Topcollectie ‘Vroom’, kunst van Aboriginals, in Sydney geveild

Nederlandse verzamelaar Thomas Vroom stoot 260 werken af

Loslaten, het is een pijnlijk proces, zegt Tom Vroom (71). De gepensioneerd inkoper van Vroom & Dreesmann is net aangekomen in Sydney, waar veilinghuis Bonhams zondag 260 werken uit zijn fameuze collectie Aboriginalkunst zal verkopen – van oude houten gebruiksvoorwerpen en erotische schilderingen op boomschors tot hedendaagse stippeltjesschilderijen op doek.

Het is de tweede veiling deze zomer: in juni verkocht Sotheby’s in Londen al zestig topstukken uit de ‘Thomas Vroom Collection’. Opbrengst: zo’n 800.000 euro. De verwachte opbrengst van de komende veiling bedraagt zo’n zeven ton. Later volgt nog een derde veiling.

Zijn kinderen delen zijn passie voor de kunst van de oorspronkelijke bewoners van Australië niet, zegt Vroom. Om hen op termijn niet op te zadelen met zo’n zeshonderd kunstvoorwerpen, doet hij de kunst van de hand waarvoor hij thuis geen plek meer heeft. Een tweede reden voor verkoop is dat de verzameling hem en zijn vrouw tot last werd. Vroom: „Zo’n grote, deels zeer tere collectie goed conserveren, is een zorg. Ook het voortdurend uitlenen aan musea kostte veel tijd.”

Begin jaren negentig kocht Vroom op een veiling in New York zijn eerste Aboriginalkunst: een gedecoreerde houten sculptuur van Declan Aputatimi. Die aankoop vormde de aanzet tot wat is gaan gelden als een van de belangrijkste privéverzamelingen van inheemse Australische kunst ter wereld.

De collectie van Vroom is zo goed geworden, omdat hij het werk bij de bron kocht. Vele malen is hij in Australië naar de kunstgemeenschappen van de Aboriginals gereisd om ter plekke werken te kopen. Deze ‘communities’ liggen vaak zeer afgelegen, in de woestijn, op honderden kilometers van de dichtstbijzijnde stad. Vroom: „Zo leerde ik de kunstenaars kennen en hoorde ik de verhalen achter hun kunst, die van generatie op generatie zijn doorgegeven.”

In de gemeenschappen lagen de werken van de verschillende kunstenaars door elkaar heen, op grote stapels. Op den duur ontdekte Vroom dat hij steeds opnieuw viel voor het werk van de oudere kunstenaars. Daarbij ervoer hij de spiritualiteit van de oude verhalen het sterkste, zegt hij.

De kunstenaars die nu gelden als de grootmeesters van het genre heeft hij nog persoonlijk ontmoet. Zijn favoriet is Emily Kane Kngwarreye, een kinderloze vrouw die op 250 kilometer van Alice Springs woonde en pas op haar tachtigste serieus begon te schilderen, op het allerlaatst in een stijl die aan de Amerikaanse expressionist Jackson Pollock herinnert: droedelige spaghetti-schilderijen in zachte kleuren. Vroom kocht enige tientallen werken direct van haar. Schilderijen die hij toen voor omgerekend 3.000 euro kocht, gaan nu soms voor het veertigvoudige van de hand. Vroom vindt het niet zo interessant: „De prijzen voor Aboriginalkunst hebben de afgelopen jaren enorm geschommeld. Ik heb altijd uit liefde voor de kunst verzameld, nooit met een beleggersoog.”

Hij heeft zich voor deze kunstvorm vaker als ambassadeur gemanifesteerd. Rond de eeuwwisseling dreef Vroom in Amsterdam een in Aboriginalkunst gespecialiseerde galerie. In 2001 was hij een van de privéverzamelaars die hielpen met de oprichting van het Aboriginal Art Museum in Utrecht (AAMU). In dat museum waren altijd wel vijf tot veertig werken uit zijn collectie te zien. „Dat zullen er nu veel minder worden”, zegt hij. Ook in musea in Zuid-Korea, Frankrijk, Duitsland en Australië werden delen van zijn collectie tentoongesteld.

Het verkopen doet zeer, maar zo gaat dat met verzamelingen, zegt Vroom: op een gegeven moment gaan ze weer op in andere verzamelingen. Het doet hem deugd dat een groot deel van zijn collectie in het land van herkomst wordt geveild. „Australische verzamelaars die pas later hebben ontdekt hoe mooi de oude Aboriginalkunst is, kunnen nu alsnog instappen.”

Hoe kan het toch dat de bekendste en grootse verzamelaars van Aboriginalkunst niet uit Australië komen? Vanuit het verre Sydney klinkt een lach. „Nu moet ik op mijn woorden passen”, zegt Vroom. „Australiërs hebben de Aboriginalkunst lang niet vertrouwd en geen eigen smaak ontwikkeld. Pas toen op veilingen in het buitenland hoge prijzen werden gemaakt, zijn ze wakker geworden. Zo van: ‘Kennelijk is het toch wel iets’.”