Rode Duivels zijn 467 miljoen waard, Oranje 260 miljoen

Kevin de Bruyne vertrekt voor 75 miljoen naar Manchester City. Belgische topspelers zijn duurder dan Nederlanders.

De Bruyne bijna drie keer zo veel waard als Depay

Bloednerveus verscheen het Vlaamse jongetje voor de camera van de regionale omroep van Oost-Vlaanderen. De bekerfinale tussen de pupillen van AA Gent en Racing Genk was net klaar en net als bij de groten moest de uitblinker het duel analyseren. „Wij scoorden veel beter”, zegt Kevin de Bruyne, maker van vier doelpunten namens Gent. Zijn haar is voor de gelegenheid keurig opzij gekamd en zijn stem hapert van de zenuwen. Club van zijn dromen? „Liverpool. Daar speelt Michael Owen.”

In negen van de tien gevallen hoor je nooit meer wat van zo’n spelertje. Wel van De Bruyne. Dertien jaar na zijn eerste tv-optreden wordt hij door zijn transfer naar Manchester City de duurste speler van de Lage Landen. De Engelse club van sjeik Mansour betaalt zo’n 75 miljoen euro voor de spelmaker van VfL Wolfsburg.

Een recordbedrag voor City, en ook voor de Benelux. Met het sluiten van de transfermarkt kwam gisteravond een einde aan het eerste transferwindow waarin de Belgen het stokoude record van Marc Overmars hebben gebroken. De Nederlandse aanvaller werd in 2000 voor 40 miljoen euro door Arsenal verkocht aan Barcelona. Inflatie niet meegerekend werd dit recordbedrag al eens geëvenaard door de Walen Axel Witsel en Eden Hazard. En eerder deze zomer brak Christian Benteke het record. Zijn club Aston Villa verkocht de Belgische aanvaller voor 46,5 miljoen aan Liverpool.

Evolutie

De bedragen zijn conform de evolutie die het Belgische voetbal de afgelopen jaren doormaakt. De Belgen stonden in 2009 68ste op de wereldranglijst, achter Cyprus, maar inmiddels is dat plek twee. De nationale ploeg heeft op Spanje en Duitsland na de meest waardevolle ploeg ter wereld. Samen vertegenwoordigen de spelers een waarde van 467 miljoen euro. Die van Nederland 260 miljoen euro.

In de hosannasfeer vlak voor het WK van 2014 vroeg oudgediende Hugo Broos – zelf speler van het nationale elftal dat vierde werd op het WK van 1986 – zich af waar de Belgische nuchterheid was gebleven. In de Krant van West-Vlaanderen zei hij: „We beginnen hoe langer, hoe meer op de Hollanders te gelijken.”

Sneer

Zijn uitspraak was meer als sneer bedoeld, maar strikt genomen klopt het dat België Nederland achterna is gegaan. Belangrijk daarbij was de professionalisering van jeugdopleidingen aan het begin van het vorige decennium. Zoals in Nederland de 4-3-3-opstelling van de Hollandse School werd nageleefd, zo stapten ook Belgische jeugdploegen over op een uniform 4-3-3-model.

Daarvoor speelden ploegen vooral defensief. Gericht op tegenhouden. Maar na de brainstormsessie die uitmondde in het zogenoemde plan Vision 2000, stapte de bond over op een meer offensieve speelstijl, waarbij spelers meer aan de bal moesten komen en met meer durf moesten spelen. De schroom moest er van af.

Na het nieuwe plan de campagne braken volop talenten door. Thibout Courtois is keeper van Chelsea, Romelu Lukaku belandde via Chelsea bij Everton en Kevin de Bruyne werd al snel ingelijfd door Chelsea, dat hem vervolgens liet rijpen bij Genk en Werder Bremen. Talenten van dit kaliber zijn in Nederland zeldzaam. Alleen Memphis Depay kan momenteel wedijveren met de Belgische talenten.

De Bruyne staat ver bovenaan. Een doelgerichte speler, die het voorbije seizoen in Wolfsburg om de 25,2 minuten beslissend was met een doelpunt of assist. Hij gaf de meeste assists van alle spelers in de vijf topcompetities. Meer dan Cesc Fabregas (Chelsea) en Lionel Messi (FC Barcelona). Manchester City wilde hem hoe dan ook hebben. Geen Liverpool, de club waar hij als jongetje van droomde in 2002, maar toch zeker een club die hem en België zal vervullen met trots.