Straatloper

Vogels zijn wat de keuze van hun leefgebied betreft tamelijk strikt. Spechten bewonen het bos, leeuweriken het open veld. Eenden zijn aan water gebonden, huismussen aan mensen en gebouwen. Soms gaat het mis. Ik ken twee ernstige gevallen uit Rotterdam: een waterral (moerasvogel) die in een kerk belandde en een woudaapje (rietvogel) dat op koopavond een schoenenwinkel op de Lijnbaan binnenvloog. Beide vogels lieten het leven in die wezensvreemde omgeving. De kans dat woudaapjes en waterrallen in de stad overleven is nihil.

Vorige week kreeg ik een nieuwe melding van een vogel op een opmerkelijke locatie: een bonte strandloper (Calidris alpina) op straat in een Scheveningse woonwijk, ruim negenhonderd meter van het strand.

Yolande de Kok die de steltloper met haar scherpe vogelaarsblik ontdekte en fotografeerde, meldde: „De vogel foerageerde actief tussen de klinkerstenen, liep zelfs mijn richting uit tot op een meter afstand, en stak daarna de straat over naar de oprit van een garage.”

Bonte strandlopers zijn in onze streken strikt gebonden aan brede stranden en vooral slikvlakten die rijk zijn aan ongewerveld gedierte. Deze straatloper was volkomen de weg kwijt of wilde de stad eens als leefgebied proberen. Een moet de eerste zijn.

    • Kees Moeliker