Onderzoekers vinden oorzaak bijwerkingen cholesterolverlagers

ANP / Valerie Kuypers

Een kwart van de mensen die cholesterolverlagers (statinen) slikken krijgt als vervelende bijwerking een zeurende spierpijn. Onderzoekers van het Radboudumc in Nijmegen hebben nu ontdekt hoe dat komt.

Het team onder leiding van farmacoloog Frans Russel en specialist in mitochondriële ziekten Jan Smeitink beschrijft het in een artikel in het blad Cell Metabolism. Het punt is dat statines in de lever omgezet worden in lactonverbindingen. Deze vinden hun weg naar de spiercellen en blokkeren daar een enzym dat belangrijk is voor de energievoorziening in mitochondriën.

Het ontrafelen van het mechanisme achter de voornaamste bijwerking van statines is belangrijk, vooral gezien de populariteit van deze middelen. Bijna een op de tien Nederlanders slikt dagelijks statinen. Het gaat om mensen met een te hoog cholesterolgehalte in het bloed, diabetici en andere patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Statines zitten vaak als zuur in het medicijn. In die vorm remmen ze het het leverenzym dat cholesterol aanmaakt. Ze werken heel krachtig, met deze middelen kan een te hoge cholesterolwaarde wel met de helft worden teruggebracht. Maar andere enzymen in de lever kunnen statinen omzetten in lactonverbindingen. Die doen niets voor de cholesterolverlaging, maar hebben dus wel een nadelige bijwerking.

Giftig

In celkweken van spiercellen van muizen bleek de lactonvorm van de statine wezenlijke verschillen in celsterfte te veroorzaken. Lactonverbindingen van acht verschillende statines bleken in de celkweek gemiddeld drie maal zo giftig als de zuurvorm van dezelfde statines. Dat bleek te worden veroorzaakt doordat zij de energiehuishouding van mitochondriën in de spiercellen verstoorden.

In biopten van de dijbeenspier van 37 patiënten die statines slikten en daar in meer of mindere mate spierpijn van kregen, konden de Nijmeegse onderzoekers hetzelfde effect zien. Een enzym dat nodig is voor energievoorziening van de mitochondriën in de spiercellen bleek bij hen ernstig geremd.

Volgens Frans Russel moet de verklaring voor het verschil in gevoeligheid voor spierpijn als bijwerking van statines gezocht worden in verschillen in de genetische aanleg. „We weten dat er een behoorlijke variatie bestaat in de enzymen die statinen omzetten in de schadelijke lactonvorm, en er zijn verschillen in de transporteiwitten die verantwoordelijk zijn voor de opname van lactonverbindingen in de spiercel. Dat kan een groot verschil uitmaken. In de biopten zagen we dat de concentratie statine bij sommige patiënten in de spiercel vele malen hoger was dan in het bloed.”

Veiliger

Russel denkt dat de nieuwe kennis kan leiden tot veiliger statinen:

“We zijn al bezig om te kijken of we het statinemolecuul chemisch zo kunnen veranderen dat het alleen beschikbaar is in de zuurvorm en niet meer overgaat in de lactonvorm. Dat lijkt aardig te lukken, maar het is een lange weg, want zo’n veranderd molecuul moet opnieuw geregistreerd worden als geneesmiddel.”

Een alternatief is volgens Russel om te proberen met antioxidanten de schade die lactonstatine in de spiercel aanricht te beperken:

“Het probleem is echter om die antioxidanten in voldoende hoge concentratie in de spiercellen te krijgen. Met het bedrijf Khondrion van Jan Smeitink proberen we daar een oplossing voor te vinden.”

    • Sander Voormolen