen getrokken door een ander groepje.

Haar gezicht klaart op, en vrolijk roept ze: „Hee haaai, haaai!”

Menno Zandbergen

    • Ik