College Ecologie Wordt het revolutie of evolutie? Ik zeg: revolutie!

De mogelijkheden voor een nieuwe economie, gebaseerd op ecologische principes, liggen voor het oprapen, stelt Louise Vet. En er is ook nog eens goed geld mee te verdienen.

Je gaat studeren. En dus bouwen aan de wereld van morgen. Een wereld die je in 2050 zult delen met zo’n negen miljard medemensen. Wat ga jij doen? Ga je een nieuwe wereld scheppen die anders, beter, socialer, ecologisch verantwoord en duurzaam is? Of vind je dat idealistische nonsens en kies je liever de oude normen en waarden van je – ongetwijfeld liefhebbende – ouders? Wordt het revolutie of evolutie ? 

Als ik je mag inspireren zeg ik: revolutie! Want een transitie naar een nieuwe duurzame wereld is niet alleen een spannende uitdaging, maar ook keiharde noodzaak. En die twee zijn in dit geval heel goed te combineren. Ook voor niet-idealisten is een sociaal en ecologisch verantwoorde wereld aantrekkelijker. Je kunt er, welke studie je ook hebt gekozen, je ambitie, kennis en kunde prima in kwijt. En er is goed geld mee te verdienen. Om daarna de planeet mooier door te geven aan je kinderen dan je hem van je ouders gekregen hebt. Wie wil dat nu niet?

Een economie die al 3,8 miljard jaar draait

Eigenlijk is het heel simpel. Je moet namelijk gewoon een paar basisprincipes in acht nemen. En die krijg je van mij, als ecoloog. Ecologie, hoor ik je denken? Had je het net niet over economie, over geld verdienen? Ja, inderdaad. Ecologen zijn namelijk wetenschappers die de economie van de natuur bestuderen. Een economie die al 3,8 miljard jaar prima draait, vooral voordat Homo sapiens zich ermee begon te bemoeien. Daar kunnen we dus heel veel van leren. Bovendien is er een directe link tussen onze economie en die van de natuur. De natuur levert ons gratis allerlei essentiële diensten zoals grondstoffen voor voedsel en kleding, beheersing van ziekten en plagen, schoon drinkwater en zuivere lucht. Pas als er iets misgaat met die ‘gratis-en-voor-niets’ diensten zien we plotseling het economisch belang.

Een voorbeeld: de Catskill Mountains Watershed, een gebied van wetlands en bossen die veel water vasthouden, levert New York City waarschijnlijk het schoonste drinkwater van alle steden in de wereld. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd er heel veel bos gekapt voor zomerhuizen, campings en landbouw. In de tachtiger jaren werd het duidelijk dat de drinkwatervoorziening ernstig in gevaar kwam. De stadsbestuurders hadden de keuze: bouw waterzuiveringsinstallaties voor 5 à 6 miljard dollar, die ook nog zo’n 300 miljoen per jaar aan onderhoud kosten, of koop iedereen uit en maak er een permanent natuurpark van. Eenmalige kosten hiervan: 3 miljard dollar. De keuze was duidelijk, het werd het laatste. Een economische keuze.

Zelf raakte ik tijdens mijn studie biologie gefascineerd door één van die ecosysteemdiensten van de natuur. Een fascinatie die bepalend is geworden voor mijn wetenschappelijke carrière. Ik bestudeer hoe levensgemeenschappen van planten, plantenetende insecten en hun natuurlijke vijanden functioneren. En ik werd tijdens mijn studie vooral verliefd op die laatste: de natuurlijke vijanden. Vooral de sluipwespen. Beeldschone parasitaire insecten die meesters zijn in de meest macabere biologische oorlogsvoering. Want begrijp me niet verkeerd. De natuur is niet lief of romantisch. Aanval en verdediging zijn aan de orde van de dag. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Maar toch – of juist – wordt er ook heel goed samengewerkt en er is veelvuldig sprake van een echte win-winsituatie. Bijvoorbeeld volgens het principe: ‘de vijand van je vijand is je vriend’. Planten die worden aangevreten door rupsen verspreiden speciale geuren die sluipwespen, de vijanden van die rupsen, aantrekken. Plant en sluipwesp werken samen. De arme rups legt het loodje. Is die plant één van onze voedselgewassen die we voor rupsenvraat willen behoeden? Dan kunnen we sluipwespen gebruiken voor de biologische bestrijding van deze plaaginsecten. Chemische bestrijding, met al zijn nadelen, is niet meer nodig. Zo’n 95 procent van de 100.000 potentiële soorten plaaginsecten wordt door hun natuurlijke vijanden zoals sluipwespen onder de duim gehouden. De economische waarde van deze – wederom gratis-en-voor-niets - ecosysteemdienst is zo’n 400 miljard euro per jaar. En het ironische is dat het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen juist leidt tot nieuwe insectenplagen omdat allerlei natuurlijke vijanden van de plaaginsecten ook worden gedood door het insecticide.

