Eerste fusie tussen schouwburg en toneelgezelschap

Het Nationale Toneel en de Koninklijke Schouwburg gaan fuseren en lopen daarmee voorop in Nederland. „Een blokkade valt weg.”

In Duitsland is het gebruikelijk, in Nederland hebben de Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel (NT) en Theater aan het Spui in Den Haag een primeur. Ze fuseren tot het Nationale Theater, de werknaam van de nieuwe gezamenlijke organisatie die ze gisteren bekendmaakten. De belangrijkste podia en producent van theatervoorstellingen voor volwassenen en jeugd in Den Haag komen daardoor onder één leiding. Ook NT Jong, het jeugdgezelschap dat vorig jaar succes had met Polleke, hoort bij de fusie.

Het gezelschap krijgt zo controle over de programmering in de belangrijkste theaterzalen van de stad en kan daar meer samenhang inbrengen. Het grote voordeel? „Flexibiliteit”, zegt Walter Ligthart, die algemeen directeur wordt en nu zakelijk directeur is van het Nationale Toneel. „Succesvolle voorstellingen kunnen we langer doorspelen, producties die tegenvallen kunnen we eerder uit het theater halen. We kunnen op de actualiteit inspelen door voorstellingen in te passen. Ook kunnen we voorstellingen makkelijker hernemen. Genesis was een groot succes, maar in de huidige situatie kunnen we het niet opnieuw spelen.”

Die speelruimte is nu beperkt door de strikte afspraken die directies van gezelschappen en theaters maken. Speeldata en recetteverdelingen zijn daarin bijvoorbeeld vastgelegd, net als de verdeling van de kosten van marketing of techniek. „Er valt een blokkade weg”, aldus Ligthart.

Al langer wordt door Nederlandse theatergezelschappen jaloers gekeken naar Duitsland, waar theater en gezelschap één zijn en het gezelschap de programmering bepaalt. Ook in Rotterdam hebben de schouwburg, Ro Theater, het jonge gezelschap Wunderbaum en Productiehuis Rotterdam plannen voor een fusie. „Medio oktober zullen wij meer details geven. Het is complexer bij ons, omdat meer producenten in één organisatie komen”, zegt zakelijk directeur Erik Pals van Ro Theater. Eind vorig jaar werd bekend dat Johan Simons, die intendant was bij de Münchner Kammerspiele, is aangesteld als artistiek directeur van Theater Rotterdam.

Waar Duitse gezelschappen zelden buiten hun eigen stad spelen, positioneert het Nationale Theater zich nu als het grootste reizende gezelschap van Nederland. „We zullen in ieder geval één grote reizende voorstelling per jaar maken”, zegt Ligthart, „en eerdere plannen om met theaters in enkele steden nauwer samen te werken verder uitvoeren.”

Ligthart verwacht dat de band met de stad versterkt wordt door de fusie. „We kunnen beter inspelen op thema’s die te maken hebben met Den Haag als politieke hoofdstad en stad van recht en vrede. Eric de Vroedt heeft al aangegeven dat hij dat wil, als hij in 2016 het artistiek leiderschap overneemt van Theu Boermans.” De fusie is niet aangegaan om op kosten te besparen, er zullen geen banen verloren gaan.

Andere gezelschappen of theaterproducenten zouden kunnen vrezen dat het lastiger wordt om in Den Haag nog voorstellingen te geven. Een ongegronde vrees, stelt Ligthart. „Wij hebben straks zes zalen te programmeren. Die kunnen en willen we echt niet allemaal met eigen producties invullen.”

De fusie vergt ook een omslag bij subsidieverschaffers. In Nederland financieren traditioneel lokale overheden de podia , terwijl de Rijksoverheid de gezelschappen ondersteunt. Gemeenten, zoals Den Haag bij het Nationale Toneel, vullen dat soms aan. Ligthart: „De gemeente heeft gezegd dat we één aanvraag kunnen doen. Met het ministerie zijn we in gesprek.”

    • Daan van Lent