Falen hóórt bij jonge bedrijven

Ambassadeur en directeur belangenclub StartupDelta

Nederland heeft nog een lange weg te gaan om als economische vernieuwer mee te doen, zeggen ze. „Als een ondernemer hier op zijn bek gaat, wordt dat negatief geïnterpreteerd. Dat moet anders.”

Neelie Kroes en Sigrid Johannisse. „In het hele belastingplan van het kabinet komt het woord start-up niet voor.” Foto Robin Utrecht

‘Banengroei zit niet bij gevestigde bedrijven, maar bij start-ups”, zegt Neelie Kroes. Zij noemt dat als een belangrijke reden dat zij zich na een lange politieke carrière in Den Haag en Brussel nu inzet voor beginnende ondernemers. In januari ging zij samen met Sigrid Johanniss aan de slag bij StartupDelta, een belangenclub voor startende technologiebedrijven. Kroes als ‘special envoy’ – zeg maar ambassadeur – en Johannisse als directeur. Johannisse was Kroes’ persoonlijke adviseur toen ze Eurocommissaris was. „We kennen elkaar van haver tot gort”, zegt Kroes. „Ik wilde het alleen doen onder de voorwaarde dat het samen met Sigrid zou zijn.” In Brussel waren ze samen verantwoordelijk voor de portefeuille Digitale Agenda, en maakten toen ook al beleid voor startende technologiebedrijven.

StartupDelta is een tijdelijke organisatie, met financiële steun van het ministerie van Economische Zaken opgezet voor een periode van anderhalf jaar. Het doel van de organisatie is om start-ups te verbinden met investeerders, en om Nederland een aantrekkelijker vestigingsplek te maken voor beginnende technologiebedrijven.

. Johannisse: „Als er geen tijdlimiet op zit, wordt het een fenomeen op zich, dan krijg je excuses om ergens nog maar eens over na te denken, nog een keer onderzoek te doen, nog eens een commissie in te stellen.”. Kroes: „Anderhalf jaar is goed genoeg om duidelijk te maken dat het hier stoom en kokend water is.” Kroes bedoelt hiermee dat haast geboden is.

Moralistische houding

Nederland wil meedoen met de meest innovatieve economieën. De laatste jaren is inderdaad schot gekomen in het aantal vernieuwende bedrijven dat zorgt voor meer banen en internationale uitbreiding – denk aan boekingsites Booking en Travelbird, veilingsite Catawiki of betaaldienstleverancier Adyen. Volgens cijfers van de Organisatie voor Econimischce Samenwerking OESO komt inmiddels 60 procent van de banengroei in Nederland van startende bedrijven. Maar op veel internationale ranglijsten over innovatie, digitalisering en start-ups zakte Nederland de laatste jaren weg. De crisis kan daarbij een rol hebben gespeeld, maar ook qua investeringen in onderzoek en ontwikkeling, en aantrekkelijkheid voor technologiebedrijven blijft Nederland achter. Hoe kan StartupDelta helpen om dat tij te keren?

„In Nederland wordt heel erg gedacht vanuit individuele start-up-hubs: Eindhoven, Twente, Delft, Amsterdam”, zegt Kroes. „Terwijl het veel logischer is om krachten te bundelen. Nederland is één grote hub. We zijn vooral heel druk om daarover te tamboereren.” Het helpt dat Kroes bekend is en in elk geval media-aandacht trekt. Sinds haar aantreden zijn in internationale media artikelen verschenen over het start-upklimaat in Nederland, vaak met Kroes in de hoofdrol.

Door hun carrières in politiek en ambtelijk Den Haag en Brussel hebben zij makkelijk toegang tot het ministerie van Economische Zaken en prominente politici. In die zin is StartupDelta een ouderwetse lobbyclub. Waar stuurt die eigenlijk op aan?

„Als een ondernemer hier op zijn bek gaat, dan wordt dat negatief geïnterpreteerd”, zegt Kroes. Dan heb je een stempel op je voorhoofd. In de VS is dat anders. Daar wordt een ondernemer die nooit fouten heeft gemaakt, gezien als iemand die blijkbaar niet genoeg risico’s heeft genomen. Falen hoort bij start-ups.” De moralistische houding ten opzichte van falen zit in Nederland volgens Kroes ingebakken in de faillissementswetgeving. „Je zit ongeveer anderhalf jaar vast aan de gevolgen van een faillissement voordat je weer de kans krijgt om opnieuw te starten. Dat is in veel andere landen veel korter.” Ze zal Kamerleden daarom voorstellen de faillissementswetgeving aan te passen, zodat de afhandeling van een faillissement sneller gaat en het makkelijker wordt om vlak na een faillissement leningen af te sluiten.

