Drank en drugs zijn geen probleem

Tijdens festivals krijg je op de EHBO-post ook te maken met mensen die te veel drank of drugs op hebben. Voor hen zijn er de Festivalzusters. Zij doen niet belerend, maar bieden tender, love and care.

De Festivalzusters lopen rond op het festivalterrein van Landjuweel, op Ruigoord in Amsterdam. foto Peter de Krom

‘Ah, fuck!” Een jongeman komt tierend de EHBO-post van het festival binnen. Hij houdt zijn vinger omhoog, het bloed stroomt over zijn schort. Dit weekend maakt hij wraps, met vlees of vegetarisch, maar nu heeft hij zich gesneden. Druppels bloed vallen op de grond. Als festivalzuster Marthe Schreuder (27) haar plastic handschoenen aantrekt, zegt hij: „Ik ben hiv- en soa-vrij, drie weken geleden heb ik een test gedaan.” Schreuder lacht: „Wat fijn dat wij dat nu ook weten.” Ze ontsmet de wond, wikkelt zo’n twintig lagen verband om de vinger, bindt het af met pleistertape en zegt: „Je mag terugkomen voor schoon verband, de EHBO is er de hele nacht. Houd druk op de wond en je hand een tijdje hoog.” Hij: „In plaats van koken ga ik maar ergens dansen, met mijn handjes in de lucht.”

Kijk, daarom vindt ze haar werk leuk, zegt Schreuder. „Ik heb altijd vrolijke mensen om me heen.” Ze werkt als arts-assistent op de afdeling chirurgie van het ziekenhuis in Hoofddorp. Daarnaast organiseert ze voor de Festivalzusters de EHBO op buitenfestivals en feesten in clubs, deze zomer bijvoorbeeld op Vunzige Deuntjes in het Diemerbos, technofeestjes van EdelWise in Het Sieraad in Amsterdam, het Klamme Handjes Festival in het Diemerbos en Landjuweel op Ruigoord, ook in Amsterdam.

Daar zijn we vandaag. De sfeer is nog rustig, de Festivalzusters – niet alleen vrouwen – zitten op een klapstoeltje voor de EHBO-post, in de zon, met een bord eten op schoot en Caraïbische muziek op de achtergrond. Schreuder steekt een sigaretje op. „We zijn geen belerende EHBO”, zegt ze. Hun medische zorg sluit aan bij de festivalwereld: basiskennis om brandwonden, splinters en hoofdpijn te behandelen is aangevuld met specifieke kennis van allerlei soorten drugs en de verschillende uitwerkingen. Het team bestaat uit jonge mensen, verpleegkundigen, artsen, co-assistenten en ambulancepersoneel, die zelf ook van een feestje houden. Oprichter Alex van Heemskerk (32) kwam geregeld op festivals en zag dat er een markt was voor een EHBO waar mensen die te veel drank of drugs hebben gebruikt, rustig kunnen bijkomen zonder dat ze meteen een stempel op hun voorhoofd krijgen. Tegen iemand die ‘te hard gaat’ op xtc zullen zij dan ook nooit zeggen: „Dat moet je niet meer doen.”

Bij de Festivalzusters kun je rekenen op TLC: tender, love and care. Geïnteresseerd zijn, vragen waar iemand vandaan komt, een Dextro Energy en een knuffel doen vaak wonderen, zegt Manon Heldens (24, geneeskundestudent in Nijmegen). Als iemand door drugsgebruik bijvoorbeeld angstig of achterdochtig is, vraagt zij: Ben je hier met vrienden? Heb je tot nu toe een leuke dag? Wat voor studie of werk doe je? En: heb je nog vakantieplannen deze zomer? Zo’n gesprekje kan ervoor zorgen dat negatieve gedachten plaatsmaken voor positieve. Schreuder: „Daarna zeggen ze: ‘Wauw, de EHBO is zó lief! Ik ga al mijn vrienden halen en dan gaan we met z’n allen hier zitten’.”

Wespensteken, splinters, intoxicatie

Overdag komen feestvierders langs voor het behandelen van wespensteken, brandwonden, splinters, hoofdpijn, een verstuikte enkel of het verwijderen van een teek. Mensen vragen om zonnebrand, paracetamol, maagtabletten en Arnica-zalf. De gevallen met intoxicaties zijn meestal later op de avond.

De gemeente bepaalt in overleg met de organisatie hoeveel hulpverleners er moeten zijn en van welk niveau. Daarbij wordt gekeken naar het aantal verkochte kaarten, het soort publiek en de incidenten die er in het verleden waren. Bij Landjuweel zijn er vandaag vier BLS’ers, hulpverleners in de categorie Basic Life Support. Om 20.00 uur komen daar twee ALS’ers bij, Advanced Life Support, en de aanwezige EHBO-spullen worden aangevuld met een brancard, zuurstof, medicijnen zoals adrenaline, reanimatieset („Gebruik heb ik nog nooit meegemaakt”), infuus, hechtsetje en een monitor om hartfilmpjes mee te maken.

Rond half negen gaan Schreuder en Heldens aan de wandel: rugzak op, het veld in en „even de sfeer proeven”. Tijdens zo’n rondje let Schreuder op of er al mensen zijn die „helemaal losgaan”. Bovendien wil ze gezien worden, zodat mensen weten dat er EHBO aanwezig is.

