Wel zonde, die prijs voor Niña Weijers

De jury van die prijs bekroont alleen vrouwen, maar noemt de winnaar geen ‘vrouwenboek’. Dat zouden ze juist wél moeten doen, vindt Thomas de Veen.

Die roman van Niña Weijers, De consequenties, dat is dus echt een goed boek. Overtuigend, een rijke ideeënroman en slim gecomponeerd. Het is gewoon onweerstaanbaar. Voor mannen én vrouwen.

Sorry, dat was allang bekend. De recensies waren een jaar geleden al juichend, het boek dook op in eindejaarslijstjes, het werd genomineerd voor prijzen, bekroond zelfs. De consequenties kreeg de Anton Wachterprijs, voor het beste debuut, haalde de shortlists van de Libris Literatuurprijs en zijn Vlaamse tegenhanger, de Gouden Boekenuil.

Zondag kreeg het boek ook nog de Opzij Literatuurprijs, de literaire prijs van het feministische tijdschrift. Wat die prijs betekent? Uitsluitend boeken die geschreven zijn door een vrouw mogen meedoen. Niet dat het een prijs is voor een feministisch vrouwenboek – er was ook geen woord feministisch bij in het juryrapport. Daarin stonden wel die complimenten dat Weijers’ boek ‘overtuigend’ is en ‘slim gecomponeerd’ en ‘onweerstaanbaar’. Alleen vrouwen mogen meedoen, maar aan de eindstreep geeft de literaire kwaliteit de doorslag.

Zonde, eigenlijk. Dan héb je een prijs voor vrouwen, met een roemrucht feministische naamgever, en dan bekroon je toch nog een boek waarvan de literaire kwaliteit al breeduit erkend was, ook door mannen. Een boek dat helemaal de beperking van het vrouwendeelnemersveld niet nodig had om waardering te krijgen. En ondertussen is de Opzij-prijs er juist om ervoor te waken dat de vrouwelijke stem in de literatuur gehoord en erkend wordt, om een terecht tegenwicht te bieden tegen de notoir door mannen gedomineerde shortlists van literaire prijzen. Maar Weijers’ boek wás niet ondergesneeuwd – net zo min trouwens als de winnaar van vorig jaar, Wij en ik van Saskia de Coster.

Die werkwijze van de Opzij Literatuurprijs sluit wel goed aan bij het hedendaags feminisme. Eerst een positief discriminerend opkontje geven om het glazen plafond te doorbreken, om vervolgens te tonen dat mannen en vrouwen naar sekseneutrale maatstaven even goed presteren. Maar het feminisme is tegelijkertijd op een punt aanbeland waar ‘vrouwelijkheid’ niet meer vies gevonden wordt. Een punt waarop juist verschillen tussen mannen en vrouwen weer af en toe benadrukt worden – omdat die in de sociale praktijk nu eenmaal bestaan. Zolang het feminisme nog niet overbodig is, moet er aandacht zijn voor de ‘vrouwelijke’ stem.

Daarom lijkt het me voor de Opzij Literatuurprijs tijd om mee te veranderen. Dit is geen pleidooi tegen die prijs, of (weer) zo’n pleidooi voor het openstellen van de prijs voor mannelijke deelnemers. Maar de bekroning van Niña Weijers maakt zenuwachtig: dit zou geen ‘gewone’ prijs met een beperkt deelnemersveld mogen worden, terwijl het feminisme nog springlevend en noodzakelijk is. Een prijs die er is voor de vrouwelijke stem, zou die ook wel bewust mogen gebruiken om een winnaar te kiezen, als inhoudelijk argument. Het is tijd voor een herideologisering van de prijs: een feministisch boek moet winnen.

Ooit, in een andere tijd, toen de Opzij Literatuurprijs nog de Annie Romeinprijs heette, was die prijs er voor schrijfsters ‘wier werk bijdraagt aan de ontplooiing, bewustwording en emancipatie van vrouwen’. De eerste winnaars (niet alleen schrijfsters trouwens) deden dat: feministes als Joke Smit en Anja Meulenbelt, en schrijfsters als Andreas Burnier die met hun boeken het feminisme een stap verder hielpen.

Dat soort boeken zou je ook op de shortlist van deze Opzij Literatuurprijs kunnen vinden, als je het wilt zien. Nina Polak bijvoorbeeld zet in haar roman We zullen niet te pletter slaan een gezin neer met aan het hoofd twee moeders en een hoofdpersoon die een vriendje met genderissues heeft, waardoor het boek vragen opwerpt over wat het in de wereld van nu betekent om vrouw (of man) te zijn. En Bregje Hofstede, de genomineerde schrijfster van De hemel boven Parijs, doet dat op haar manier ook: zij schrijft over de soort-van-liefdesaffaire van een Parijse professor en een jonge uitwisselingsstudente. De roman vertelt een verhaal over een opgroeiende jonge vrouw zoals weinig mannelijke schrijvers dat Hofstede nadoen.

Zijn dat dan vrouwenboeken? Feministische literatuur? Het is overdreven om die twee boeken op de ouderwetse Joke Smit-manier feministisch te noemen – maar je zou wel kunnen betogen dat ze bijdragen aan de ontplooiing, bewustwording en emancipatie van vrouwen. Ze gaan, passend bij het feminisme van nu, op een vanzelfsprekende manier met vrouwelijkheid om én hebben daar iets over te zeggen. Dat is, naast hun literaire kwaliteiten, één van de redenen waarom die boeken de moeite waard zijn, en dat zou best benoemd mogen worden. Maar dat doet de Opzij-jury dus niet.

Vindt de jury wél dat De consequenties, over een jonge kunstenares met geweldige ideeën en veel bravoure, bijdraagt aan de ontplooiing, bewustwording en emancipatie van vrouwen? Zeg dat dan!

Daarmee zou de Opzij Literatuurprijs zich voor de lezer (m/v) overtuigend en onweerstaanbaar kunnen onderscheiden van de andere literaire prijzen, en zo de vrouwenzaak vooruithelpen. De prijs wordt dan dé gids voor een lezer die wil weten waar hij of zij het moet zoeken voor goede, hedendaagse, feministisch verantwoorde literatuur. De precieze definitie daarvan mag de jury trouwens bepalen, zo weer een mooie discussie uitlokkend.

En dan kunnen we daarna langzaamaan toewerken naar de volgende stap: dat de goede, feministische boeken van mánnen mogen meedingen naar de prijs. Langzaamaan – want voordat een man een lans mag breken voor de feministische zaak, hebben we natuurlijk nog even te gaan. Of zullen we die stap ook maar meteen nemen?

    • Thomas de Veen