Elk weekend gaan ze dode mensen zoeken

Als de politie het heeft opgegeven, gaan vrijwilligers van de stichting Signi Zoekhonden door met zoeken naar vermiste personen.

Zoeken in de Loonse en Drunense Duinen. Daar zijn in de Tweede Wereldoorlog mogelijk mensen gefusilleerd door de Duitsers. Foto’s Merlin Daleman

In een bosje bij de Utrechtse Vecht blaft een herdershond. Steeds opnieuw. Het zand heeft hier net een wat andere kleur, alsof er gegraven is. Op de plek die de hond aangeeft, duwt een vrouw een prikstok in de grond en ruikt aan de stok: een lijklucht. Als ze het zand wat aan de kant schuift, komt een arm tevoorschijn.

Zo vinden de vrijwilligers van Signi Zoekhonden het stoffelijk overschot van Sandra Garcia Geraldino, een Dominicaanse vrouw die sinds 31 juli wordt vermist. De vrijwilligers bellen de politie. Uit het nadere onderzoek blijkt dat ze door geweld om het leven is gekomen.

De vondst, algelopen maand, is opnieuw een succes van Esther van Neerbos en Janette Kruit, de ‘harde kern’ van de stichting Signi Zoekhonden. Als ze niet werken in hun gezamenlijke dierenartspraktijk, zijn ze met hun vijf honden op pad om mensen te zoeken. Ze krijgen er geen cent voor – sterker: het kost hun duizenden euro’s per jaar.

Hoe gaan ze te werk? Meestal lezen ze iets over een vermissing in de krant, en rijden dan naar een plek waar de vermiste het laatst is gezien. Soms krijgen ze verzoeken van nabestaanden: of ze niet eens bij een kanaal kunnen kijken, of in een bepaald bosje. De afgelopen twee jaar hebben ze de lichamen van negen vermiste mensen teruggevonden, als laatste dat van Sandra Garcia Geraldino.

Enorm frustrerend

Mede dankzij Van Neerbos en Kruit kan justitie de ex-partner van Garcia Geraldino vervolgen. „Als wij niet naar haar waren gaan zoeken, was ze denk ik nooit gevonden”, zegt Esther van Neerbos. „De politie was al op die plek geweest. Maar mijn ervaring leert: als de politie ergens al heeft gezocht, betekent dat niet dat daar dus niemand ligt. Driekwart van onze successen is behaald op plekken waar de politie of andere instanties al naar het lichaam hebben gezocht.”

Het leidt wel eens tot teleurstelling bij de mensen van de stichting. Het liefst zouden ze meteen nadat iemand is verdwenen gaan zoeken, maar dat kan niet. „Wij mogen pas zoeken als de politie al ergens is geweest”, vertelt Van Neerbos. „Bij recente vermissingen mogen wij zelfs niet zoeken als de politie zelf geen capaciteit heeft. Dat is enorm frustrerend. Want ik denk dat wij minstens even goed zijn als de politie.”

Dus richten Van Neerbos en Kruit zich vooral op oude zaken. Dit weekend snuffelen de honden in een bosje in Limburg, op zoek naar het lichaam van Andy de Heus, die tweeënhalf jaar eerder verdween. Bij het bosje zou de auto van Andy gezien zijn. Er wordt volop gefilosofeerd en gespeculeerd. „Dit perceeltje lijkt me vrij ideaal”, denkt Van Neerbos. „Je kan er met de auto een lijk dumpen zonder dat iemand het ziet.”

De honden twijfelen

Dus stuurt ze de honden door het bos, hun neuzen zigzaggen over de grond. Als ze een lijklucht zouden ruiken, blaffen ze. Dat gebeurt niet. Wel blijven de honden staan op één bepaalde plek, aan de rand van het bos. „Ze twijfelen, laten we het zekere voor het onzekere nemen”, zegt Van Neerbos. Met een schep en een prikstok doorzoekt ze het plekje grondig. Een lichaam wordt niet gevonden.

Vaak rijden de vrijwilligers van Signi na een lange dag zoeken zonder resultaat naar huis. Ze zijn eraan gewend. Maar soms is er succes. Zo vonden ze vorig jaar juli in een kanaal in Flevoland het lichaam van Henry de Vries, in een autowrak, nadat ze er in die zaak overigens al een lange reeks zoekdagen op hadden zitten.

Van Neerbos: „De politie had de zoektocht gestaakt, maar wij hadden het vermoeden dat hij ergens in de Flevopolder het water in was gereden. Dus toen zijn we zestien dagen lang, acht tot tien uur per dag, met een bootje al die wateren af gegaan.”

Op die laatste zoekdag roken de honden iets en sprongen ze het water in. Opgetrommelde duikers zagen op de bodem een auto met hetzelfde kenteken als de wagen van Henry de Vries. Nadat de politie het wrak omhoog had gehaald, bleek het stoffelijk overschot in de auto inderdaad dat van De Vries.

Dat ze aanslaan op de lucht van een lijk in een autowrak op de bodem van een kanaal, illustreert de kwaliteit van de neus van de vijf speurhonden. Binnenkort komt daar een zesde bij, Esther en Janette gaan in Hongarije een labrador ophalen. Eentje met een goede bloedlijn, want een speurneus is een kwestie van training én aanleg. „Onze honden zijn wereldtop als het gaat om ruiken”, zegt Van Neerbos.

Maar dat is pas het begin. „We trainen de honden met kleren van overledenen die we krijgen via een bevriende begrafenisondernemer. En als we naar iemand zoeken die al heel lang vermist is, gebruiken we zand van een graf dat na bijvoorbeeld twintig jaar geruimd moet worden.” Dat heeft succes. Van Neerbos: „Vorig jaar zomer vonden we het lichaam van Robert de Leur in de Waal, 26 jaar nadat hij vermist raakte.”

Uitvaart geeft energie

De vrijwilligers worden geregeld gevraagd voor begrafenissen van mensen die ze hebben gevonden. Als het kan, zijn ze erbij. „Pas op zo’n begrafenis gaat degene die je hebt gevonden echt leven”, vertelt Van Neerbos. „Dan zie je een zaal met driehonderd mensen, die nu eindelijk kunnen beginnen met rouwen. Misschien gek om te zeggen, maar zo’n uitvaart geeft me volop energie. Dan ga ik er weer voor in het weekend, omdat ik dan weer heel goed weet waar ik het allemaal voor doe.”

Dit weekend vinden de vrijwilligers niemand. De zon schijnt fel, de honden raken uitgedroogd. Ze keren terug naar de bus, waarin alle honden een eigen kooi hebben. Maar, zegt Esther van Neerbos, ze komen zeker nog een keer terug naar Limburg. Misschien zelfs een keer doordeweeks, als ze een avondje over hebben. „Soms denk ik weleens: ik stop ermee. Dan denk ik hoe lekker het zou zijn als ik in het weekend gewoon wat vrije tijd heb, en lang op vakantie kan gaan. Maar elk weekend rijden we toch weer het hele land door met die honden. Want er zijn nog zoveel vermiste mensen.”