Column

Veel bier en de mooiste jaren van je leven

Mijn dochter zat gisteren voor het eerst in de collegebanken van de Universiteit van Amsterdam. Kwart over negen. De docent probeerde uit te leggen wanneer het Romeinse rijk ‘eindigde’ en de Middeleeuwen ‘begonnen’. Zijn gehoor zat glazig voor zich uit te kijken, moe en brak nog van de kennismaking met het studentenleven.

Een week geleden kreeg mijn dochter een groen papieren bandje om haar rechterpols: ze is ouder dan 18 en zo kon iedereen zien dat zij alcohol mag drinken. Ruim drieduizend eerstejaars studenten namen deel aan de Intreeweek van de UvA. Hun begeleiders hadden op voorspraak van de universiteit voorlichting van de Jellinekkliniek ontvangen. „Geef zelf het goede voorbeeld”, was de boodschap. „Neem cola en geef af en toe een rondje cola.”

De Intree-commissie zong het bierlied: „Ik drink pils elke dag. Ik ben nu een student, dus het mag.” De rector-magnificus moedigde de eerstejaars aan: „Ik begrijp het wel – jullie willen nu liever een biertje gaan drinken, en denken misschien aan de verschillende feesten die deze week gepland staan. Het is een tijd van leren én een tijd van plezier maken.” En de Amsterdamse wethouder economie, Kajsa Ollongren, zei dat ze er een feest van moesten maken. „Dit zouden wel eens de mooiste jaren van je leven kunnen worden.”

Dat is het neveneffect van de leeftijdsgrens voor alcohol: je wilt niets liever dan drinken als het ein-de-lijk mag. En dan staan de Intree-autoriteiten je dus nog aan te moedigen.

De rest van de week ging het over drank en vooral over de plastic glazen Jupiler. Het programma van de Intreeweek gaf aan wanneer studenten „onder het genot van een biertje Amsterdam kunnen ontdekken”. „Biertjes mogen mee het museum in.”

Een filmploegje van universiteitsblad Folia maakte een dagelijks verslag voor de ouders – in de leader is het kolkende geluid te horen van een biertje dat wordt ingeschonken. „Wij gaan op zoek naar de snelste ad-ter”, zeiden de presentatoren. Ad-ten is kort voor ad fundum, je glas in één keer leeg drinken. Een vrolijk blond meisje won: 2,15 seconden.

Bij studentenvereniging SSRA mochten ze gratis draaien aan een rad van fortuin. Het cijfer waarop het rad tot stilstand kwam, gaf aan hoeveel glazen bier de student had gewonnen: 1, 5 of 10. „Bier is gratis”, zegt een jongen met een dubbele tong in de Folia-uitzending. „Nou ja, bijna gratis.” Klopt: bier kostte 1 euro, cola 2,50.

Wie tot het einde in het zadel bleef van de rodeostier bij vereniging Unitas, kreeg tien liter bier. Tweede prijs: tien shotjes sterke drank. Derde prijs: een meter bier.

Vrijdag wandelde ik naar park Frankendael, waar de studenten achter een hek in het gras lagen. Het programma had gemaand: „Zorg ervoor dat je hier je muntjes opmaakt.” „Zoals de meesten hebben gezien”, riep de presentatrice, „kun je hier bier halen.” Een van de organisatoren was ontroerd: „Al die brakke koppies. Zo schattig.”

Hoeveel muntjes heb jij opgemaakt, vraag ik mijn dochter. Ze lacht. „Ik kreeg vaak een rondje.” Ik vraag de organisatie hoeveel bier er in de Intreeweek is geschonken, ze willen het niet vertellen.

Ik denk aan Freek de Jonge die de studenten toesprak: „Als dit de vier mooiste jaren van je leven zijn, heb je daarna dus een kutleven.”