Op de vraag of misbruik van soepeler regels dan niet op de loer ligt, antwoordt Kroes: „Ik pleit niet voor het ontlopen van verantwoordelijkheden door ondernemers. Maar wel voor het voorkomen van onnodig tegenwerken van ondernemers die weer iets nieuws willen beginnen.”

Vanaf nul beginnen

Maar urgenter nog is volgens Johannisse dat de belastingwetgeving voor start-ups wordt aangepast: „In het hele belastingplan van het Kabinet komt het woord start-up niet voor.” In een brief die StartupDelta onlangs naar de fractievoorzitters in de Tweede Kamer heeft gestuurd staan vijf voorstellen om belastingwetgeving aan te passen. Startende bedrijven moeten in de eerste fase gebruik kunnen maken van uitzonderingsmogelijkheden en stimuleringspotjes, vinden de twee. Onder meer fiscale maatregelen die onderzoek en ontwikkeling stimuleren zouden op de schop moeten. Ook moet volgens Kroes en Johannisse haast worden gemaakt met het plan van D66 voor een speciale rechtsvorm voor start-ups, de zogeheten start-up-BV.

Nu behandelt de fiscus start-ups volgens StartupDelta te snel als volwassen bedrijven. „Dat zorgt ervoor dat ze minder hard groeien dan ze zouden kunnen”, zegt Kroes. Ze erkent dat het voor aanpassen van wetgeving „inderdaad een probleem” is dat de politiek vaak traag reageert op nieuwe ontwikkelingen. „Het dringt soms nog niet genoeg door dat dit echt snel moet: liever in 2016 dan pas in 2017. Elk jaar uitstel is weer een jaar achterliggen op je concurrentie. De Engelsen hebben dat bijvoorbeeld heel goed gedaan.” In het Verenigd Koninkrijk zijn al diverse belastings- en faillissementswetten aangepast aan de wensen van start-ups.

De vraag is of de Tweede Kamer wel zit te wachten op nog een fiscale wedloop om het bedrijven zoveel mogelijk naar de zin te maken?

Kroes: „We hebben het over start-ups, mensen die vanaf nul beginnen, die moeten de eerste jaren alles doen om de tent op de benen te krijgen. Die beginners moeten op een speciale manier behandeld worden door het fiscale systeem. Dat is daarop nu nog niet ingericht. Ik heb nog geen politieke partij ontmoet die tegen start-ups is.”

Een ander plan waar StartupDelta aan werkt is om volgend jaar, als Nederland tijdelijk voorzitter is van de Europese Unie, een speciaal EU-visum in te stellen voor start-upwerknemers en -oprichters, zodat zij hier mogen werken. In Nederland is zo’n start-upvisum in januari al ingevoerd maar het is hier, vooralsnog, geflopt. Er zijn er welgeteld tien uitgereikt. „ Nationale start-upvisa hebben alleen zin als je een opening biedt naar de Europese markt”.

Grote investeringsfondsen

Dat roept ook de vraag op hoe je überhaupt meet of het wel zin heeft wat StartupDelta doet. „Inderdaad is het erg lastig om vast te stellen of bepaalde miljoeneninvesteringen in start-ups direct te herleiden zijn tot ons,” zegt Johannisse. „Maar je ziet de laatste tijd wel veel meer aandacht voor Nederlandse start-ups, er wordt veel meer samengewerkt.” Ze wijst op grote investeringsfondsen die de laatste maanden zijn opgetuigd door bedrijven als Eneco, KPN, ING en het Rotterdamse Havenbedrijf. En op een initiatief bij onderzoeksinstelling TNO om meer samen te werken met beginnende bedrijven.

Kroes en Johannisse zijn de laatste maanden onder meer in New York, Londen en Berlijn geweest om investeerders te wijzen op Nederlandse start-ups als investeringsmogelijkheid. Volgende week gaan ze naar Israël, dat een bloeiende start-up-sector heeft, met veel investeerders. Binnenkort gaan ze ook naar Silicon Valley om ondernemers te overtuigen van Nederland als vestigingsplek.

„Het netwerk van Neelie opent ontzettend veel deuren,” zegt Johannisse. Kroes is eerder dit jaar aangesteld als adviseur van Bank of America Merrill Lynch: helpt dat de doelstellingen van StartupDelta? „Ik praat me overal drie slagen in de rondte over Nederlandse start-ups. Ook daar.”

En alvast een lichtpuntje waar Kroes en Johannisse op wijzen: Nederland kwam in juli voor het eerst in de wereldwijde top-20 van een volgens hun belangrijke ranglijst voor innovatieve bedrijvigheid, de zogeheten Compass-ranking. Nederland staat daarop negentiende van de wereld en vierde van Europa. „Volgend jaar willen we in de Europese top-3 staan”, zegt Kroes.