Zuid-Afrikaans theater op Amsterdamse Fringe

De organisatie van het Amsterdam Fringe Festival scout voorstellingen in Grahamstown, Zuid-Afrika.

Andrew Bucklands in zijn versie van Tsjechovs tabaksmonoloog. Foto PCuepix/Louisa Feiter

In scholen, collegezalen en townhalls – overal in de straten van Grahamstown zijn zaaltjes verstopt. Jaarlijks vindt in dit Universiteitsstadje in de provincie Oost-Kaap van Zuid-Afrika het National Arts Festival plaats. Met honderden voorstellingen en concerten is dit het grootste kunstfestival van het Afrikaanse continent en een van de grootste ter wereld.

Elk jaar wordt het festival bezocht door een delegatie van het Amsterdam Fringe Festival. Anneke Jansen, de scheidend artistiek directeur, komt sinds 2011 in Grahamstown om voorstellingen te scouten. „In tien dagen bezoek ik zo’n zestig voorstellingen. Een goeie Fringe heeft weinig middenmoot en veel uitschieters naar boven en beneden”, vertelt ze na afloop van de voorstelling Kafka’s Ape .

Kafka’s Ape was onmiskenbaar zo’n uitschieter naar boven. De voorstelling is een monoloog naar Kafka’s korte verhaal Verslag voor een academie over een aap die in vijf jaar tijd ontwikkelt tot mens. Gespeeld door de zwarte acteur Tony Bonani Miyambo, in het land waar tijdens de Apartheid zwarte Zuid-Afrikanen letterlijk als apen werden afgeschilderd, krijgt het stuk een extra lading. Jansen zal de voorstelling volgend jaar in Amsterdam programmeren. „De tekst is indrukwekkend bewerkt. Het idee dat je je moet conformeren aan de massa om te kunnen overleven gaat duidelijk over het Zuid-Afrika van nu.”

De uitwisseling tussen Grahamstown Fringe en de Amsterdamse Fringe ontstond vijf jaar geleden vanuit een gedeelde wens om de uitwisseling tussen westerse en niet-westerse makers te bevorderen. Zuid-Afrikaans theater heeft een onmiskenbaar Britse invloed, vertelt Jansen: het kent een traditie van clowning en maskers, een keurig lineair verteld verhaal en – in Nederlandse ogen – behoorlijk illustratieve vormkeuzes; anderzijds is er een Afrikaanse invloed van groot dramatisch spel en emotionele momenten. In het Nederlands theater is dat vaak ‘not done’, maar Jansen merkt aan het succes van de Zuid-Afrikaanse voorstellingen in Amsterdam dat er een groeiende behoefte bestaat aan laagdrempelig en emotioneel theater.

Dit jaar, tijdens de tiende editie van Amsterdam Fringe, is onder andere Andrew Bucklands versie van Tsjechovs monoloog Over de schadelijkheid van tabak te zien. De tekst is naar het nu gehaald en voorzien van verbluffende slapstick rond een katheder. Voor Jansen vertegenwoordigt deze voorstelling – en Andrew Buckland in het bijzonder – de grandioze virtuositeit van de Zuid-Afrikaanse acteertraditie. „Buckland beheerst het ambacht van clowning zo door en door dat hij iets volkomen nieuws brengt aan het Nederlandse publiek.”

    • Brechtje Zwaneveld