Op het gras voor het hoofdpodium wordt gedanst en gegeten, een jongen ligt in een hangmat, op de camping rolt iemand een jointje, aan de rand van het terrein kijkt een stel naar de roze gekleurde lucht. Een smal pad overdekt met laaghangende takken leidt naar een klein technofeestje: de muziek is er ruiger, kleurrijk geklede mensen dansen uitbundig, roken, omhelzen en zoenen elkaar. Op de terugweg lopen Schreuder en Heldens langs de gewonde jongeman bij de wraps. Schreuder informeert hoe het met hem gaat. Beter zo te zien, want hij snijdt tomaten en vult het deeg met kip, kaas en guacamole. De dames krijgen er eentje, als dank voor de goede zorgen. Schreuder: „Je maakt met iedereen vrienden. Daar hoef je niet eens veel voor te doen.”

Ze schrikken niet van een hevige trip

Terug op de post checkt Heldens haar telefoon en pakt een yoghurtje uit haar tas. „Tsja, zitten en wachten hoort ook bij ons werk.” De catering brengt een zak krentenbollen en zachte witte broodjes met boter en kaas langs, voor de nacht. De Festivalzusters werken shifts van twaalf uur, de dagploeg begint 8.00 uur en wordt 20.00 uur afgelost door de EHBO’ers met nachtdienst. Het is altijd afwachten of het rustig of druk wordt en het klinkt misschien cru, maar de meesten hebben liever iets te doen. Hoe meer intoxicaties, hoe beter? Heldens: „Hoe meer ervaring met verschillende soorten drugs, hoe beter wij ons werk kunnen doen.”

Ook Schreuder schrikt niet van een festivalbezoeker met een hevige trip. Het is belangrijk dat ze weet wat iemand heeft gebruikt en hoe laat precies, dan kan zij inschatten hoelang de drug nog zal werken en of het hoogtepunt nog moet komen. Met GHB hebben ze op de EHBO de meeste problemen, omdat het moeilijk te doseren is en mensen er out van kunnen gaan. Gebruik van GHB herkent Schreuder aan grote pupillen, een wazige blik en ongeremd gedrag, zoals een opmerking in de trant van: jij mag mij wel helpen, lekker ding. Als iemand niet reageert of als ze bepaald gedrag niet begrijpt, belt ze een ambulance. In alle andere gevallen lost het EHBO-team het ter plekke op, want in het ziekenhuis kunnen ze ook niet veel meer doen dan wachten en verzorgen. Hier krijgen ze er tenminste een knuffel en een waterijsje bij.

Rond 0.30 uur komt er een meisje binnen die 2C-B, een designerdrug, heeft gebruikt. Ze heeft een zogeheten bad trip. Heldens probeert haar gerust te stellen door haar afleidingstechniek toe te passen. Ze vraagt met wie ze hier is, of ze deze drug voor het eerst heeft gebruikt en of ze het tot nu toe naar haar zin heeft. Langzaam knapt het meisje op: na een uurtje kan ze het publiek weer in.

Even later wordt er een meisje op een brancard de post binnengebracht. Ze heeft MDMA gebruikt, zegt haar zus, en is onaanspreekbaar. Haar spieren en kaak zijn stijf. Heldens legt uit welke stappen ze in zo’n geval neemt om de helderheid en de mate van bewustzijn te controleren: 1) Checken of iemand spontaan met haar praat. 2) Reageert ze op aanspreken of openen de ogen als ze haar bij naam noemt? Als er dan nog geen reactie is, gaat ze over op stap 3) Pijnprikkels geven: op het borstbeen drukken, met een pen op het nagelbed duwen of met de vingers aan de binnenkant van de oogkassen drukken (die laatste optie wordt weinig gebruikt). Dit meisje reageert nauwelijks en ademt slecht door. Heldens vermoedt dat het komt door een combinatie van veel MDMA en veel alcohol. Ze wrijft een tijdje stevig over de borst en zegt tegen haar dat ze goed moet doorademen. Na drie kwartier gaat het beter, het meisje is weer bij en verlaat lopend de post. Ze adviseren het meisje te gaan slapen.

Het effect van drugs ebt vaak wel weg

Haar nachtdienst eindigt bont: om 5.30 uur in de ochtend zoekt de beveiliging contact via de walkietalkie. „Ergens in het veld was een jongen wild aan het trippen, hij sloeg met zijn armen om zich heen en moest met behulp van de beveiliging en de twee ALS’ers naar de post worden gebracht.” Hij blijkt een mix van ketamine, truffels en lsd te hebben gebruikt. Na een uur is de jongen weer aanspreekbaar, helder zelfs. Hij gaat terug het feest in. Vlak voor het einde van Schreuders dienst komt hij nog even buurten. „Hij vroeg wat er was gebeurd en wilde weten hoe hij zich precies had gedragen.”

Na verloop van tijd en behandeling door de zusters wordt de high van de drugs minder. Soms duurt het een uur, soms drie uur, maar het effect van de drugs ebt meestal ter plekke weg. Mensen die wegvallen, in slaap vallen of flink overgeven, daar schrikken de zusters niet meer van.

Soms kan het wat lang duren, maar bang is ze nooit. Schreuder: „Als we iets niet begrijpen of als iemand buiten bewustzijn is, bellen we een ambulance. Maar dat gebeurt zelden.”

Een enkele keer adviseert Schreuder iemand om zijn tent op te zoeken. „Dan zeg ik: voor jou is het feestje afgelopen. Of ze dat ook doen, weet je natuurlijk nooit zeker.”

    • Carlijn Vis