Het moet en kan anders. Laten we inzetten op innovaties die het functioneren van de sluipwespen juist bevorderen. Planten veredelen zodat ze sluipwespen beter aantrekken. Of onze akkers zo inrichten dat de sluipwespen meer nectar kunnen vinden. Innoveren mét de natuur in plaats van tegenwerken.

Ecologen bestuderen dus hoe die natuur, in al haar facetten, precies werkt. De natuur is eigenlijk een heel divers en complex familiebedrijf dat zijn succes dankt aan de volgende vijf principes:

1. Alles wat er geproduceerd wordt blijft eigendom van de familie. Grondstoffen raken nooit op want wat er gebruikt is komt uiteindelijk weer terug, kringlopen zijn gesloten, afval bestaat niet. Een circulaire economie waar het familiekapitaal behouden blijft. Nee, dan wij met onze grondstofvernietigende lineaire economie.

2. In de natuur is er energie in overvloed, want op 150 miljoen kilometer afstand staat onze grote kerncentrale. Een hele divisie houdt zich met de energieopname bezig en levert dit weer door aan andere divisies. En wij maar olie over de hele wereld slepen en de atmosfeer vervuilen.

3. Omdat de toekomst nu eenmaal moeilijk te voorspellen is, is de bedrijfsstrategie van familiebedrijf natuur gericht op aanpassing en risicospreiding. Die wordt bereikt door diversiteit volgens het ‘don’t put all your eggs in one basket’ principe, dan is er altijd wel iemand succesvol. Geen ‘one solution fits all’ strategie maar gebruik lokale verschillen. Daar kunnen onze multinationals nog een voorbeeld aan nemen.

4. Er is een langetermijnstrategie. Niet de aandeelhouders en kwartaalcijfers zijn leidend, maar alles staat in het belang van continuering voor de volgende generaties. Misschien dat onze banken wat met deze les kunnen.

5. Innoveren, continu slimmere processen ontwikkelen, is aan de orde van de dag, want van levensbelang. En wow, wat zijn er veel bruikbare innovaties voortgekomen uit die 3,8 miljard jaar evolutie door natuurlijke selectie.

Wat voor studie je ook hebt gekozen, knoop deze ecologische principes in je oren. Ik noem het soms de noodzakelijke ecologisering van ons wereldbeeld, maar dat klinkt zo hoogdravend. Belangrijker is dat je inziet dat de natuur je tot allerlei fantastische innovaties kan inspireren. Of je nu in Wageningen studeert of elders, de mogelijkheden voor een nieuwe economie, gebaseerd op ecologische principes, liggen voor het oprapen. Ik kan je er uren over vertellen. Een bio-based economy waar we het gebruik van olie gaan vervangen door hernieuwbare grondstoffen; nieuwe antibiotica ontwikkelen uit bodemorganismen; algen die ons water zuiveren; allerlei innovaties op het gebied van zonne-energie; grondstoffen terugwinnen uit je eigen poep; energie maken uit je urine; stroom opwekken met planten... Wil je alvast een gemakkelijke opwarmer, kijk dan naar mijn online colleges bij de Universiteit van Nederland. Studeer je in Wageningen, dan zie ik je wellicht in ons duurzame NIOO-KNAW onderzoekcentrum, waar we veel van deze ecologische principes bij de nieuwbouw en in onze bedrijfsvoering hebben toegepast. Of kom naar mijn MSc collegereeks Cutting Edge Ecology, waar je een eigen cutting edge ecologisch onderzoeksproject mag ontwerpen. Voor die nieuwe wereld.

    • Louise Vet